Arbeidsrecht

EJ. Arbeid. Tussenbeschikking. Artikel 141 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 23 januari 2018

Zaakgegevens

Op 23 januari 2018 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Datum uitspraak
23 januari 2018
Datum publicatie
15 februari 2018
Zaaknummer
E.J. 3033 van 2016 \ AUA201600989
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:OGEAA:2018:62
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Uitspraak

Beschikking van 23 januari 2018

Behorend bij E.J. 3033 van 2016 \ AUA201600989

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[Verzoeker],

te Aruba,

hierna ook te noemen: [verzoeker],

gemachtigde: de advocaat mr. E.H.J. Martis,

tegen:

de naamloze vennootschap

CELLTAR N.V,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Celltar,

gemachtigde: de advocaat mr. C.H. Lejuez.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de tussenbeschikking d.d. 4 juli 2017;

- het proces-verbaal van de enquête d.d. 15 september 2017;

- het proces-verbaal van de contra-enquête d.d. 25 september 2017;

- de conclusie na enquête zijdens Celltar;

- de antwoordconclusie na enquête zijdens [verzoeker].

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven.

2 DE VERDERE BEOORDELING

2.1

Getuige [naam getuige] heeft tijdens het verhoor verklaard dat in de periode waarop de vordering van [verzoeker] betrekking heeft een fiscaal boekenonderzoek heeft plaatsgevonden en daarvan een rapport is opgemaakt. [verzoeker] beklaagt zich er in de conclusie na enquête over dat dat rapport niet is overgelegd.

2.2

Op voet van artikel 141 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal het gerecht Celltar gelasten dat rapport in het geding te brengen nu dat behulpzaam kan zijn bij de beslissing van het geschil. Partijen, [verzoeker] als eerste, kunnen zich daarna over dat rapport nader uitlaten in een conclusie na tussenvonnis.

2.3

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

beveelt Celltar om het rapport als bedoelt onder 2.1 over te leggen;

verwijst de zaak daarvoor naar de zitting van 20 februari 2018 (geen uitstel);

verstaat dat partijen, [verzoeker] als eerste, nadien schriftelijk op dit rapport mogen reageren;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 23 januari 2018 in aanwezigheid van de griffier.