Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Vervoersrecht, zeevervoer, sleepbootassistentie, hulploon, averij-grosse, bijdrageplicht…

Hoge Raad, 10 juli 2026

Zaakgegevens

Op 10 juli 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 juli 2026
Datum publicatie
9 juli 2026
Zaaknummer
25/02557
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J.H.M. van Swaaij
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1237
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Vervoersrecht, zeevervoer, sleepbootassistentie, hulploon, averij-grosse, bijdrageplicht ladingassuradeuren, York-Antwerp Rules 1994, gevaar, deskundigenbericht, motivering, bewijslast en bewijsrisico. Redelijkheid hulploon. Uitleg grieven, nieuwe grief bij pleidooi.

Procesgang

  1. Rechtbank Rotterdam · 31 januari 2018

    ECLI:NL:RBROT:2018:683
  2. Gerechtshof Den Haag · 21 juli 2020

    ECLI:NL:GHDHA:2020:2949

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Gerechtshof Den Haag · 15 april 2025

    ECLI:NL:GHDHA:2025:1484

    Bekrachtiging/bevestiging

  4. Conclusie A-G · 1 mei 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:445
  5. Hoge Raad · 10 juli 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1237

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 25/02557

Datum 10 juli 2026

ARREST

In de zaak van

1. GLENCORE AGRICULTURE B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. HDI GERLING VERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

4. AMLIN INSURANCE S.E.,

gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,

5. TSM COMPAGNIE D’ASSURANCES SOCIÉTÉ COOPÉRATIVE,

gevestigd te La Chaux-de-Fonds, Kanton Neuchâtel, Zwitserland,

6. NHA HAMBURGER ASSEKURANZ AGENTUR GmbH,

gevestigd te Hamburg, Duitsland,

EISERESSEN tot cassatie,

hierna gezamenlijk: Glencore c.s.,

advocaat: J.H.M. van Swaaij,

tegen

NAVALMAR (U.K.) LIMITED,

gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Navalmar,

advocaten: B.I. Kraaipoel en T.E. Booms.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/10/413449 / HA ZA 12-1036 van de rechtbank Rotterdam van 22 mei 2013, 10 juli 2013, 2 april 2014 en 31 januari 2018;

b. de arresten in de zaak 200.241.234 van het gerechtshof Den Haag van 21 juli 2020, 6 juli 2021, 26 september 2023 en 15 april 2025.

Glencore c.s. hebben tegen de arresten van het hof van 21 juli 2020, 26 september 2023 en 15 april 2025 beroep in cassatie ingesteld.

Navalmar heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van Glencore c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt Glencore c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Navalmar begroot op € 905,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Glencore c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 10 juli 2026.