Strafrecht overig

Betref verzoek van veroordeelde om inzage in het volledige strafdossier. Hof oordeelt dat hij die inzage al…

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, 1 oktober 2010

Zaakgegevens

Op 1 oktober 2010 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Datum uitspraak
1 oktober 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
HAR-151/2010
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:OGHNAA:2010:BO0094
E-mail

Samenvatting

Betref verzoek van veroordeelde om inzage in het volledige strafdossier. Hof oordeelt dat hij die inzage al heeft gehad of had kunnen hebben tijdens de behandelingen van zijn strafzaak. Veroordeelde wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Nummer HAR-151/2010

Uitspraak 1 oktober 2010

HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

BESCHIKKING

gegeven op het op 19 augustus 2010 ter griffie ingediende verzoek ex art. 43 van het wetboek van Strafvordering ingesteld zijdens

[veroordeelde] (hierna de veroordeelde),

geboren op [datum] 1959 op Curaçao,

thans alhier gedetineerd op Sint Maarten.

1. Het onderzoek van de zaak

Deze beschikking is gegeven naar aanleiding van de behandeling van het beroep in raadkamer op 29 september 2010 op Sint Maarten. Verschenen en gehoord zijn de veroordeelde, zijn gemachtigde mr. H.M. van Rossum en de procureur-generaal mr. A.C. van der Schans, die tot niet-ontvankelijkverklaring heeft geconcludeerd. Beschikking is aangezegd en bepaald op heden.

2 De feiten

De feiten voor zover relevant zijn als volgt. De veroordeelde is door het Hof alhier bij vonnis van 9 januari 2001 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Bij arrest van 18 december 2001, nr. 02077/01 A, heeft de Hoge Raad de veroordeelde niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep.

De veroordeelde verzoekt thans, samengevat, inzage in het volledige strafdossier, inclusief uitspraken, processen-verbaal van terechtzittingen en betekeningsexploten omdat, kort gezegd, hij niet in staat zou zijn gesteld om cassatieberoep aan te tekenen en cassatiemiddelen voor te stellen en omdat, zie onder 8 van zijn verzoek, hem geen enkel stuk van zijn cassatie, behalve het arrest van de Hoge Raad, zou zijn uitgereikt.

3. De beoordeling

Om ontvankelijk te zijn in een op de voet van art. 43 Sv ingediend verzoek dient er in elk geval sprake te zijn van een geval, waarin het belang van een goede strafrechtsbedeling een voorziening dringend noodzakelijk maakt.

Wat dat betreft heeft de raadsvrouwe tijdens de behandeling van het verzoek verklaard enkele jaren geleden aan het Hof inzage in het dossier van de veroordeelde te hebben gevraagd. Haar is toen meegedeeld dat het dossier niet is te vinden. Ook uit de bij het verzoek gevoegde bijlage drie, een schrijven van de raadsvrouwe van 11 augustus 2009 aan de President van dit Hof, blijkt dat de veroordeelde al lange tijd probeert inzage in zijn strafdossier te krijgen. De veroordeelde is dus al enige jaren bezig om inzage in zijn strafdossier te verkrijgen, een inzage die hij al heeft gehad of kunnen hebben tijdens de behandelingen van zijn strafzaak. De veroordeelde heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd, en het Hof heeft dergelijke feiten of omstandigheden evenmin kunnen vaststellen, op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een geval, waarin het belang van een goede strafrechtsbedeling een voorziening dringend noodzakelijk maakt, zodat de veroordeelde alleen al daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzoek.

DE BESLISSING

Het Hof:

verklaart veroordeelde niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

Deze beschikking is gegeven op 1 oktober 2010 op Sint Maarten door mrs. J.R. Sijmonsma, P.E. de Kort en J.P. de Haan, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, in tegenwoordigheid van de griffier.