Civiel recht overig

Uitspraak 26 november 2012; JPJ BEHEER B.V. / VIA PARVA B.V. c.s.

Gerechtshof Amsterdam, 26 november 2012

Zaakgegevens

Op 26 november 2012 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26 november 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
200.110.128/01
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Advocaat
mr. A.J Beljaars-Vink, mr. W.E Moojen, mr. M.R Lauxtermann
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2012:BY9021
E-mail

Samenvatting

Uitspraak 26 november 2012; JPJ BEHEER B.V. / VIA PARVA B.V. c.s.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

BESCHIKKING in de zaak met nummer 200.110.128/01 OK van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JPJ BEHEER B.V.,

gevestigd te Riel,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. A.J. Beljaars-Vink, kantoorhoudende te Breda,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VIA PARVA B.V.,

gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ISOTRON SYSTEMS B.V.,

gevestigd te ’s-Hertogenbosch,

VERWEERSTERS,

advocaat: mr. W.E. Moojen, kantoorhoudende te Amersfoort,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEYENHAGEN B.V.,

gevestigd te Groenekan,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HILDERINK B.V.,

gevestigd te Groenekan,

3. Marcel Alexander VAN DER LAAN,

wonend te Groenekan,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. M.R. Lauxtermann, kantoorhoudende te Amsterdam.

1. Het verloop van het geding

1.1 Partijen zullen hierna onderscheidenlijk JPJ, Via Parva, Isotron, Meyenhagen, Hilderink en Van der Laan worden genoemd.

1.2 Via Parva en Isotron tezamen zullen worden aangeduid als Via Parva c.s.; Meyenhagen, Hilderink en Van der Laan tezamen zullen worden aangeduid als Meyenhagen c.s.

1.3 Bij verzoekschrift met producties, ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 19 juli 2012, heeft JPJ de Ondernemingskamer verzocht – zakelijk weergegeven – bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Via Parva en Isotron vanaf 2 maart 2011 tot 19 juli 2012. Zij heeft tevens verzocht om bij wijze van onmiddellijke voorzieningen, voor de duur van het geding, (i) het emissiebesluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van 20 april 2012 te schorsen, (ii) Van der Laan te schorsen als bestuurder van Via Parva en Isotron, met benoeming van een onafhankelijk bestuurder met doorslaggevende stem, (iii) een raad van commissarissen in te stellen en te bepalen dat besluiten die strekken tot emissie van aandelen, de voorafgaande toestemming behoeven van deze raad, dan wel slechts met algemene stemmen genomen kunnen worden in een aandeelhoudersvergadering waarin het gehele geplaatste kapitaal aanwezig is, en (iv) zodanige voorzieningen te treffen als de Ondernemingskamer geboden acht, een en ander met hoofdelijke veroordeling van Via Parva c.s. in de kosten van het geding.

1.4 Via Parva c.s. hebben bij op 6 september 2012 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, primair, JPJ in haar verzoeken niet-ontvankelijk te verklaren en, subsidiair, de verzoeken van JPJ af te wijzen, met veroordeling van JPJ in de kosten van het geding.

1.5 Meyenhagen c.s. hebben bij op 6 september 2012 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties verzocht, zo begrijpt de Ondernemingskamer, primair, om de verzoeken af te wijzen en, subsidiair voor het geval de Ondernemingskamer het verzoek een onderzoek te bevelen toewijst, bij wijze van onmiddellijke voorziening voor de duur van het geding de aandelen die JPJ houdt in Via Parva ten titel van beheer over te dragen aan een onafhankelijke derde, teneinde die derde een minnelijke oplossing te doen beproeven, althans in onderhandeling te treden met (onder meer) Meyenhagen over de verkoop aan haar van het belang van JPJ in Via Parva.

1.6 De verzoeken zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 20 september 2012. De advocaten hebben de standpunten van partijen toegelicht aan de hand van – aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen overgelegde – pleitaantekeningen. Partijen hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord.

2. De feiten

De Ondernemingskamer gaat uit van de volgende feiten:

2.1 M.A. (Marcel) van der Laan is sedert maart 2001 bestuurder met de titel ‘algemeen directeur’ van Isotron, destijds Geveke Industrial B.V. geheten. Deze vennootschap was toen een onderdeel van het beursgenoteerde Geveke-concern.

2.2 In september 2001 heeft Van der Laan J.P.J. (Hans) Kleijnen als controller van Isotron aangetrokken.

2.3 In 2005 zijn alle aandelen in Isotron verworven door Drywood B.V., een persoonlijke houdstervennootschap van mr. E. Dorhout Mees en werd de naam Geveke Industrial B.V. gewijzigd in Isotron. Vervolgens, eveneens in 2005, heeft Meyenhagen tegen betaling van

€ 75.000 van Drywood B.V. een belang van 10% in Isotron verworven. De aandelen in Meyenhagen worden gehouden door Hilderink Beheer B.V. (hierna: Hilderink) en de aandelen in Hilderink worden gehouden door Van der Laan. Bestuurder van Meyenhagen is sedert haar oprichting Hilderink en bestuurder van Hilderink is Van der Laan.

2.4 In oktober 2007 zijn gesprekken gevoerd over een wijziging in het aandeelhouderschap met betrekking tot Isotron. In dat kader heeft ESJ Accountants & Belastingadviseurs (hierna: ESJ) een memorandum, gedateerd 24 oktober 2007 en gericht aan Isotron/Kleijnen, opgesteld, waarin onder meer het volgende is vermeld:

“O. Inleiding

In de bespreking van 12 oktober jl. [is] een aantal zaken aan de orde gekomen inzake de herstructurering van [Isotron] (…).

B. Renteaftrekbeperkingen

De Nederlandse wetgeving kent (…) een aantal bepalingen die de renteaftrek beperken. Bij de Isotron-groep kunnen naar onze mening de volgende renteaftrekbeperkingen een rol gaan spelen.

- Artikel 10 a Wet op de vennootschapsbelasting

(…)

- Artikel 10d Wet op de vennootschapsbelasting”.

2.5 Op 24 oktober 2007 hebben Meyenhagen en JPJ – de persoonlijke houdstervennootschap van Kleijnen – Via Parva opgericht. Blijkens de akte van oprichting bestond het geplaatste kapitaal van Via Parva uit 18.000 aandelen van € 1, waarvan tegen storting in geld 10.800 aandelen (60%) zijn verkregen door Meyenhagen en 7.200 aandelen (40%) door JPJ.

2.6 In de akte van oprichting van Via Parva is voorts onder meer het volgende bepaald:

“Kapitaal en aandelen

Artikel 3

(…)

3. Bij de uitgifte van aandelen heeft iedere aandeelhouder een recht van voorkeur naar evenredigheid van het gezamenlijk bedrag van zijn aandelen, behoudens het bepaalde in de wet. Het recht van voorkeur is niet overdraagbaar.

(…)

Bestuur

Artikel 10

(…)

3. Het salaris der directeuren wordt vastgesteld door de algemene vergadering van aandeelhouders.

(…)

Jaarrekening

Artikel 12

(…)

2. De vennootschap verleent aan een accountant de opdracht tot onderzoek van de jaarrekening. Tot het verlenen van de opdracht is de algemene vergadering van aandeelhouders bevoegd. Gaat deze daartoe niet over, dan komt de directie deze bevoegdheid toe. (…)”

2.7 Via Parva heeft voor in totaal € 2.900.000 het 90% belang van Drywood B.V. in Isotron verworven. De koopprijs werd – naar de Ondernemingskamer begrijpt – voor

€ 18.000 gefinancierd uit het eigen vermogen van Via Parva, uit een door Fortis aan Via Parva verstrekt krediet van € 2.080.000, uit een lening van Isotron aan Via Parva

van € 420.000, alsmede voor € 382.000 door twee achtergestelde leningen van Meyenhagen en JPJ van elk € 191.000. Voor het krediet van Fortis is aan de bank een pandrecht verleend op de aandelen in Isotron en hebben Van der Laan en Kleijnen zich ieder voor € 50.000 als borg gesteld. De achtergestelde lening van Meyenhagen is met € 30.000 tot € 221.000 verhoogd.

2.8 Vervolgens heeft Via Parva voor € 322.222 ook het 10%-belang van Meyenhagen in Isotron verworven. Via Parva is de koopprijs aan Meyenhagen schuldig gebleven in de vorm van een achtergestelde lening van Meyenhagen van € 322.222. Sinds deze transactie is Via Parva enig aandeelhouder van Isotron.

2.9 Vanaf de oprichting van Via Parva waren Meyenhagen en Kleijnen haar bestuurders.

De activiteiten van Via Parva bestaan uitsluitend uit het houden van het 100%-belang in Isotron.

2.10 Isotron houdt zich bezig met de in- en verkoop van componenten op het gebied van industriële automatisering voor de handel en industrie, zoals regelaars, leesapparatuur, sensoren, bedieningspanelen, monitoren, en dergelijke.

2.11 Na de verwerving van Isotron door Via Parva zijn Van der Laan en Kleijnen benoemd tot bestuurders van Isotron met de titel van algemeen directeur respectievelijk financieel directeur.

2.12 In een notitie van Kleijnen aan Van der Laan van 12 januari 2010 is onder meer het volgende vermeld:

“Subject: thin cap regeling

(…)

Wat is het probleem

Wanneer er te veel vreemd vermogen in een onderneming zit, dan is de rente aan gelieerde partijen niet aftrekbaar (in casu: Hilderink, Meyenhagen, JPJ).

Fiscus stelt zich daar steeds formeler in op en waar het in het verleden met een goed verhaal geregeld werd, moet het nu daadwerkelijk correct ingericht gaan worden. Over de afgelopen jaren werd de gereserveerde rente op de fiscale winst in mindering gebracht (ong 60k in 2008). Daar gaan we in de toekomst niet meer mee weg komen en we moeten belasting gaan betalen.

(…)

Oplossing

Vergroot het eigen vermogen. Hoe: Zet een deel van de achtergestelde lening om in agio (= toevoeging aan eigen vermogen) en zet een deel van de achtergestelde lening om in cumulatief preferent aandelenkapitaal (…).”

2.13 In een e-mail van W. Koreman van ESJ aan Kleijnen en Van der Laan van 29 maart 2010 is onder meer het volgende vermeld:

“*Bosal-problematiek

Boudewijn [Ondernemingskamer: Boudewijn den Haan, een accountant werkzaam bij ESJ] gesproken, hij gaf aan dat [Van der Laan] e.e.a. on hold zou hebben gezet? E.e.a. in afwachting van ook mogelijke notariële activiteiten (…).

Ik heb aangegeven dat hij dit met [Van der Laan] zelf wederom dient op te nemen. Immers dit punt (omzetten lening in ak) kan gewoon worden voortgezet.

* aandelenverhouding Marcel/Hans K.

Aan Hans is aangegeven dat ik alleen hierin het belang van Marcel van der Laan zal vertegenwoordigen. ”

2.14 In een e-mail aan Koreman van ESJ van 29 maart 2010 heeft Van der Laan onder meer als volgt gereageerd:

“T.a.v. het punt Bosal laat ik de zaak integraal bij [Kleijnen] liggen. Ik heb mij volgens mij NIET uitgelaten bij Boudewijn over Bosal want dan zou ik mij bemoeien met zaken die ik in zijn totaliteit amper overzie.”

2.15 Later diezelfde dag heeft Kleijnen in een e-mail aan B. [Boudewijn] Den Haan onder meer het volgende geschreven:

“Tot nog toe heb ik begrepen dat de rente die Meijenhagen en JPJ Beheer in rekening brengen nog wel fiscaal aftrekbaar is, maar dat die aftrekbaarheid ervan af gaat. Het gaat dan in totaal om ongeveer 60k aan rente.

Als we het niet omzetten naar aandelen kapitaal, dan zal 60k niet aftrekbaar zijn -> 20%-25%: meer belasting betalen.

Als we het wel omzetten naar AK, dan hebben we geen 60k aan rentekosten, daarmee een winststijging -> betalen we 20%-25% meer belasting.

Waar zit mijn winst?”.

2.16 In april 2010 zijn Meyenhagen en JPJ een nieuw samenwerkingsverband aangegaan in FinchCom B.V. (hierna: Finchcom). Meyenhagen verkreeg 75% van de aandelen in Finchcom en JPJ 25%. Tot bestuurder van Finchcom werd S. van der Arend benoemd.

2.17 Medio 2010 heeft Van der Laan aan Kleijnen medegedeeld dat de in 2007 tot stand gekomen verdeling van de aandelen in Via Parva tussen hem en Kleijnen zijns inziens geen juiste afspiegeling vormt van de investeringen die zij – via Meyenhagen respectievelijk JPJ – in Via Parva hadden gedaan.

2.18 In de maanden april – mei 2010 hebben Kleijnen en Van der Laan overleg gevoerd om te komen tot een overdracht van de aandelen van Kleijnen in Via Parva aan Meyenhagen en tot een beëindiging van het dienstverband van Kleijnen met Isotron. Dit overleg heeft niet tot een overdracht van de aandelen van Kleijnen geleid.

2.19 Een stuk gedateerd 6 december 2010 en voorzien van een logo van Schleicher control systems bevat een concept “Agency Agreement” tussen Isotron en Schleicher Electronic GmbH & Co. KG (hierna: Schleicher) betreffende het aan Isotron toe te kennen recht om in een bepaald gebied producten van Schleicher te verkopen.

2.20 In juni 2011 hebben Van der Arend voornoemd en Finchcom Aquila Automotion B.V. opgericht (hierna: Aquila).

2.21 Kleijnen is per 1 juni 2011 door E.M. Kuijsten vervangen als bestuurder van Isotron.

In september 2011 is Kleijnen ontslagen als statutair bestuurder van Via Parva en zijn de arbeidsovereenkomsten tussen Kleijnen en Via Parva respectievelijk Isotron ontbonden. Voorts is Kuijsten op 27 september 2011 benoemd tot gevolmachtigde/procuratiehouder van Via Parva.

2.22 Uit de jaarrekening 2011 van Via Parva blijkt dat haar eigen vermogen per ultimo 2011

-/- € 130.277 en per ultimo 2010 € 41.457 bedroeg.

2.23 Bij brief van Via Parva van 5 april 2012 zijn JPJ en Meyenhagen uitgenodigd voor het bijwonen van een algemene vergadering van aandeelhouders (hierna met ava aan te duiden) van Via Parva, te houden op 20 april 2012. In deze brief is onder meer het voorstel vermeld om tot uitgifte van aandelen over te gaan “teneinde daarmee de balanspositie van de vennootschap te versterken”. De bij deze brief gevoegde agenda houdt in als agendapunt 5 “Voorstel van de directie tot uitgifte van 23.750 nieuwe aandelen in het kapitaal van Via Parva tegen een koers van € 40,- per aandeel;”, als agendapunt 6 “Voorstel tot vaststelling van de termijn waarbinnen de aandeelhouders kennis dienen te hebben gegeven aan de directie van het aantal aandelen waarvoor die aandeelhouder gegadigde is op uiterlijk 19 mei 2012;” en als agendapunt 7 “Voorstel tot vaststelling van de voorwaarden van de uitgifte van de aandelen, als volgt: (…);”.

2.24 Bij brief van eveneens 5 april 2012 zijn de aandeelhouders van Via Parva uitgenodigd tot het bijwonen van een bijzondere algemene vergadering van aandeelhouders. De bij deze uitnodiging gevoegde agenda vermeldt als punt 4 “Voorstel aan de vergadering om geen opdracht te verlenen aan een accountant om de jaarrekening 2011 te onderzoeken maar deze bevoegdheid over te laten aan de directie;”.

2.25 In een brief van 17 april 2012 van mr. Beljaars-Vink namens JPJ aan Meyenhagen, Isotron en Via Parva, is onder meer het volgende vermeld:

“De geplande aandeelhoudersvergaderingen

(…)

Voorgenomen emissie van aandelen

(…) uitgifte van 23.750 aandelen tegen een koers van € 40. Aan wie de vennootschap die zou willen uitgeven en waarom een dergelijk omvangrijk bedrag nodig is, is niet helder. Ik neem toch aan dat daarover wel op zijn minst ideeën bestaan omdat die uit te geven aandelen bij elkaar een waarde vertegenwoordigen van € 950.000.

(…)

In de toelichting op de agenda wordt vermeld dat deze emissie nodig zou zijn wegens het versterken van de balanspositie van Via Parva. Als dat de reden is, dan neemt cliënte aan (…) dat degene aan wie de aandelen worden uitgegeven deze volgestort zal aanvaarden en dus € 40 per aandeel betaalt. (…) Waarom de vennootschap maar liefst € 950.000 nodig zou hebben, lees ik niet terug.

(…) Overigens overweegt cliënte serieus om haar voorkeursrecht ex artikel 3 lid 3 van de statuten volledig te benutten indien deze voorgenomen emissie wordt doorgedrukt.” .

2.26 Van de ava van 20 april 2012 is een bandopname gemaakt. In de transcriptie van deze bandopname staat JPJ voor Kleijnen, EKU voor Kuijsten, GBU voor Van der Burg (een adviseur van Via Parva), MLA voor Van der Laan en PBE voor Bergmans (een collega van mr. Beljaars-Vink namens JPJ), en is onder meer het volgende vermeld:

“ MLA (…) Dan gaan we over naar punt 5 het is een voorstel van de directie tot uitgifte van nieuwe aandelen in het kapitaal van Via Parva (…).

PBE Ja, we hebben er wel vragen over, (…). Dat cliënt niet goed begrijpt wat de achterliggende gedachte is en wil weten waarom dit zo is voorgesteld om hierover te besluiten en wat dan de verder[e] consequenties zijn en hoe dat gaat vormgegeven worden. Worden de aandelen meteen volgestort? Wordt er dan afgesproken dat alleen nominale bedrag, ik noem maar wat, wordt betaald, en agio pas in een later stadium we weten eigenlijk niks, tenminste volgens mij weet de cliënt niks

(…)

PBE Dan is de eerste [vraag], (…) waarom, waar komt dit idee vandaan. Wat is de achterliggende gedachte.

MLA (…), we willen graag de balanspositie versterken van de vennootschap

PBE En dat kan niet op een andere manier dan [uitgifte] van aandelen?

MLA Geen idee

PBE Daar is niet over nagedacht of dat op een andere manier kan?

MLA Dat is niet in me opgekomen. Is dat relevant?

GBU Aandelen uitgeven is vroeger ook wel ter sprake gekomen volgens mij (…)

EKU Als je kijkt naar de jaarrekening, is het vermogen negatief geworden, dus versterking is daar wel heel nodig geworden.

(…)

JPJ (…) hoe komen we op de koers van 40 euro.

MLA Ik weet niet, dat moet leiden tot ronde bedragen geloof ik

JPJ Ja maar je moet toch op een gegeven moment daar iets over bedenken, daar moet toch een reden zijn? Wat is de reden daarvan? (…) waarom is het geen 100, waarom is het geen 3 euro

MLA Ja, ik weet het niet, het moet denk ik wel allemaal kunnen, het moet ook substantieel zijn, ik denk dat het zo ongeveer tot stand is gekomen.

(…)

PBE Er zal dan toch een achterliggende gedachte liggen achter die 40 EUR. Er is toch een plan ik neem aan dat er een soort plan is van nou, dit gaat niet goed eigen vermogen negatief, we hebben flink wat kosten (…). Daar zit toch een idee achter?

(…)

MLA (…) Benoem gewoon met je achterdocht wat je denkt dat er aan de hand is (…)

PBE Benoemen wat de achterdocht is, dat zijn geen vragen stellen. Ik heb geen achterdocht, (…) ik stel gewoon vragen (…) is er misschien een derde die interesse heeft in het bedrijf?

(…)

MLA (…) nee. (...) Heel formeel nee.

GBU Andere vraag die ik lees: wordt er gestort. (…)

MLA (…) Ja

PBE Dus bij uitgifte moet meteen de volle 40 euro betaald worden

MLA Ja

(…)

JPJ (…) je hebt je zin niet gekregen met die 15% die je gewoon gratis wilde hebben, heb je vervolgens een hele constructie opgetuigd om (…) uiteindelijk wel je zin te krijgen. En ik geloof (…) dat de uitgifte van de aandelen, die verwatering een deel uitmaakt van een plan (…). Ik wil dan gewoon weten, wat gebeurt er, en ik wil informatie hebben. (…)

PBE Is er een plan opgesteld over die uitgifte van aandelen, is daar advies over ingewonnen bij een accountant (…), of misschien heeft u daar wel berekeningen op toegepast, of, misschien dat het een idee is dat die stukken aan cliënt worden verstrekt. (…)

MLA We hebben geen andere beweging hier voorgesteld (…) dat is inderdaad om die balans te versterken (…). En berekeningen, volgens mij hebben we geen accountant geraadpleegd

(…)

PBE De aandeelhouders hebben voorkeursrechten. U hebt 60% en cliënt kan 40% van de aandelen kopen. Is dat ook uw bedoeling dat (…) er op die manier (…) geen verwatering plaatsvind, u heeft gezegd dat er geen derde in het vizier is

MLA Er is geen derde, Hans heeft zijn voorkeursrecht

(…)

EKU Nominale waarde van de aandelen zijn statutair vastgelegd (…)

JPJ Dat is dus 1 euro, wat gaat er met die reserve gebeuren? Wat zijn de plannen daarmee? (…) Er komt een enorme pot met geld, blikbaar 9 1/2 ton in Via Parva te staan. Wat gaat er met het geld gebeuren?

(…)

MLA (…) daar is echt niet over nagedacht.

(…)

EKU (…) Isotron heeft liquiditeiten nodig die op die manier beschikbaar komen.

(…)

MLA Ik ben voor. En op basis daarvan nemen we dat besluit conform het punt van de agenda.”.

2.27 De voorstellen die onder punt 5, 6 en 7 zijn vermeld in de agenda voor de ava van 20 april 2012 zijn met een meerderheid van 60% van de uitgebrachte stemmen aangenomen. De stemmen ten faveure van de voorstellen zijn alle uitgebracht op de indirect door Van der Laan in Via Parva gehouden aandelen.

2.28 JPJ heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om, gebruik makend van haar voorkeursrecht, in te schrijven op de door Via Parva uitgegeven aandelen. Meyenhagen heeft dat wel gedaan, voor een aantal van 14.250 aandelen.

2.29 Bij notariële akte van 1 juni 2012 heeft Via Parva aan Meyenhagen 14.250 aandelen, elk met een nominale waarde van € 1, uitgegeven onder de verplichting van Meyenhagen tot een storting in geld van in totaal € 570.000. Voort blijkt uit deze akte dat Via Parva zich ter zake van de voldoening door Meyenhagen aan de verplichting tot storting op de nieuw uitgegeven aandelen heeft beroepen op (gedeeltelijke) verrekening met twee achtergestelde leningen van Meyenhagen aan Via Parva. Deze verrekening betreft volledig, inclusief € 69.381 aan bijgeschreven rente, een lening van in totaal € 290.381, en gedeeltelijk, inclusief € 101.158 aan bijgeschreven rente, een lening van in totaal € 423.380. Op deze wijze is op de passiefzijde van de balans van Via Parva voor een bedrag van € 570.000 aan schulden (aan Meyenhagen) omgezet in kapitaal.

2.30 Na bovenvermelde emissie is Meyenhagen voor ruim 77% houder van de aandelen in Via Parva en JPJ nog voor ruim 22%.

3. De gronden van de beslissing

3.1 JPJ heeft gesteld dat er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid van Via Parva en Isotron te twijfelen en heeft daartoe, kort samengevat, bezwaren met betrekking tot de volgende onderwerpen aangevoerd:

i De gang van zaken omtrent de emissie;

ii De gang van zaken omtrent het opstellen en vaststellen van de jaarrekening, het niet of niet volledig beantwoorden van vragen uit de ava en het weigeren om een statutair onderzoek door een accountant te gelasten;

iii Het wegsluizen van activa van Isotron naar Aquila en het niet aan Aquila doorbelasten van door Isotron verrichte werkzaamheden;

iv Het niet informeren over het bestaan van (het risico van) een tegenstrijdig belang van Van der Laan in privé als bestuurder van Isotron en Meyenhagen als bestuurder van Via Parva, en

v Het niet respecteren van gerechtvaardigde belangen van een beklemde minderheidsaandeelhouder en de weigering om informatie te verstrekken.

3.2 Via Parva c.s. hebben verweer gevoerd. Meyenhagen c.s. hebben zich bij de stellingen van Via Parva aangesloten. De stellingen van Via Parva c.s. zullen voor zover nodig hierna aan de orde komen.

3.3 De Ondernemingskamer stelt het volgende voorop. Zoals in de feiten al vastgesteld fungeert Via Parva slechts als houdster van alle aandelen in Isotron en verricht zij geen andere activiteiten. Alle (overige) ondernemingsactiviteiten worden verricht door Isotron. Van der Laan, de (indirect) meerderheidsaandeelhouder van Via Parva, is in de periode waarop het verzoek betrekking heeft, onafgebroken (middellijk) bestuurder van zowel Via Parva als Isotron geweest. Voorts heeft Kleijnen tot 1 juni 2011 gefungeerd als financieel directeur van Isotron en was hij in die periode tevens bestuurder van Via Parva. Hij is als financieel directeur van Isotron opgevolgd door Kuijsten, die tevens per 27 september 2011 is benoemd tot gevolmachtigde/procuratiehouder van Via Parva. Uit het voorgaande concludeert de Ondernemingskamer – zoals JPJ onbestreden heeft gesteld – dat Via Parva en Isotron tezamen een economische en organisatorische eenheid onder gemeenschappelijke leiding vormen. Van enig zelfstandig bepaald en gevoerd bestuursbeleid van de ene vennootschap ten opzichte van de ander is niet gebleken. Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is de Ondernemingskamer van oordeel – tussen partijen is dit punt overigens niet in geschil – dat JPJ (ook) bevoegd is tot het doen van een verzoek tot het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Isotron.

De emissie

3.4 Met betrekking tot de emissie heeft JPJ het volgende aangevoerd. JPJ betwist het door Via Parva gestelde motief voor de emissie, te weten de precaire financiële situatie of liquiditeitskrapte. Volgens JPJ bleek tijdens de ava van 20 april 2012 dat de uitgiftekoers van € 40 per aandeel niet kon worden onderbouwd en dat er voor het bepalen van de uitgiftekoers geen waardering van Via Parva was opgesteld. De emissie was uitsluitend erop gericht het belang in Via Parva van JPJ zodanig te doen verminderen dat Meyenhagen aan JPJ bij een eventuele uitkoop van JPJ (veel) minder behoeft te betalen. In dat verband heeft JPJ opgemerkt dat de gehanteerde koers (opvallend) goed aansluit bij de (nominale) waarde van de achtergestelde leningen van Meyenhagen aan Via Parva. JPJ is voorts eerst bij de oproepingsbrief van 5 april 2012 over de emissie geïnformeerd. Dat JPJ en Meyenhagen bij het afnemen van de geëmitteerde aandelen aan hun daarmee verband houdende volstortingsverplichting konden voldoen doordat Via Parva zich zou beroepen op verrekening van die verplichting met de achtergestelde leningen aan haar van – in dit geval uitsluitend – Meyenhagen was JPJ niet bekend; zij is over deze mogelijke wijze van voldoening aan de (eventuele) volstortingsverplichting niet geïnformeerd. JPJ heeft deze mogelijkheid daardoor ook niet kunnen betrekken in de afweging of zij van haar voorkeursrecht gebruik zou maken. Daarbij was niet alleen haar belang als minderheidsaandeelhouder in geding, maar ook dat van haar als schuldeiser, alsmede dat van Kleijnen als borg. Hierbij speelt voorts een rol dat Meyenhagen en Van der Laan bij de emissie een tegenstrijdig belang hadden. Via Parva heeft in de gang van zaken rond de emissie gehandeld in strijd met artikel 2:8 BW, aldus nog steeds JPJ.

3.5 Volgens Via Parva c.s. heeft Via Parva in de gang van zaken rond de emissie niet gehandeld in strijd met artikel 2:8 BW. Via Parva c.s. hebben er op gewezen dat sprake was van een zwakke balanspositie met mogelijk negatieve fiscale gevolgen en dat dit punt in het verleden meermalen tussen Kleijnen en ESJ onderwerp van gesprek is geweest. ABN AMRO heeft zich bereid getoond na de emissie en de als gevolg daarvan verbeterde balansverhouding om de verplichtingen tot het doen van kwartaalaflossingen tot 1 januari 2013 op te schorten, zij het dat Van der Laan en Kleijnen in dat verband hun borgstellingen zouden dienen te herbevestigen. Kleijnen heeft dit – ten nadele van Via Parva en Isotron – geweigerd. Via Parva c.s. hebben ten aanzien van het motief voor de emissie gewezen op onder meer het memorandum van ESJ aan Isotron/Kleijnen van 24 oktober 2007 en op de e-mail van Kleijnen aan ESJ/De Haan van 29 maart 2010 over – onder meer – fiscale gevolgen van de onderkapitalisatie van Via Parva (door Via Parva c.s. aangeduid als Bosal-problematiek). De omvang van het te emitteren vermogen, inclusief het bedongen agio, is afgestemd op het realiseren van een evenwichtige balansverhouding en het oplossen van de zogenoemde ‘Bosal-problematiek’, in welk verband eveneens is gewezen op voormeld memorandum van ESJ. Voorts betwisten Via Parva c.s. dat Meyenhagen en Van der Laan een tegenstrijdig belang hebben en de ava daarover hadden moeten informeren.

3.6 De Ondernemingskamer overweegt als volgt. De verwerving van Isotron door Via Parva in 2007 is slechts in zeer beperkte mate met eigen vermogen geschied. Niet in geschil is dat deze omstandigheid voor Via Parva na de verwerving van Isotron (mogelijk) een fiscaal probleem opriep, omdat de fiscale wetgeving – ook zoals deze gold ten tijde van de verwerving van Isotron door Via Parva – in bepaalde situaties beperkingen stelt aan de aftrekbaarheid van rente over geldleningen van gelieerde vennootschappen. In dit verband acht de Ondernemingskamer het voldoende aannemelijk dat het bezien vanuit de optiek van Via Parva raadzaam was om voor dit (mogelijke) probleem een oplossing te zoeken en dat de omzetting van de achtergestelde leningen van Meyenhagen en JPJ in eigen vermogen een dergelijke oplossing zou kunnen bieden.

3.7 Gelet op het hiervoor overwogene acht de Ondernemingskamer het niet onaannemelijk dat het verbeteren van de kapitalisatieverhouding van Via Parva een reëel motief is geweest voor de emissie. Dit motief is in de oproepingsbrief voor de ava en in de ava voldoende tot uiting gebracht.

3.8 Met betrekking tot het door JPJ gestelde gebrek aan informatie over de wijze waarop de emissie is uitgevoerd overweegt de Ondernemingskamer het volgende. Zoals uit de brief van mr. Beljaars-Vink van 17 april 2002 en het onder 2.25 aangehaalde verslag van de ava blijkt, hadden diverse vragen van de kant van JPJ betrekking op de uitvoering van de emissie. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer heeft JPJ, als minderheidsaandeelhouder, aanspraak op beantwoording van de vraag waarop de emissiekoers van € 40 (inclusief per aandeel € 39 bedongen agio) was gebaseerd, en op informatie over de wijze waarop op de uit te geven aandelen gestort diende te worden. Ten aanzien van de emissiekoers zijn tijdens de ava, zo blijkt uit het verslag, geen dan wel onvoldoende concrete antwoorden gegeven, en van adequate beantwoording op andere wijze is niet gebleken. Evenmin is duidelijkheid verschaft over de wijze van storting op de uit te geven aandelen die Via Parva voor ogen stond. Immers, op de vraag of bij uitgifte van aandelen in Via Parva meteen de volle € 40 inbreng per aandeel betaald diende te worden is geantwoord met ‘ja’. In zoverre daarmee werd bedoeld dat tegenover de emissie een inbreng in geld (en niet een inbreng ‘anders dan in geld’) zou staan is dat op zichzelf juist. Dat antwoord moet echter als onvolledig worden beschouwd nu niet tevens is aangegeven dat Via Parva zich ter zake van de voldoening door Meyenhagen aan de op haar rustende volstortingsverplichting zou beroepen op verrekening van die verplichting met de (achtergestelde) leningen van Meyenhagen aan Via Parva. Op dat punt had, in ieder geval ruim vóór de afloop van de termijn waarbinnen de aandeelhouder kennis diende te geven van het aantal aandelen waarvoor die aandeelhouder (eventueel) gegadigde is, duidelijkheid verstrekt moeten worden. De Ondernemingskamer weegt daarbij mee, dat Via Parva in geval van verrekening met de volstortingsverplichting daarin moet bewilligen, zodat niet kan worden gezegd dat Via Parva buiten de financiering van de storting staat. Ter zake van wezenlijke aspecten van de emissie heeft Via Parva derhalve niet de vereiste duidelijkheid verschaft. Daarmee heeft Via Parva bovendien onvoldoende rekening gehouden met de gerechtvaardigde belangen van haar minderheidsaandeelhouder. Immers, aannemelijk is dat het voor JPJ van belang was om over de mogelijkheid van verrekening van leningen met de volstortingsverplichting te zijn geïnformeerd en die mogelijkheid te kunnen betrekken in haar beslissing om al dan niet van haar voorkeursrecht gebruik te maken en aan de emissie mee te doen.

3.9 Hieraan doet niet af dat Kleijnen – zoals is gesteld door Via Parva c.s. en zoals ook blijkt uit hetgeen is vermeld in de notitie van Kleijnen aan Van der Laan van 12 januari 2010 en de e-mail van Kleijnen aan Den Haan van 29 maart 2010 – als bestuurder van Via Parva bekend was met het (mogelijke) fiscale probleem verband houdend met de onderkapitalisatie van Via Parva en met het omzetten van leningen in eigen vermogen als mogelijke oplossing voor dat probleem. De omstandigheid dat Kleijnen van dat een en ander op de hoogte was, is naar het oordeel van de Ondernemingskamer onvoldoende voor een gerechtvaardigde veronder-stelling bij de emittent (Via Parva) dat JPJ op de hoogte was van de mogelijkheid om bij deelname aan de emissie door middel van verrekening van haar achtergestelde vordering op Via Parva aan de volstortingsverplichting te voldoen. Na de hierop gerichte vragen – in de brief van mr. Beljaars-Vink van 17 april 2012 en tijdens de ava van 20 april 2012 – was die veronderstelling eens te minder gerechtvaardigd.

3.10 In het licht van de wijze waarop de emissie is uitgevoerd, door (gedeeltelijke) verrekening van de achtergestelde leningen van Meyenhagen met de volstortingsverplichting jegens Via Parva, acht de Ondernemingskamer het antwoord van Kuijsten op de in de ava gestelde vraag wat er met het op de emissie binnen te halen geld gaat gebeuren, onjuist. De strekking van het antwoord was immers, dat Isotron liquiditeiten nodig had welke op deze wijze beschikbaar zouden komen. Een omzetting van schulden in eigen vermogen leidt op zichzelf echter niet tot het vrijkomen van liquiditeiten.

3.11 De wijze waarop de emissie feitelijk is uitgevoerd roept voorts de vraag op of het aantal uit te geven aandelen en de emissiekoers van € 40 zijn afgestemd op de (nominale) waarde van de leningen van Meyenhagen aan Via Parva. De volstortingsverplichting voor Meyenhagen uit hoofde van het door haar genomen aandeel ter grootte van 60% van de aangekondigde emissie bedroeg € 570.000 (= 60% van € 950.000). Dit bedrag wijkt slechts in beperkte mate (circa 7,5%) af van de (nominale) waarde (inclusief bijgeschreven rente) van de achtergestelde leningen van Meyenhagen.

3.12 Hier komt bij dat Meyenhagen in 2010 te kennen heeft gegeven dat de aanvankelijk overeengekomen 60-40-verdeling van de aandelen in Via Parva tussen haar en JPJ geen reële afspiegeling (meer) vormde van de bijdragen die zij beiden leverden. Besprekingen over de overname door Meyenhagen van de door JPJ in Via Parva gehouden aandelen hebben geen resultaat opgeleverd, maar de wens van Meyenhagen om een relatief groter aandeel in Via Parva te verkrijgen is – naar mag worden aangenomen – blijven bestaan.

3.13 Al hetgeen hiervoor is overwogen brengt de Ondernemingskamer tot de conclusie dat Via Parva JPJ niet naar behoren heeft geïnformeerd over de emissie waartoe op 20 april 2012 in de ava is besloten. Daarbij acht de Ondernemingskamer het op grond van hetgeen hiervoor onder 3.11 en 3.12 is overwogen aannemelijk dat bij de wijze waarop JPJ over de uitvoering van de emissie is geïnformeerd het belang van Meyenhagen en Van der Laan is gesteld boven het belang van JPJ.

3.14 Bovendien was er sprake van een (mogelijk) tegenstrijdig belang, nu Meyenhagen in haar hoedanigheid van bestuurder van Via Parva over verrekening van haar lening met de volstortingsverplichting heeft beslist, terwijl Meyenhagen als leninggever en nemer van de uitgegeven aandelen een (mogelijk aan dat van Via Parva tegenstrijdig) belang had bij die verrekening.

3.15 Bezien ook tegen de achtergrond van – daar zijn partijen het wel over eens – de getroubleerde verhouding tussen de aandeelhouders van Via Parva levert de gang van zaken rond de emissie van aandelen in Via Parva gegronde redenen op om aan een juist beleid van Via Parva te twijfelen, die naar het oordeel van de Ondernemingskamer een onderzoek naar dat beleid rechtvaardigen.

De jaarrekening

3.16 Partijen twisten over de vraag of JPJ/Kleijnen naar behoren zijn geïnformeerd over de jaarrekening 2011 van Via Parva (productie 15 bij het verzoekschrift). JPJ heeft in dit verband onder meer geklaagd dat geen inzicht is gegeven in de schuld in rekening courant van Meyenhagen met Isotron en in de oorzaken van het negatieve eigen vermogen eind 2011.

3.17 Zonder volledig in te gaan op de mérites van al de door JPJ gestelde vragen en de daarop gegeven antwoorden, overweegt de Ondernemingskamer het volgende. Informatie over de omvang van de rekening-courant-verhouding van Isotron met Meyenhagen en over de oorzaken van het negatieve vermogen van Via Parva eind 2011, is informatie waarop JPJ, als minderheidsaandeelhouder, in beginsel recht heeft. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer moet worden betwijfeld of op adequate wijze op deze informatieverzoeken is gereageerd en/of daaraan gehoor is gegeven. Hierin ziet de Ondernemingskamer gegronde reden om te twijfelen aan een juist beleid van Via Parva c.s.

Aquila

3.18 JPJ heeft gesteld dat leveranciers van Isotron naar Aquila zijn ‘overgezet’ en dat ‘prospects’ met producten die bij Isotron thuishoren naar Aquila zijn overgeheveld. JPJ heeft voorts gesteld dat werknemers van Isotron werkzaamheden voor Aquila verrichtten, zonder dat de desbetreffende kosten aan Aquila in rekening zijn gebracht. JPJ vreest dat de belangen van Isotron en van Aquila niet op een juiste wijze van elkaar worden gescheiden. Aan JPJ is over deze gang van zaken onvoldoende informatie verstrekt, aldus nog steeds JPJ.

3.19 De Ondernemingskamer gaat er op grond van het door partijen gestelde van uit dat de samenwerking van Isotron met Aquila is ontstaan, omdat bepaalde leveranciers niet (meer), althans niet (meer) rechtstreeks met Isotron wilden handelen. JPJ heeft in dit verband gesteld dat de samenwerking met Aquila erop gericht was om de verbondenheid van bepaalde leveranciers met Isotron te verbloemen. Het zou daarbij – in de bewoordingen van Via Parva c.s. – gaan om “niet bij Isotron passende” leveranciers, waarvoor Van der Laan dan zijn netwerk ter beschikking zou stellen (pleitaantekeningen mr. Moojen). Naar het de Ondernemingskamer voorkomt is het criterium “niet bij Isotron passende” voor het geleiden van inkopen – en daarmee omzet – hetzij via Isotron, hetzij via Aquila, nogal vaag. Bij een dergelijk criterium is moeilijk te controleren of bezien vanuit de invalshoek van Isotron zakelijk is gehandeld. Twijfel hieromtrent wordt gevoed door de onder 2.19 vermelde concept-agentuurovereenkomst tussen Schleicher en Isotron. Via Parva c.s. heeft weliswaar gesteld dat Schleicher bij uitstek een leverancier is waarvoor de regeling met Aquila is bedoeld, maar dat verklaart niet waarom dan eerst de hiervoor vermelde overeenkomst is opgesteld. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer is er op grond van het hiervoor overwogene ook met betrekking tot de samenwerking tussen Isotron en Aquila gegronde reden om aan de juistheid van het beleid van Isotron te twijfelen.

Tegenstrijdig belang en de belangen van JPJ als minderheidsaandeelhouder en schuldeiser

3.20 Hiervoor is in het kader van de emissie een tegenstrijdig belang van Meyenhagen/Van der Laan gesignaleerd. Daarnaast heeft JPJ ter toelichting van haar in 3.1 onder (iv) en (v) weergegeven bezwaren nog het volgende gesteld. Er is sprake van een tegenstrijdig belang omdat Van der Laan heeft geweigerd informatie over zijn managementvergoeding te verstrekken, terwijl bovendien en in strijd met artikel 10 van de statuten van Via Parva die managementfee niet door de ava is vastgesteld, en omdat Isotron in maart 2012 wel de aflossing van de schuld in rekening-courant van JPJ heeft verlangd, maar niet die van Meyenhagen.

3.21 Deze gang van zaken met betrekking tot de managementvergoeding en de rekening courantverhoudingen vergroten de twijfel over de zorgvuldigheid waarmee met de belangen van de minderheidsaandeelhouder is omgegaan en vormt een illustratie van de eerder overwogen gebrekkige informatievoorziening aan JPJ. Hetgeen JPJ voor het overige heeft gesteld ten betoge dat zij onvoldoende over de gang van zaken bij Via Parva wordt geïnformeerd en dat daardoor haar gerechtvaardigde belangen als minderheidsaandeel-houder onvoldoende zijn gerespecteerd behoeft geen afzonderlijke bespreking en de te benoemen onderzoeker kan, indien hem dat gewenst voorkomt, daaraan in het te gelasten onderzoek aandacht besteden.

Vermogensrechtelijk geschil

3.22 De Ondernemingskamer verwerpt de stelling van Via Parva c.s. dat sprake is van een geschil van uitsluitend vermogensrechtelijke aard, omdat uit al hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat dit niet het geval is. Anders dan door Via Parva c.s. is gesteld, is er dan ook geen reden om JPJ in haar verzoek niet-ontvankelijk te verklaren omdat uitsluitend sprake zou zijn van een vermogensrechtelijk geschil.

Conclusie

3.23 Samenvattend is de Ondernemingskamer op grond van hetgeen in onderdeel 3.15, 3.17 en 3.19 is overwogen van oordeel dat er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid van Via Parva c.s. te twijfelen. Die twijfel vormt voldoende rechtvaardiging voor het gelasten van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Via Parva c.s. over de periode vanaf 2 maart 2011 tot 19 juli 2012.

Voorts acht de Ondernemingskamer het noodzakelijk om, gelet op de gerezen twijfel en de vrees voor benadeling van JPJ als minderheidsaandeelhouder, bij wijze van onmiddellijke voorziening zowel bij Via Parva als bij Isotron een bestuurder met doorslaggevende stem te benoemen. Voor het treffen van meer of andere onmiddellijke voorzieningen ziet de Ondernemingskamer onvoldoende reden.

3.24 De Ondernemingskamer zal Via Parva c.s. als de in het ongelijk gestelde partijen veroordelen in de kosten van het geding.

4. De beslissing

De Ondernemingskamer:

beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Via Parva B.V. en Isotron Systems B.V., welke beide vennootschappen zijn gevestigd te ‘s-Hertogenbosch, over de periode vanaf 2 maart 2011 tot 19 juli 2012;

benoemt een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon teneinde het onderzoek te verrichten;

stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 20.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Via Parva B.V. en Isotron Systems B.V. en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker vóór de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dienen te stellen;

benoemt bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot bestuurder met doorslaggevende stem van Via Parva B.V. en van Isotron Systems B.V.;

bepaalt dat het salaris en de kosten van deze bestuurder ten laste komen van Via Parva B.V. en Isotron Systems B.V. en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de bestuurder zekerheid dienen te stellen vóór de aanvang van diens werkzaamheden;

veroordeelt Via Parva B.V. en Isotron Systems B.V. in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van JPJ Beheer B.V. begroot op € 3.348;

wijst af het meer of anders verzochte;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Faber, voorzitter, mr. E.A.G. van der Ouderaa en mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, raadsheren, en drs. G. Izeboud RA en G.A. Cremers, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 26 november 2012.