Bestuursrecht overig

Verzet ongegrond. De ondernemer voert aan dat hij tijdig bezwaar heeft gemaakt, maar kan dit niet aannemelijk…

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 13 maart 2025

Zaakgegevens

Op 13 maart 2025 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
13 maart 2025
Datum publicatie
3 april 2025
Zaaknummer
23/1285
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:CBB:2025:237
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzet ongegrond. De ondernemer voert aan dat hij tijdig bezwaar heeft gemaakt, maar kan dit niet aannemelijk maken. Er is niet gebleken van zodanig bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 23/1285

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2025 op het verzet van


[naam 1] handelend onder de nam [naam 2] , te [woonplaats] , (ondernemer).

De ondernemer is aanwezig, bijgestaan door G. Spreeuwenberg. Voor de minister van Economische Zaken is aanwezig mr. P. van Veen.


Rechter: mr. M. Schoneveld

Griffier: mr. I.E. van de Geest

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.

Overwegingen

1. Het College heeft met de uitspraak van 16 juli 2024 met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep van de ondernemer tegen het besluit van de minister van 15 mei 2023 ongegrond verklaard. Het College heeft geoordeeld dat de minister het bezwaar tegen het besluit over de subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal (Q4) van 2021 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens termijnoverschrijding.

2 In verzet heeft de ondernemer aangevoerd dat hij op 14 november 2022 en daarmee tijdig bezwaar heeft gemaakt. Hij kan dit echter niet aannemelijk maken. Er is niet gebleken van zodanige bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken.

3 Het verzet slaagt daarom niet. De uitspraak van 16 juli 2024 blijft in stand. Dit betekent dat de procedure hiermee is geëindigd.

w.g. M. Schoneveld w.g. I.E. van de Geest