Socialezekerheidsrecht

Hoger beroep te laat ingesteld, niet-ontvankelijk.

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 15 april 2026

Zaakgegevens

Op 15 april 2026 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Datum uitspraak
15 april 2026
Datum publicatie
16 april 2026
Zaaknummer
CUR2026H00021
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:OGHACMB:2026:69
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hoger beroep te laat ingesteld, niet-ontvankelijk.

Uitspraak

CUR2026H00021

Datum uitspraak: 15 april 2026

gemeenschappelijk hof van jusTitie

van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, na vereenvoudigde behandeling (artikel 79, eerste en vierde lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak, hierna: Lar), op het hoger beroep van:

[naam appellante],

appellante,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 10 december 2025 in zaak nr. CUR202501494, in het geding tussen:

appellante

en

de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de SVB)

Procesverloop

Bij ongedateerde beschikking, door appellante ontvangen in de week van 7 april 2025, heeft de SVB bepaald dat appellante geen recht heeft op tegemoetkomingen op grond van de Landsverordening Ongevallenverzekering.

Bij uitspraak van 10 december 2025 heeft het Gerecht het daartegen door appellante ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beschikking vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven.

Tegen deze uitspraak heeft appellante hoger beroep ingesteld.

Het Hof heeft een behandeling op een zitting achterwege gelaten met toepassing van artikel 79, eerste en vierde lid, van de Lar.

Overwegingen

  1. Appellante heeft op 22 januari 2026 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerecht van 10 december 2025. Dat is een dag na het verstrijken van de termijn uit artikel 76 van de Lar. Het Hof heeft appellante op 4 februari 2026 in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken een reden te geven voor deze termijnoverschrijding. Appellante heeft daarop niet gereageerd.

  2. Gelet op artikel 76 van de Lar, gelezen in samenhang met artikel 79, eerste en vierde lid, van de Lar ziet de voorzitter van het Hof hierin aanleiding om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.

  3. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De SVB hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, in tegenwoordigheid van mr. M. Buntjer, griffier.

w.g. Van Ettekoven

voorzitter

w.g. Buntjer

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026.

Partijen worden conform artikel 79, tweede lid, van de Lar, in verbinding met artikel 80, eerste lid, van de Lar, er op gewezen dat zij binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak daartegen schriftelijk verzet kunnen doen bij het Hof.