Socialezekerheidsrecht

Verzet ongegrond. Griffierecht niet betaald. Appellante heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd op…

Centrale Raad van Beroep, 6 maart 2020

Zaakgegevens

Op 6 maart 2020 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
6 maart 2020
Datum publicatie
6 maart 2020
Zaaknummer
19/813 ANW-V
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2020:589
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzet ongegrond. Griffierecht niet betaald. Appellante heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest.

Uitspraak

Datum uitspraak: 6 maart 2020

19/813 ANW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 januari 2019, 18/1802 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 31 oktober 2019 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Appellante heeft verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 24 januari 2020. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 31 oktober 2019 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

In verzet heeft appellante te kennen gegeven dat zij het griffierecht binnen de gestelde termijn heeft betaald.

De Raad is van oordeel dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest. Binnen de gestelde termijn is door de Raad geen griffierecht ontvangen. Appellante heeft haar stelling dat zij het griffierecht heeft betaald niet met stukken onderbouwd.

Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van R.I.S. van Haaren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2020.

(getekend) C.H. Bangma

(getekend) R.I.S. van Haaren

rh

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) statue déclare le recours non fondé

Par conséquent, décidée par M. le maître C.H. Bangma en présence de le maître R.I.S van Haaren en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 6 mars 2020.