Socialezekerheidsrecht
Verzoek om voorlopige voorziening. Kennelijk niet-ontvankelijk nu het hoger beroep niet-ontvankelijk is verklaard.
Centrale Raad van Beroep, 19 maart 2013
ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4873 · Centrale Raad van Beroep · 19 maart 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-crvb-2013-bz4873
Zaakgegevens
Op 19 maart 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 maart 2013
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 12-6715 WWB-VV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4873
Samenvatting
Verzoek om voorlopige voorziening. Kennelijk niet-ontvankelijk nu het hoger beroep niet-ontvankelijk is verklaard.
Uitspraak
12/6715 WWB-VV
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:84, tweede lid, en 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht er artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om voorlopige voorziening van:
Partijen:
[A. te B.] (verzoeker)
het college van burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage
Datum uitspraak: 19 maart 2013
PROCESVERLOOP
Mr. S. Karache, advocaat, heeft als gemachtigde van verzoeker hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 4 december 2012, 12/10469 en 12/10463 (aangevallen uitspraak)
Vervolgens heeft de gemachtigde van verzoeker een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan.
OVERWEGINGEN
Ingevolge het bepaalde in artikel 18 en artikel 21 van de Beroepswet in verbinding met artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep bij de Raad is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Bij uitspraak van 5 maart 2013, nummer 12/6714 WWB, heeft de Raad het ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekend dat niet langer is voldaan aan de in artikel 8:81 van de Awb besloten liggende voorwaarde dat er een hoger beroep aanhangig moet zijn, wil er een voorlopige voorziening kunnen worden getroffen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen moet dan ook kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard onder toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.
BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep,
Verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2013.
(getekend) J.F. Bandringa
(getekend) E. Blijleven-de Vries