Socialezekerheidsrecht
De zogenoemde bed-bad-broodvoorziening is voor verzoeker beschikbaar is, daarom geen spoedeisend belang voor…
Centrale Raad van Beroep, 15 juni 2016
ECLI:NL:CRVB:2016:2561 · Centrale Raad van Beroep · 15 juni 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-crvb-2016-2561
Zaakgegevens
Op 15 juni 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 juni 2016
- Datum publicatie
- 8 juli 2016
- Zaaknummer
- 16/2680-VV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2016:2561
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De zogenoemde bed-bad-broodvoorziening is voor verzoeker beschikbaar is, daarom geen spoedeisend belang voor treffen voorlopige voorziening. Verzoek kennelijk ongegrond.
Uitspraak
16/2680-VV
Datum uitspraak: 15 juni 2016
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening
Partijen:
[Verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen (college)
PROCESVERLOOP
Namens verzoeker heeft mr. J. Klaas, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 16 februari 2016, 15/3362.
Op 26 april 2016 heeft mr. W.G. Fischer, advocaat, namens verzoeker een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
OVERWEGINGEN
1. Ingevolge de artikelen 8:104, eerste lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verbinding met artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Verzoeker heeft kort samengevat naar voren gebracht dat van hem niet kan worden verwacht om gebruik te maken van opvang in de vrijheidsbeperkende locatie in [naam locatie]. Het verzoek strekt er toe dat het college wordt opgedragen aan verzoeker op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 opvang te bieden.
3. Het college heeft verzoeker bij besluit van 19 februari 2015 in aanmerking gebracht voor een zogenoemde bed-bad-broodvoorziening. Voorts is ter zitting van de rechtbank van
19 januari 2016 namens het college meegedeeld dat deze voorziening voor verzoeker beschikbaar is. Gelet hierop bestaat er geen spoedeisend belang om hangende de bodemprocedure een voorlopige voorziening te treffen. Er is geen aanleiding voor het oordeel dat verzoeker geen gebruik zou kunnen maken van de bed-bad-broodvoorziening in afwachting van de uitspraak in de bodemprocedure.
4. Het verzoek om een voorlopige voorziening is kennelijk ongegrond, zodat de voorzieningenrechter, gelet op artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak kan doen zonder zitting.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2016.
(getekend) H.J. de Mooij
(getekend) P. Boer