Ondernemingsrecht

OK ; enquêterecht ; vaststelling onderzoeksbudget.

Gerechtshof Amsterdam, 1 mei 2026

Zaakgegevens

Op 1 mei 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
1 mei 2026
Datum publicatie
18 mei 2026
Zaaknummer
200.350.991/01 OK
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Advocaat
<emphasis role="bold">mr. D.A. Beck</emphasis>
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:1344
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

OK ; enquêterecht ; vaststelling onderzoeksbudget.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.350.991/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 1 april 2026

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[aandeelhouder] ,

gevestigd te [plaats] ,

VERZOEKSTER,

advocaten: mr. J.W. de Groot, mr. S. Herrera Farfán en mr. S. Vermeeren, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GLASVEZEL HELMOND B.V.,

gevestigd te Helmond,

VERWEERSTER,

advocaten: mr. J.P.M. Dexters en mr. M. van Vroonhoven, kantoorhoudende te Helmond,

e n t e g e n

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE HELMOND,

gevestigd te Helmond,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. B.M. Reinders, mr. R.A.M.D. Smit en mr. W.L.H. Aerts, kantoorhoudende te Eindhoven,

e n t e g e n

leden van de Raad van Commissarissen

1. [RvC-lid 1] ,

wonende te [plaats] ,

2. [RvC-lid 2] ,

wonende te [plaats] ,

3. [RvC-lid 3] ,

wonende te [plaats] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaten: mr. B.G Arends, kantoorhoudende te Eindhoven,

e n t e g e n

[bestuurder] ,

wonende te [plaats] ,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. D.A. Beck, kantoorhoudende te Leiden,

In het vervolg zullen partijen (ook) worden aangeduid als:

  • verzoekster als PDI,

  • verweerster als Glasvezel Helmond;

  • belanghebbenden ieder afzonderlijk als de Gemeente, de RvC, [bestuurder] en gezamenlijk als Gemeente c.s.

1 Het verloop van het geding

1.1

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar proces-verbaal van de zitting van 20 maart 2025, haar herstelbeschikking van 16 juni 2025 en haar beschikkingen van 24 maart 2025 en 1 juli 2025 en 13 januari 2026 in deze zaak. Bij haar mondelinge uitspraak en deze beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Glasvezel Helmond over de periode vanaf 21 augustus 2023, bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding mr. B.M.A. van Hussen benoemd tot bestuurder van Glasvezel Helmond, (later uitgegeven) aandelen in Glasvezel Helmond ten titel van beheer overgedragen aan mr. R. Le Grand en mr. R.J.W. Analbers benoemd tot onderzoeker (hierna: de onderzoeker).

1.2

Bij e-mail van 20 maart 2026 heeft de onderzoeker de Ondernemingskamer diens definitieve plan van aanpak inclusief begroting toegestuurd.

1.3

Bij e-mail van 23 maart 2026 zijn partijen door de secretaris van de Ondernemingskamer in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de begroting van de kosten van het onderzoek.

1.4

Bij e-mail van diezelfde dag heeft PDI laten weten akkoord te zijn met de begroting van de kosten van het onderzoek.

1.5

Bij e-mails van 24 maart 2026 hebben de Gemeente Helmond en de RvC eveneens laten weten akkoord te zijn met de begroting van de kosten van het onderzoek.

1.6

Bij e-mail van 25 maart 2026 heeft Glasvezel Helmond laten weten akkoord te zijn met de kostenbegroting.

2 Gronden van de beslissing

2.1

De onderzoeker heeft in het plan van aanpak met begroting voldoende toegelicht welke werkzaamheden naar verwachting zullen moeten worden verricht, hoeveel tijd dat in beslag zal nemen en welke uurtarieven daarbij zullen worden gehanteerd. De onderzoeker heeft begroot dat het onderzoek in totaal € 80.000, exclusief btw, zal kosten.

2.2

Er zijn geen bezwaren aangevoerd tegen het plan van aanpak of de begroting van de onderzoeker. De inschatting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten komen de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op € 80.000, exclusief btw.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 80.000, exclusief btw;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.A.H. Melissen, voorzitter, mr. E. Loesberg en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en drs. M.A. Scheltema en prof. dr. mr. S. ten Have, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.C.W. Wijffels, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.