Ondernemingsrecht
OK; enquêterecht; de vergoeding van de onderzoeker wordt bepaald
Gerechtshof Amsterdam, 19 juni 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:2089 · Gerechtshof Amsterdam · 19 juni 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2018-2089
Zaakgegevens
Op 19 juni 2018 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 19 juni 2018
- Datum publicatie
- 26 juni 2018
- Zaaknummer
- 200.213.017/01 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- <emphasis role="bold">mr. H.P Plas</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. H.P Plas
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2018:2089
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OK; enquêterecht; de vergoeding van de onderzoeker wordt bepaald
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar]beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.213.017/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 19 juni 2018
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
IBB KONDOR B.V.,
gevestigd te Rijssen,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. H.P. Plas, kantoorhoudende te Enschede,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DE LEEGE LANDEN II B.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. H.P. Plas, kantoorhoudende te Enschede,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HOLLAND VASTGOED CONSULTANCY B.V.,
gevestigd te Baarn,
BELANGHEBBENDE,
verschenen bij haar middellijk bestuurder [A] .
1. Het verloop van het geding
1.1 Verweerster wordt hierna aangeduid met De Leege Landen.
1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 12 juli 2017, 8 januari 2018 en 18 mei 2018.
1.3 Bij de beschikking van 12 juli 2017 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van De Leege Landen over de periode vanaf 2012, mr. M.W.E. Evers te Amsterdam (hierna: de onderzoeker) benoemd tot onderzoeker en het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 25.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. Bij de beschikking van 8 januari 2018 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 35.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen
1.4 Bij de beschikking van 18 mei 2018 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het verslag met bijlagen van het bij de beschikking van 12 juli 2017 bevolen onderzoek ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
1.5 De onderzoeker heeft bij brief aan de Ondernemingskamer van 28 mei 2018 een declaratie met daarbij een specificatie overgelegd van alle in deze zaak verrichte werkzaamheden met betrekking tot het onderzoek en de daaraan bestede tijd. Hieruit volgt dat hij kosten in verband met het onderzoek aan De Leege Landen in rekening heeft gebracht ten bedrage van € 35.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
1.6 De Ondernemingskamer heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de in 1.5 genoemde stukken. Daarop zijn geen reacties van partijen ontvangen door de Ondernemingskamer.
2 De gronden van de beslissing
Tegen het door de onderzoeker gedeclareerde bedrag aan onderzoekskosten zijn geen bezwaren aangevoerd. Dit bedrag komt de Ondernemingskamer ook bepaald niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW dan ook bepalen als hierna te vermelden.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 35.000, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, dr. P.M. Verboom en W. Wind, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 19 juni 2018.