Strafrecht overig

Gerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 28 september 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
28 september 2016
Datum publicatie
2 maart 2018
Zaaknummer
13/702433-16
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2016:5880
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Voorlopige hechtenis

Uitspraak

Inhoudsopgave

13/702433-16

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1975,

wonende te [adres],

thans verblijvende in het huis van bewaring Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan,

tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 5 september 2016, voor zover houdende bevel tot verlenging van de geldigheidsduur van zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 8 september 2016, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsvrouw mr. N. Swart.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust.

Anders dan de raadsvrouw en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich niet voordoet.

Het hof ziet ook geen aanleiding om de duur van de verlenging van de gevangenhouding te beperken, zoals door de advocaat-generaal in raadkamer is gevorderd. Het hof houdt er op dit moment ernstig rekening mee dat aan de verdachte in geval van veroordeling een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van langere duur, dan wel, mede gelet op de psychiatrische problematiek van de verdachte, een vrijheidsbenemende maatregel zal worden opgelegd.

Mogelijk wordt dit anders wanneer de dubbelrapportage is afgerond.

Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis geldt dat dit verzoek moet worden afgewezen. Gelet op het vorenstaande is zolang de aangevraagde rapportage niet voorhanden is niet in te schatten of het recidivegevaar afdoende kan worden ingeperkt door het stellen van schorsingsvoorwaarden.

13 702433-16

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 28 september 2016 in raadkamer van dit hof door

mr. J.L. Bruinsma , voorzitter,

mrs. J.J.I. de Jong en N.N. Kirkels- Vrijman, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 28 september 2016,

de advocaat-generaal