Civiel recht overig
Ontvankelijkheid Naar het oordeel van het hof levert de door klaagster overgelegde printscreen geen direct…
Gerechtshof Amsterdam, 11 oktober 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:4069 · Gerechtshof Amsterdam · 11 oktober 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2016-4069
Zaakgegevens
Op 11 oktober 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 11 oktober 2016
- Datum publicatie
- 13 oktober 2016
- Zaaknummer
- 200.188.241/01 NOT
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2016:4069
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontvankelijkheid
Naar het oordeel van het hof levert de door klaagster overgelegde printscreen geen direct bewijs op dat de door klaagster bedoelde brief van 15 februari 2016 daadwerkelijk aan het hof is gezonden. Verder is de wijze waarop en wanneer post wordt bezorgd voor risico van de verzender, in dit geval van klaagster. Dat de door klaagster bedoelde brief naar haar zeggen moet zijn zoekgeraakt nadat deze brief is gepost, heeft voor haar rekening te komen. Dit leidt tot de conclusie dat klaagster niet tijdig hoger beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van de kamer van 18 januari 2016 en zij dus niet in haar hoger beroep kan worden ontvangen.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 11 oktober 2016deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2016:4069
Uitspraak · 2016
ECLI:NL:TNORARL:2016:36Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.188.241/01 NOT
nummers eerste aanleg : AL/2015/117,118 en 119
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 11 oktober 2016
inzake
[naam] ,
gevestigd te [plaats] ,
appellante,
gemachtigde: [naam] ,
tegen
1. [naam] ,
notaris te [plaats] ,
gemachtigde: mr. C.J. Bungay, advocaat te Yde,
2. [naam] ,
kandidaat-notaris te [plaats] ,
3. [naam] ,
kandidaat-notaris te [plaats] ,
geïntimeerden.
1 Het geding in hoger beroep
Op 22 maart 2016 is een ‘beroepschrift, aanvullende gronden’ met bijlagen van appellante (hierna: klaagster) bij het hof ingekomen met betrekking tot de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 18 januari 2016 (ECLI:NL:TNORARL:2016:36). De kamer heeft in deze beslissing de klacht van klaagster tegen geïntimeerden (hierna tezamen te noemen: de notarissen) op twee onderdelen ongegrond en op twee onderdelen gegrond verklaard en aan de notarissen de maatregel van waarschuwing opgelegd.
Van klaagster zijn op 11 april 2016 en 19 april 2016 een tweetal faxen met bijlagen ontvangen.
Van de notarissen zijn op 19 april 2016 en op 25 mei 2016 verweerschriften (met bijlagen) ontvangen.
Op 11 augustus 2016 en 12 augustus 2016 zijn van klaagster e-mails (met bijlage) ontvangen.
Op 15 september 2016 heeft het hof de zaak buiten aanwezigheid van partijen in raadkamer behandeld.
2. Stukken van het geding
Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.
3 De ontvankelijkheid van klaagster in het hoger beroep
Aan klaagster is een afschrift van de beslissing van de kamer van 18 januari 2016 als bijlage bij een aangetekende brief van het secretariaat van de kamer van diezelfde datum toegestuurd.
Ingevolge artikel 107 lid 1 van de Wet op het notarisambt diende het hoger beroep binnen dertig dagen na de dag van verzending van de onder 3.1. bedoelde brief te zijn ingesteld. De beroepstermijn eindigde dus op 17 februari 2016. Klaagster diende ervoor te zorgen dat haar beroepschrift binnen die termijn was ontvangen door het hof. Het hof heeft binnen die termijn geen beroepschrift van klaagster ontvangen. Pas op 22 maart 2016 is van klaagster een ‘beroepschrift, aanvullende gronden’ ontvangen.
Klaagster heeft aangevoerd dat zij bij brief van 15 februari 2016, dus tijdig, hoger beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van de kamer van 18 januari 2016. Klaagster heeft bij de onder 1.2. bedoelde fax van 19 april 2016 een printscreen overgelegd. Uit die printscreen blijkt volgens klaagster dat de door haar bedoelde brief van 15 februari 2016 op 14 februari 2016 is gemaakt en gewijzigd en op diezelfde dag voor het laatst is geopend. Volgens klaagster is het logisch dat het stuk vervolgens de volgende dag (maandag 15 februari 2016) is gepost. Dit poststuk moet daarna (bij de afhandeling door PostNL) zijn zoekgeraakt, aldus klaagster.
Naar het oordeel van het hof levert de door klaagster overgelegde printscreen geen direct bewijs op dat de door klaagster bedoelde brief van 15 februari 2016 daadwerkelijk aan het hof is gezonden. Verder is de wijze waarop en wanneer post wordt bezorgd voor risico van de verzender, in dit geval van klaagster. Dat de door klaagster bedoelde brief naar haar zeggen moet zijn zoekgeraakt nadat deze brief is gepost, heeft voor haar rekening te komen. Dit leidt tot de conclusie dat klaagster niet tijdig hoger beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van de kamer van 18 januari 2016 en zij dus niet in haar hoger beroep kan worden ontvangen.
Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.
4 Beslissing
Het hof verklaart klaagster niet ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 18 januari 2016.
Deze beslissing is gegeven door mrs. W.J.J. Los, J.H. Lieber en T.K. Lekkerkerker en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2016 door de rolraadsheer.