Bestuursrecht overig
TVL, mondelinge uitspraak, verzet ongegrond.
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17 maart 2025
ECLI:NL:CBB:2025:224 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 17 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-cbb-2025-224
Zaakgegevens
Op 17 maart 2025 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 17 maart 2025
- Datum publicatie
- 2 april 2025
- Zaaknummer
- 23/482
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2025:224
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
TVL, mondelinge uitspraak, verzet ongegrond.
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/482
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2025 op het verzet van
[naam] , te [woonplaats] (onderneming), waarvoor aanwezig is mr. drs. ing. F.H.R. Levels
Rechter: mr. R.W.L. Koopmans
Griffier: mr. A.A. Dijk
Beslissing
Het College verklaart het verzet ongegrond.
Overwegingen
-
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van de minister van Economische Zaken van 22 december 2022. In dat besluit heeft de minister het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend. Het College heeft het beroep met de uitspraak van 24 december 2024 met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dus zonder zitting, ongegrond verklaard.
-
In verzet stelt de onderneming opnieuw dat de minister op basis van de gecorrigeerde btw-aangifte tot een inhoudelijke beslissing had kunnen komen en de subsidie ambtshalve had kunnen corrigeren. De onderneming betwist niet dat zij haar bezwaarschrift te laat heeft ingediend. De onderneming heeft in verzet niets aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de uitspraak van 24 december 2024 niet juist is. Het verzet is daarom ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.A. Dijk