Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Beklamelnorm. Wisten bestuurders bij aangaan van…

Hoge Raad, 10 juli 2026

Zaakgegevens

Op 10 juli 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 juli 2026
Datum publicatie
9 juli 2026
Zaaknummer
25/02614
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J.H.M van Swaaij, M.H. Visscher
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1241
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Beklamelnorm. Wisten bestuurders bij aangaan van verbintenissen of behoorden zij toen redelijkerwijze te begrijpen dat vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden? Motiveringsklachten.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 22 april 2025

    ECLI:NL:GHAMS:2025:1066
  2. Conclusie A-G · 22 mei 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:505
  3. Hoge Raad · 10 juli 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1241

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 25/02614

Datum 10 juli 2026

ARREST

In de zaak van

[eiseres] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: [eiseres],

advocaat: J.H.M. van Swaaij,

tegen

1. [verweerder 1],

wonende te [woonplaats],

2. [verweerder 2],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: [verweerders],

advocaat: M.H. Visscher.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/13/720998/ HA ZA 22-592 van de rechtbank Amsterdam van 7 december 2022 en 15 maart 2023;

b. het arrest in de zaak 200.333.965/01 van het gerechtshof Amsterdam van 22 april 2025.

[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 2.554,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.E.B. ter Heide, als voorzitter, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 10 juli 2026.