Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Rechtspersonenrecht, 403-verklaring. Schadestaatprocedure, schadeposten, verhouding tot…
Hoge Raad, 25 september 2026
ECLI:NL:HR:2026:1550 · Hoge Raad · 25 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-1550
Zaakgegevens
Op 25 september 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 september 2026
- Datum publicatie
- 24 september 2026
- Zaaknummer
- 25/02458
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- A.H.M van den Steenhoven, N.E. Groeneveld-Tijssens
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:1550
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Rechtspersonenrecht, 403-verklaring. Schadestaatprocedure, schadeposten, verhouding tot hoofdprocedure, uitleg dictum. Stukken van geding, art. 419 lid 2 Rv. Betekenis arbitraal vonnis tussen deels andere partijen, uitleg.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 8 april 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:970Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 juni 2026
ECLI:NL:PHR:2026:639Hoge Raad · 25 september 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:1550
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/02458
Datum 25 september 2026
ARREST
In de zaak van
GRANUBAND B.V.,
gevestigd te Krommenie, gemeente Zaanstad,
EISERES tot cassatie,
hierna: Granuband,
advocaat: A.H.M. van den Steenhoven,
tegen
L. [verweerster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: N.E. Groeneveld-Tijssens.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/O1/239590 / HA ZA 11-1668 van de rechtbank 's-Hertogenbosch respectievelijk Oost-Brabant van 14 december 2011, 16 mei 2012 en 30 juli 2014, en de vonnissen in de zaak C/01/295862 / HA ZA 15-486 van de rechtbank Oost-Brabant van 27 juli 2016, 28 september 2016, 19 juli 2017 en 9 februari 2022;
b. het arrest in de zaak 200.318.287/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 april 2025.
Granuband heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Granuband in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 8.508,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Granuband deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 25 september 2026.