Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Ontslag als bestuurder na bestuurscrisis. Arresten hof nietig i.v.m. benoeming…

Hoge Raad, 15 juli 2022

Zaakgegevens

Op 15 juli 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 juli 2022
Datum publicatie
14 juli 2022
Zaaknummer
21/01869
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J.P van den Berg, E.M. Tjon-En-Fa
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1089
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Ontslag als bestuurder na bestuurscrisis. Arresten hof nietig i.v.m. benoeming raadsheer in Gemeenschappelijk Hof van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba? Klachten tegen oordeel over vernietigbaarheid ontslag.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 6 april 2021

    ECLI:NL:GHAMS:2021:1012
  2. Conclusie A-G · 11 februari 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:132
  3. Hoge Raad · 15 juli 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1089

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 21/01869

Datum 15 juli 2022

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: J.P. van den Berg,

tegen

STICHTING ISLAMITISCH ONDERWIJS NEDERLAND,
gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: SIO,

advocaat: E.M. Tjon-En-Fa.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/13/684624 / KG ZA 20-479 van de rechtbank Amsterdam van 10 juni 2020;

  2. de arresten in de zaak 200.280.218/01 van het gerechtshof Amsterdam van 2 maart 2021 en 6 april 2021.

[eiser] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.

SIO heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor SIO toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SIO begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 15 juli 2022.