Civiel recht overig

Civiel. Verzet. Kwaad opposant.

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 9 oktober 2019

Zaakgegevens

Op 9 oktober 2019 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
9 oktober 2019
Datum publicatie
18 oktober 2019
Zaaknummer
AUA201900765
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:OGEAA:2019:663
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Civiel. Verzet. Kwaad opposant.

Uitspraak

Vonnis van 9 oktober 2019

Behorend bij B.B. nr. AUA201900765

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS op het verzet van:

[Opposante],

wonende in Aruba,

opposante,

hierna ook te noemen: [opposante],

procederend in persoon,

tegen:

[Geopposeerde],

wonende in Aruba,

geopposeerde,

hierna ook te noemen: [Geopposeerde],

gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 22 oktober 2018 ter griffie ingediende (oorspronkelijke) verzoekschrift van [Geopposeerde], met producties;

- het bij verstek uitgesproken betalingsbevel van dit Gerecht van 6 februari 2019 onder zaaknummer B.B. AUA201803344 (hierna: het betalingsbevel waarvan verzet), waarbij [opposante] uitvoerbaar bij voorraad is bevolen tot betaling aan [Geopposeerde] van Afl. 7.073,-- te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 13 mei 2018 en met Afl. 750,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, alsmede tot betaling aan [opposante] van Afl. 550,-- aan proceskosten;

- de op 7 maart 2019 per fax en op 8 maart 2019 fysiek ter griffie ingediende conclusie van eis in oppositie annex verzetschrift van [opposante], met één productie;

- de conclusie van antwoord in oppositie van [Geopposeerde];

- de tegen [opposante] verleende akte van niet dienen van een conclusie van repliek in oppositie.

1.2

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN IN OPPOSITIE

2.1 [

opposante] vordert dat het Gerecht (zo het begrijpt) bij vonnis haar goed opposant verklaart, het betalingsbevel waarvan verzet vernietigt en - opnieuw rechtdoende - de oorspronkelijke vorderingen van [Geopposeerde] afwijst, kosten rechtens.

2.2 [

Geopposeerde] voert verweer en concludeert - zo het Gerecht begrijpt - tot afwijzing van het door [opposante] verzochte en tot bevestiging van het betalingsbevel waarvan verzet.

2.3

Voor zover voor de beslissing van belang worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING IN OPPOSITIE

3.1

Uit de stukken blijkt dat het betalingsbevel waarvan verzet is betekend aan [opposante] op 21 februari 2019 en dat [opposante] haar verzetschrift op 7 maart 2019 per fax heeft ingediend bij de griffie van dit Gerecht. Dat betekent dat [opposante] binnen de daartoe geldende wettelijke termijn van 14 dagen verzet heeft ingesteld, en daarom ontvankelijk is in dat verzet. Het (impliciete) ontvankelijkheidsverweer van [Geopposeerde] wordt verworpen.

3.2 [

opposante] heeft de in de conclusie van antwoord in oppositie neergelegde met producties onderbouwde stellingen van [Geopposeerde] niet (nader) bestreden. Dat brengt mee dat vast komt te staan dat [opposante] in hoofdsom Afl. 7.073,-- verschuldigd is aan [Geopposeerde] aan achterstallige huur met betrekking tot de woning gelegen in Aruba te [adres], te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 13 mei 2018. Evenmin heeft [opposante] de door [Geopposeerde] in haar als bijlage 1 overgelegde productie bij haar conclusie van antwoord in oppositie neergelegde stellingen ter zake van buitengerechtelijke incassokosten bestreden. Vast komt daarom verder te staan dat [opposante] te dezen het forfaitair vast te stellen bedrag ad Afl. 750,-- (1,5 punt, tarief 3, ad Afl. 500,-- per punt) verschuldigd is aan [Geopposeerde].

3.3

Vorenstaande brengt met zich dat [opposante] tot kwaad opposant zal worden verklaard en dat het betalingsbevel waarvan verzet zal worden bevestigd.

3.4 [

opposante] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de proceskosten van [Geopposeerde] in oppositie, tot aan deze uitspraak begroot op nihil omdat [Geopposeerde] in deze procedure niet werd bijgestaan door een daartoe door het Hof toegelaten professionele rechtsbijstandverlener.

4 DE BESLISSING IN OPPOSITIE

Het Gerecht:

-verklaart [opposante] tot kwaad opposant;

-bevestigt het betalingsbevel waarvan verzet;

-veroordeelt [opposante] in de proceskosten van [Geopposeerde] in oppositie, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op woensdag 9 oktober 2019.