Civiel recht overig
Klager mist belang bij zijn klacht. Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht.
Gerechtshof Amsterdam, 22 april 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:1404 · Gerechtshof Amsterdam · 22 april 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2014-1404
Zaakgegevens
Op 22 april 2014 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 22 april 2014
- Datum publicatie
- 23 april 2014
- Zaaknummer
- 200.136.273/01 NOT
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2014:1404
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Klager mist belang bij zijn klacht. Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht.
Uitspraak
beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.136.273/01 NOT
nummer eerste aanleg : SHE/2013/39
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 22 april 2014
inzake
[klager],
met woonplaats te [woonplaats],
appellant,
tegen
[notaris]
notaris te[vestigingsplaats],
geïntimeerde.
1 Geding in hoger beroep
Van de zijde van appellant (hierna: klager) is bij een op 29 oktober 2013 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift – met bijlage – tijdig hoger beroep ingesteld tegen de (aan deze beslissing gehechte) beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de kamer) van 21 oktober 2013, waarbij klager niet-ontvankelijk is verklaard in zijn klacht tegen de notaris.
De notaris heeft geen verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 3 april 2014. Klager is verschenen en heeft het woord gevoerd aan de hand van een pleitnotitie.
2 Stukken van het geding
Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.
3 Klacht
Klager heeft in zijn klacht van 24 april 2013 de notaris in hoofdzaak verweten dat deze bij het opmaken van het testament van zijn moeder geen onderzoek heeft gedaan naar de afwikkeling van de nalatenschap van zijn toen reeds overleden vader.
4 Verweer
De notaris heeft geen verweer gevoerd.
5 Beoordeling
De kamer heeft klager niet ontvangen in zijn klacht omdat klager in maart 2010 kennis heeft genomen van het testament en de klacht is ingediend na het verstrijken van de vervaltermijn van drie jaren, zoals bedoeld in artikel 99 lid 15 Wna. Klager heeft aangevoerd dat hij voor het eerst op 5 november 2012 ter gelegenheid van een comparitiezitting heeft vernomen dat de notaris het door hem bedoelde onderzoek niet heeft gedaan.
Daargelaten of de notaris in de concrete omstandigheden van dit geval verplicht was een onderzoek te doen naar de afwikkeling van de nalatenschap van klagers vader, heeft klager niet (voldoende) concreet toegelicht naar welke aspecten van de afwikkeling van de nalatenschap de notaris onderzoek had moeten doen en in welk opzicht onderzoek had moeten leiden tot een andere inhoud van het testament van zijn moeder. Klager heeft dan ook onvoldoende aangevoerd om aan te nemen dat het verweten nalaten zijn belangen heeft geschaad, zodat hij belang mist bij zijn klacht. Klager is reeds daarom niet-ontvankelijk in zijn klacht.
De onderdelen waarmee klager zijn klacht in hoger beroep heeft aangevuld, moeten buiten behandeling blijven omdat het hof alleen de zaak, zoals die in eerste aanleg aan de orde is geweest, opnieuw in volle omvang beoordeelt.
Hetgeen verder nog naar voren is gebracht, kan onbesproken blijven omdat het niet kan leiden tot een andere beslissing.
6 Beslissing
Het hof bekrachtigt de bestreden beslissing.
Deze beslissing is gegeven door mrs. W.J.J. Los, A.M.A. Verscheure en A.A. van Berge en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 22 april 2014 door de rolraadsheer.