Socialezekerheidsrecht
Verzet ongegrond. Het hogerberoepschrift is niet tijdig ingediend. Er zijn geen feiten of omstandigheden die…
Centrale Raad van Beroep, 17 december 2019
ECLI:NL:CRVB:2019:4080 · Centrale Raad van Beroep · 17 december 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/verzet/ecli-nl-crvb-2019-4080
Zaakgegevens
Op 17 december 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 december 2019
- Datum publicatie
- 17 december 2019
- Zaaknummer
- 19/1314 AOW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2019:4080
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet ongegrond. Het hogerberoepschrift is niet tijdig ingediend. Er zijn geen feiten of omstandigheden die kunnen leiden tot de gevolgtrekking dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Ook overigens is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Uitspraak
Datum uitspraak: 17 december 2019
19/1314 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 januari 2019, 18/3069 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Frankrijk (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 20 juni 2019 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 26 november 2019. Partijen zijn niet verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 20 juni 2019 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 6 maart 2019. Het door appellant ingediende hogerberoepschrift is gedateerd op 14 maart 2019, is blijkens de poststempel op 18 maart 2019 ter post bezorgd en op 22 maart 2019 bij de Raad ontvangen. Daarmee staat vast dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.
De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die kunnen leiden tot de gevolgtrekking dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Ook overigens is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van R.H. Koopman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 december 2019.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) R.H. Koopman
OS
DECISION
Le Centrale Raad van Beroep (conseil central d’appel) déclare l’opposition non fondée;
Ce verdict a été fait par C.H. Bangma en présence de R.H. Koopman en qualité de greffier. La décision a été prononcée en public le 17 décembre 2019.