Socialezekerheidsrecht

De Raad verklaart het verzet ongegrond. Appellante heeft niet aangevoerd dat de Raad ten onrechte is…

Centrale Raad van Beroep, 9 april 2026

Zaakgegevens

Op 9 april 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
9 april 2026
Datum publicatie
20 april 2026
Zaaknummer
24/2219 ANW-V
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:469
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De Raad verklaart het verzet ongegrond. Appellante heeft niet aangevoerd dat de Raad ten onrechte is overgegaan tot een vereenvoudigde behandeling van haar hoger beroep.

Uitspraak

24/2219 ANW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 juli 2024, AMS 23/5342 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 9 april 2026

PROCESVERLOOP

In de uitspraak van 14 februari 2025 heeft de Raad met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard, omdat het hoger beroep niet binnen de termijn is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.

Appellante heeft verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 26 februari 2026. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

Verzet, als bedoeld in artikel 8:55 van de Awb, ziet uitsluitend op de vraag of de Raad ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens de kennelijke uitkomst van – in dit geval – het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak. Dit betekent dat de beoordeling van de Raad in deze verzetsprocedure beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder appellante op zitting te horen.

In verzet heeft appellante naar voren gebracht dat haar overleden partner verzekerd is geweest. Zij voert verder aan dat zij ziek is, geen activiteiten kan ondernemen en geen inkomsten heeft. Zij vindt dat zij recht heeft op een uitkering op grond van de Algemene Nabestaandenwet.

Appellante heeft niet aangevoerd dat de Raad ten onrechte is overgegaan tot een vereenvoudigde behandeling van haar hoger beroep. Appellante heeft zich beperkt tot een herhaling van de gronden van haar hoger beroep. Het enkel herhalen van die gronden doet geen twijfel ontstaan over het in de uitspraak van 14 februari 2025 door de Raad gegeven oordeel.

Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door K.H. Sanders, in tegenwoordigheid van C.M. Snellenberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 april 2026.

(getekend) K.H. Sanders

De griffier is verhinderd te ondertekenen.