Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep · Verzet · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 5 december 2017

Zaakgegevens

Op 5 december 2017 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
5 december 2017
Datum publicatie
6 december 2017
Zaaknummer
16/1914 NIOAW-V
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2017:4221
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzet ongegrond.

Uitspraak

Datum uitspraak: 5 december 2017

16/1914 NIOAW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank

Den Haag van 15 december 2015, 15/6283 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Katwijk

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 4 oktober 2016 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Appellant heeft verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 24 oktober 2017, waar beide partijen met voorafgaand bericht niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 4 oktober 2016 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 11 mei 2016 gestelde termijn is betaald en dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.

In het verzetschrift heeft appellant aangevoerd dat hij het griffierecht wel heeft betaald.

In de financiële administratie van de Raad is geen door of namens appellant gedane betaling aangetroffen. Appellant heeft de gestelde betaling van het griffierecht niet met bewijsstukken onderbouwd.

Hetgeen appellant in verzet met betrekking tot de termijnoverschrijding heeft aangevoerd bevat geen - nieuwe - gezichtspunten die niet bij de uitspraak van de Raad van 4 oktober 2016 zijn betrokken. De Raad ziet geen grond voor een ander oordeel dan in die uitspraak is gegeven.

Dit betekent dat het verzet ongegrond moet worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van N.L. Kuipers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 december 2017.

(getekend) H.C.P. Venema

(getekend) N.L. Kuipers

HD