Socialezekerheidsrecht
Verzet ongegrond. Griffierecht niet tijdig betaald.
Centrale Raad van Beroep, 20 december 2019
ECLI:NL:CRVB:2019:4320 · Centrale Raad van Beroep · 20 december 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/verzet/ecli-nl-crvb-2019-4320
Zaakgegevens
Op 20 december 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 december 2019
- Datum publicatie
- 23 december 2019
- Zaaknummer
- 19/989 AOW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2019:4320
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet ongegrond. Griffierecht niet tijdig betaald.
Uitspraak
Datum uitspraak: 20 december 2019
19/989 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, in verbinding met artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening tegen de uitspraak van de rechtbank de Centrale Raad van Beroep van 16 maart 2017, 15/6618 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats], Marokko (verzoeker)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, in verbinding met artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht van 25 juli 2019 heeft de Raad het door verzoeker ingestelde verzoek om herziening tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 15 november 2019. Beide partijen zijn niet verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 25 juli 2019 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet binnen de in de brief van 7 april 2019 gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest.
In verzet heeft verzoeker nogmaals te kennen gegeven dat hij het griffierecht wel heeft betaald.
De Raad is van oordeel dat verzoeker in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Het griffierecht is niet bij de Raad ontvangen. Verzoeker heeft de betaling van het griffierecht niet met bewijsstukken onderbouwd.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van E.D. de Jong als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 december 2019.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) E.D. de Jong
IvR
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), déclare le recours non fondé
Par conséquent, décidée par C.H. Bangma en présence de E.D. de Jong en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 20 décembre 2019.