Bestuursrecht overig

TVL, mondelinge uitspraak, verzet ongegrond.

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17 maart 2025

Zaakgegevens

Op 17 maart 2025 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
17 maart 2025
Datum publicatie
2 april 2025
Zaaknummer
22/2084
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:CBB:2025:227
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

TVL, mondelinge uitspraak, verzet ongegrond.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/2084

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2025 op het verzet van

[naam 1] handelend onder de naam [naam 2] , te [woonplaats] (ondernemer)

Rechter: mr. R.W.L. Koopmans

Griffier: mr. A.A. Dijk

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.

Overwegingen

  1. De ondernemer heeft beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken van 22 augustus 2022. Het College heeft het beroep met de uitspraak van 10 januari 2023 met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dus zonder zitting, niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingesteld.

  2. In verzet stelt de ondernemer dat het College ten onrechte verwacht dat het voor iedereen mogelijk is om een correcte brief te schrijven, onder de druk van schulden. De ondernemer heeft dat uit handen moeten geven aan zijn boekhouder en daar is waarschijnlijk de vertraging ontstaan.

  3. Het College begrijpt dat de coronaperiode een zware tijd voor de ondernemer is geweest. Het was echter zijn eigen verantwoordelijkheid om op tijd een beroepschrift in te dienen. De onderneming heeft in verzet niets aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de uitspraak van 10 januari 2023 niet juist is. Het verzet is daarom ongegrond.

w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.A. Dijk