Civiel recht overig
Huur bedrijfsruimte. Eindarrest, verhuurder heeft vordering niet ingetrokken na vaststellen…
Gerechtshof Amsterdam, 18 februari 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:476 · Gerechtshof Amsterdam · 18 februari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2014-476
Zaakgegevens
Op 18 februari 2014 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 18 februari 2014
- Datum publicatie
- 21 februari 2014
- Zaaknummer
- 200.071.956/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. F.J Majoor te Diemen, mr. W.L. van Baren te Amsterdam
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2014:476
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Huur bedrijfsruimte. Eindarrest, verhuurder heeft vordering niet ingetrokken na vaststellen verhuisvergoeding. Veroordeling tot ontruiming wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, vanwege eerder tussentijds cassatieberoep tegen de beslissing om de huurovereenkomst te beëindigen.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 5 juli 2011
ECLI:NL:GHAMS:2011:BR0255Gerechtshof Amsterdam · 19 juli 2011
ECLI:NL:GHAMS:2011:BR2103Hoge Raad · 18 januari 2013
ECLI:NL:HR:2013:BY2580Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 januari 2013
ECLI:NL:PHR:2013:BY2580Gerechtshof Amsterdam · 22 oktober 2013
ECLI:NL:GHAMS:2013:3531Gerechtshof Amsterdam · 18 februari 2014deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2014:476
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team II
zaaknummer : 200.071.956/01
zaak/rolnummer rechtbank Amsterdam : 974133 CV EXPL 08-23858
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 18 februari 2014
(bij vervroeging)
inzake
de stichting STICHTING IJSCOMPLEX JAAP EDEN,
gevestigd te Amsterdam,
appellante,
advocaat: mr. F.J. Majoor te Diemen,
t e g e n
1 [geïntimeerde sub 1]
wonend te [woonplaats],
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PAVILJOEN DE SKEEVE SKAES B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerden,
advocaat: mr. W.L. van Baren te Amsterdam.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna de Stichting en [geïntimeerden] genoemd, geïntimeerde sub 2 afzonderlijk wordt De Skeeve Skaes genoemd.
Het hof heeft in deze zaak op 22 oktober 2013 een tweede tussenarrest gewezen. Voor het verloop van het geding in hoger beroep tot die datum wordt naar dat arrest verwezen.
Ter rolle van 19 november 2013 heeft de Stichting te kennen gegeven geen gebruik te maken van de bevoegdheid haar hoger beroep in te trekken.
Vervolgens is weer arrest gevraagd.
2 Verdere beoordeling van het hoger beroep
In het laatste tussenarrest heeft het hof overwogen dat, als het hoger beroep wordt gehandhaafd, de huurovereenkomst van partijen zal worden beëindigd per 1 mei 2014, [geïntimeerden] zullen worden veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde voor die datum en de Stichting een tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten van De Skeeve Skaes moet betalen van € 78.279,00. De Stichting is in de gelegenheid gesteld desgewenst het hoger beroep op de voet van het bepaalde in artikel 7:297 lid 2 BW in te trekken. Het hof heeft in het vooruitzicht gesteld dat het eindarrest uitvoerbaar bij voorraad zal worden verklaard.
Nu de Stichting geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid het hoger beroep in te trekken, zal het hof thans beslissen zoals hiervoor vermeld.
Het bestreden eindvonnis kan niet in stand blijven en wordt derhalve vernietigd. Voor vernietiging van het tussenvonnis bestaat geen grond.
Als de in het ongelijk gestelde partij dienen [geïntimeerden] de kosten van het geding in beide instanties te dragen.
3 Beslissing
Het hof:
bekrachtigt het bestreden vonnis van 17 juli 2009;
vernietigt het bestreden vonnis van 7 mei 2010;
opnieuw rechtdoende:
stelt de datum van het einde van de huurovereenkomst van partijen vast op 1 mei 2014;
veroordeelt [geïntimeerden] het gehuurde, het restaurant gelegen op het terrein van de Stichting aan de Radioweg 64 te Amsterdam, leeg en ontruimd van alle daarin van hunnentwege aanwezige personen en/of goederen onder afgifte van alle sleutels uiterlijk op 1 mei 2014 ter vrije beschikking van de Stichting te stellen;
machtigt de Stichting om, als [geïntimeerden] mochten nalaten aan de veroordeling tot ontruiming te voldoen, de tenuitvoerlegging daarvan zelf met inachtneming van de artikelen 555 en volgende Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te bewerkstelligen, zo nodig met behulp van de sterke arm;
stelt het bedrag van de door de Stichting aan De Skeeve Skaes te betalen tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten vast op € 78.279,00;
veroordeelt [geïntimeerden] in de kosten van het geding in beide instanties en begroot die kosten tot heden aan de zijde van de Stichting in eerste aanleg op € 373,44 aan verschotten en € 3.200,= voor salaris gemachtigde en in hoger beroep op € 336,89 aan verschotten en € 2.682,= voor salaris advocaat;
verklaart voormelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.H. de Bock, J.C.W. Rang, en E.J. Rotshuizen en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2014.