Socialezekerheidsrecht

Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Toewijzing verzoek om toepassing van art. 8:81 Awb. Het Zorgkantoor is…

Centrale Raad van Beroep, 30 november 2016

Zaakgegevens

Op 30 november 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30 november 2016
Datum publicatie
11 januari 2017
Zaaknummer
16/5891 WLZ-PV
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2016:5146
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Toewijzing verzoek om toepassing van art. 8:81 Awb. Het Zorgkantoor is opgedragen om nader onderzoek te verrichten naar de aanspraak van verzoekster op meer zorg als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid, van het Besluit langdurige zorg en na afronding van dit onderzoek een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. De voorlopige voorziening wordt getroffen om verzoekster in staat te stellen meer zorg in de tussentijd te financieren.

Uitspraak

16/5891 WLZ-PV

Datum uitspraak: 30 november 2016

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening

Partijen:

[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)

Stichting Zorgkantoor Menzis (Zorgkantoor)

Zitting hebben: R.M. van Male als voorzitter en J.P.A. Boersma en

N.R. Docter als leden

Griffier: M.S.E.S. Umans

Ter zitting zijn verschenen:

Namens verzoekster: mr. B.J. van Beek

Namens het Zorgkantoor: mr. B.T.J.A. van Aalst en E. Wietsma MSc

BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep

  • wijst het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht toe;

  • draagt het Zorgkantoor op om budgetruimte vrij te maken voor het verstrekken van een voorschot aan verzoekster van € 10.000,- per maand met ingang van 1 december 2016 tot uiterlijk 1 juni 2017;

  • bepaalt dat het Zorgkantoor het door verzoekster betaalde griffierecht van € 124,- aan haar vergoedt;

  • veroordeelt het Zorgkantoor in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 992,-.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

Ter zitting van 30 november 2016 heeft de Raad het onderzoek in de zaken 16/5109 WLZ en 16/5110 WLZ geschorst. Het Zorgkantoor is opgedragen om nader onderzoek te verrichten naar de aanspraak van verzoekster op meer zorg als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid, van het Besluit langdurige zorg en na afronding van dit onderzoek een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. De voorlopige voorziening wordt getroffen om verzoekster in staat te stellen meer zorg in de tussentijd te financieren.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) M.S.E.S. Umans (getekend) R.M. van Male

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep

SS