Civiel recht overig
Verbetering van ECLI:NL:GHAMS:2021:583.
Gerechtshof Amsterdam, 6 april 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:1012 · Gerechtshof Amsterdam · 6 april 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2021-1012
Zaakgegevens
Op 6 april 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 april 2021
- Datum publicatie
- 13 april 2021
- Zaaknummer
- 200.280.218/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. D.A Siddiqui te Rotterdam, mr. S.L.D. Van den Brink te Mijdrecht
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:1012
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verbetering van ECLI:NL:GHAMS:2021:583.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 6 april 2021deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2021:1012
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 februari 2022
ECLI:NL:PHR:2022:132Hoge Raad · 15 juli 2022
ECLI:NL:HR:2022:1089Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer: 200.280.218/01 SKG
zaaknummer rechtbank C/13/684624/ KG ZA 20-479
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 6 april 2021
inzake
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. D.A. Siddiqui te Rotterdam,
tegen
STICHTING ISLAMITISCH ONDERWIJS NEDERLAND,
gevestigd te Amsterdam
geïntimeerde,
advocaat: mr. S.L.D. Van den Brink te Mijdrecht.
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna [appellant] en SIO genoemd.
Het hof heeft in deze zaak op 2 maart 2021 een arrest uitgesproken.
Dit arrest zal op na te noemen wijze ambtshalve verbeterd worden op de voet van artikel 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
2 Beoordeling
Gelet op het feit dat het vonnis in eerste aanleg is gewezen tussen de Stichting Islamitisch Onderwijs Nederland enerzijds en [appellant] anderzijds, en alle processtukken in hoger beroep ook zijn gesteld op naam van de Stichting Islamitisch Onderwijs Nederland, berust het achterwege laten van het woord “Nederland” in de partijnaam in de aanhef van het arrest op een verschrijving.
Het hof zal voornoemde kennelijke fout daarom verbeteren.
3 Beslissing
Het hof:
verbetert het in deze zaak op 2 maart 2021 uitgesproken arrest aldus dat
-in de aanhef van het arrest in plaats van STICHTING ISLAMITISCH ONDERWIJS gelezen dient te worden STICHTING ISLAMITISCH ONDERWIJS NEDERLAND;
stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.
Dit arrest is gewezen door mrs. T.S. Pieters, A.S. Arnold en G.C. Boot en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 6 april 2021.