Personen- en familierecht

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · Eerste aanleg - enkelvoudig · Personen- en familierecht

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 28 januari 2020

Zaakgegevens

Op 28 januari 2020 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Datum uitspraak
28 januari 2020
Datum publicatie
10 februari 2020
Zaaknummer
AUA201900792
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGEAA:2020:20
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Gezagswijziging

Uitspraak

Beschikking van 28 januari 2020

Behorend bij EJ nr. AUA201900792

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

[verzoeker] ,

wonende in Aruba,

VERZOEKER, hierna: de vader,

gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn,

tegen

[verweerster] ,

wonende in Aruba,

VERWEERSTER, hierna: de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg.

Belanghebbende:

[naam minderjarige], de minderjarige.

1 HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 21 mei 2019. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het rapport van de Voogdijraad van 14 oktober 2019,

- de mondelinge behandeling ter zitting van 26 november 2019, waar zijn verschenen de vader bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd en de moeder bij haar gemachtigde voornoemd. Namens de Voogdijraad is mevrouw [naam raadsonderzoeker] verschenen.

De uitspraak .

2 DE VERDERE BEOORDELING

2.1

Uit het rapport van de Voogdijraad kan worden vastgesteld dat ouders wel in staat zijn om te communiceren. De communicatie verloopt goed. De minderjarige dreigt niet klem te raken als de ouders met het gezamenlijk gezag belast worden. De moeder gaat thans ook akkoord met het advies van de Voogdijraad om ook de vader met het gezag over de minderjarige te belasten.

2.2

De ouders worden in staat geacht om zodanig met elkaar te communiceren dat zij tot onderlinge afspraken kunnen komen over de situaties die zich rond de minderjarige kunnen voordoen. Van partijen mag verwacht worden dat zij zich daarvoor zullen inzetten en het gerecht acht hen daartoe in staat. In het belang van de minderjarige zal het gerecht daarom partijen gezamenlijk belasten met het gezag over haar.

3 DE BESLISSING

Het gerecht:

bepaalt dat de vader, [verzoeker], voortaan gezamenlijk met de moeder, [verweerster], het gezag over [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in Aruba, zal uitoefenen,

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 28 januari 2020 in aanwezigheid van de griffier.