Vreemdelingenrecht
Verwijdering van en ontzegging van de binnenkomst in de Nederlandse Antillen voor drie jaar. De Gezaghebber…
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, 4 juni 2008
ECLI:NL:OGHNAA:2008:BG3631 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba · 4 juni 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gemeenschappelijk-hof-van-justitie-van-de-nederlandse-antillen-en-aruba/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-oghnaa-2008-bg3631
Zaakgegevens
Op 4 juni 2008 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Datum uitspraak
- 4 juni 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 168 HLAR 42/06
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGHNAA:2008:BG3631
Samenvatting
Verwijdering van en ontzegging van de binnenkomst in de Nederlandse Antillen voor drie jaar.
De Gezaghebber heef in redelijkheid appellante de binnenkomst kunnen ontzeggen.
Voorts is niet gebleken van objectieve belemmeringen voor appellante om haar familie- of gezinsleven in land van herkomst voort te zetten.
Aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitspraak
168 HLAR 42/06
Datum uitspraak: 4 juni 2007
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante], verblijvend in de Dominicaanse Republiek,
appellante,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 19 oktober 2006 in het geding tussen:
appellante
en
de Gezaghebber van het Eilandgebied Curaçao.
1. Procesverloop
Bij beschikking van 21 januari 2006 heeft de Gezaghebber van het Eilandgebied Curaçao (hierna: de Gezaghebber) de verwijdering van appellante gelast en haar voorts namens de Minister van Justitie voor drie jaar de binnenkomst in de Nederlandse Antillen ontzegd.
Bij uitspraak van 19 oktober 2006 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao (hierna: het Gerecht), het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief, bij het Hof ingekomen op 28 november 2006, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 22 januari 2006 (lees 2007) heeft de Gezaghebber van antwoord gediend.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 maart 2007, waar appellante in persoon, bijgestaan door [gemachtigde], en de Gezaghebber, vertegenwoordigd door mr. A.J. Nieuw, advocaat, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Appellante klaagt dat, samengevat weergegeven, het Gerecht heeft miskend dat een inreisverbod van drie jaar een te zware sanctie is, nu zij reeds door de scheiding van haar partner zwaar gestraft is voor haar onrechtmatige verblijf hier te lande. Het Gerecht heeft volgens appellante voorts ten onrechte haar beroep op humanitaire gronden verworpen. Haar partner woont en werkt op Curaçao en verblijf in de Dominicaanse Republiek is bezwaarlijk, omdat haar partner daar moeilijk een nieuwe baan zal kunnen vinden, aldus appellante.
2.1.1. In hetgeen appellante in beroep heeft aangevoerd heeft het Gerecht terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de Gezaghebber appellante niet in redelijkheid de binnenkomst in de Nederlandse Antillen voor drie jaar heeft kunnen ontzeggen. Voorts is niet gebleken van objectieve belemmeringen voor appellante om haar familie- of gezinsleven in de Dominicaanse Republiek voort te zetten. Dat haar partner, naar gesteld, hier te lande werk heeft en het niet zeker is dat hij daar ook werk zal vinden, levert zodanige belemmering niet op. De klacht faalt.
2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. W.P.M. ter Berg, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.
w.g. Ter Berg
Voorzitter
w.g. Martinez
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2007
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,