Bestuursrecht overig
TVL, mondelinge uitspraak, verzet ongegrond.
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17 maart 2025
ECLI:NL:CBB:2025:226 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 17 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-cbb-2025-226
Zaakgegevens
Op 17 maart 2025 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 17 maart 2025
- Datum publicatie
- 2 april 2025
- Zaaknummer
- 23/844
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2025:226
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
TVL, mondelinge uitspraak, verzet ongegrond.
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/844
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2025 op het verzet van
[naam] , te [woonplaats] (onderneming)
Rechter: mr. R.W.L. Koopmans
Griffier: mr. A.A. Dijk
Beslissing
Het College verklaart het verzet ongegrond.
Overwegingen
-
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van de minister van Economische Zaken van 13 februari 2023. In dat besluit heeft de minister het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend. Het College heeft het beroep met de uitspraak van 23 april 2024 met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dus zonder zitting, ongegrond verklaard.
-
In verzet stelt de onderneming dat zij bij haar btw-aangifte een bedrag in het verkeerde kwartaal heeft vermeld, waardoor de subsidie op nihil is vastgesteld. Had zij deze fout niet gemaakt, dan zou er nooit een discussie zijn ontstaan over een wel of niet ontvangen vaststellingsbesluit of notificatiebericht. De onderneming heeft hiermee niets aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de uitspraak van 23 april 2024 niet juist is. Het verzet is daarom ongegrond.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.A. Dijk