Socialezekerheidsrecht
De Raad verklaart het verzet ongegrond.
Centrale Raad van Beroep, 8 april 2026
ECLI:NL:CRVB:2026:447 · Centrale Raad van Beroep · 8 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/verzet/ecli-nl-crvb-2026-447
Zaakgegevens
Op 8 april 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 april 2026
- Datum publicatie
- 17 april 2026
- Zaaknummer
- 25/298 ONBEK-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2026:447
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De Raad verklaart het verzet ongegrond.
Uitspraak
25/298 ONBEK-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 juli 2024, 22/1810 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 8 april 2026
PROCESVERLOOP
In de uitspraak van 15 augustus 2025 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard, omdat appellante hoger beroep heeft ingesteld tegen een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellante heeft verzet gedaan.
De Raad heeft het verzet op 23 maart 2026 ter zitting behandeld. Partijen zijn niet verschenen.
OVERWEGINGEN
In het verzetschrift van appellante, van 20 september 2025, geeft zij aan dat zij niet over inkomen of middelen beschikt om in haar dagelijkse behoefte te voorzien.
Er worden geen gronden, dan wel objectief verifieerbare gegevens, in geding gebracht welke te kennen zouden geven dat het in dit specifieke geval gerechtvaardigd zou zijn hoger beroep in te stellen tegen een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb.
Dit is uitsluitend het geval wanneer er sprake is van evidente schending van de eisen van een goede procesorde, dan wel fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
De Raad is van oordeel dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat het appelverbod buiten toepassing zou moeten worden gelaten.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door R.W.L. Koopmans, in tegenwoordigheid van D. Semiz als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 april 2026.
(getekend) R.W.L. Koopmans
(getekend) D. Semiz