Socialezekerheidsrecht
De Raad wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Centrale Raad van Beroep, 18 maart 2025
ECLI:NL:CRVB:2025:573 · Centrale Raad van Beroep · 18 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-crvb-2025-573
Zaakgegevens
Op 18 maart 2025 heeft de Centrale Raad van Beroep in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 maart 2025
- Datum publicatie
- 15 april 2025
- Zaaknummer
- 24/2620 PW-VV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2025:573
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De Raad wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Uitspraak
24/2620 PW-VV
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
Uitspraak op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Datum uitspraak: 18 maart 2025
PROCESVERLOOP
Namens verzoeker heeft mr. M. Kaplan beroep ingesteld tegen het besluit van het college van 29 juli 2024 (bestreden besluit). Die zaak is geregistreerd onder nummer 24/1889 PW.
Verzoeker heeft verzocht om in verband met het hoger beroep een voorlopige voorziening te treffen. Die zaak is geregistreerd onder nummer 24/2620 PW-VV.
Het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen is behandeld op de zitting van 4 februari 2025. Voor appellant is mr. Kaplan verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.M. Tang.
De Raad heeft vandaag uitspraak gedaan op het beroep.
OVERWEGINGEN
Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht kan, indien tegen een besluit beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de bevoegde bestuursrechter, dus in dit geval van de Raad, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Met de uitspraak van vandaag in de zaak 24/1889 PW heeft de Raad definitief beslist op het beroep en het bestreden besluit in stand gelaten. Daarmee is het geding in die zaak geëindigd.
Dit betekent dat voor het treffen van een voorlopige voorziening geen reden is. Het verzoek daartoe wordt daarom afgewezen.
BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door K.M.P. Jacobs, in tegenwoordigheid van S. van Pelt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2025.
(getekend) K.M.P. Jacobs
(getekend) S. van Pelt