Strafrecht overig

Poging tot woninginbraak in vereniging.

Zaakgegevens

Op 8 februari 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
8 februari 2017
Datum publicatie
9 februari 2017
Zaaknummer
23-002022-16
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2017:328
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Poging tot woninginbraak in vereniging.

Uitspraak

Inhoudsopgave

parketnummer: 23-002022-16

datum uitspraak: 8 februari 2017

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 25 mei 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-741025-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 januari 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 5 februari 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan [adres 2]) weg te nemen een of meer geldbedrag(en) en/of goed(eren) van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot een of meer voornoemde woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geldbedrag(en) en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, naar voornoemde woning is toegegaan, waarna hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (door middel van de zogenaamde 'kerntrekmethode') een (cilinder)slot aan/van een (toegangs)deur van voornoemde woning heeft/hebben verbroken en/of geforceerd en/of verwijderd;

2:
hij op of omstreeks 02 september 2015 te Amsterdam, althans in Nederland, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een ambtenaar, te weten [naam], werkzaam in de rechtmatige uitoefening van haar bediening, te weten als hoofdagent bij de politie Eenheid Amsterdam en belast met assistentiedienst, door (nadat hij, verdachte was aangehouden en/of gevraagd was zijn handen uit zijn zakken te halen) zijn, verdachte's handen naar beneden te drukken in zijn jaszakken en/of nadat voornoemde [naam] hem, verdachte bij diens hand(en) vasthield, zich van voornoemde [naam] los te rukken en/of los te trekken (waardoor/ten gevolge waarvan voornoemde [naam] in onbalans kwam en/of kwam te vallen), terwijl dit misdrijf en/of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel, te weten een zwelling van (rechter)hand en/of een schaafwond van (rechter)elleboog en/of een schaafwond van rechterpols bij voornoemde Tuithof ten gevolge heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Bewijsverweren

Feit 1

De raadsman heeft vrijspraak bepleit op de grond dat niet valt uit te sluiten dat andere mensen dan de verdachte en zijn medeverdachte de poging tot inbraak hebben gepleegd. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de politie pas negen minuten na de melding van de (poging tot) inbraak ter plaatse was, dat een getuige heeft verklaard dat de jongens vanuit een andere richting kwamen rennen dan uit de richting van de woning waar zou zijn ingebroken, dat bij de verdachte en zijn medeverdachte geen inbrekersgereedschap is aangetroffen en dat op de plaats delict geen vingerafdrukken zijn aangetroffen.

Het hof verwerpt het verweer en overweegt daartoe als volgt.

Uit het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] blijkt dat zij op 5 februari 2016 omstreeks 11:07 uur de melding kregen naar [adres 2] te Amsterdam te gaan waar op dat moment een woninginbraak gaande zou zijn en dat zij omstreeks 11:09 uur ter plaatse kwamen. Dat betekent dat zij al binnen ongeveer twee minuten ter plaatse waren. Daar aangekomen, zagen de verbalisanten uit het portiek waaraan de toegangsdeur van [adres 2] is gelegen, de verdachte en zijn medeverdachte met versnelde pas de trap aflopen. Bij het zien van de verbalisanten zijn zij weggerend; niet veel later zijn zij door de verbalisanten aangehouden. De verdachte had zich verstopt in een grijze afvalcontainer.

Het cilinderslot van de voordeur van de woning aan [adres 2] bleek beschadigd op een wijze die past bij toepassing van de zogenaamde kerntrekmethode, waarbij een schroef in de cilinder wordt gedraaid en de cilinder daarna uit het slot wordt getrokken. Op de vluchtroute van de verdachten zijn twee handschoenen aangetroffen. Het DNA-profiel dat is aangetroffen aan de binnenzijde van de handschoenen matchte met het DNA-profiel van de medeverdachte [medeverdachte].

De verdachte heeft geen verklaring afgelegd over de reden waarom hij en zijn medeverdachte zich in het portiek bevonden en heeft geen aannemelijke verklaring gegeven voor het op de vlucht slaan voor de politie. Voor deze omstandigheden die, beschouwd in samenhang met de inhoud van de andere bewijsmiddelen, redengevend zijn voor het bewijs van het aan hem tenlastegelegde feit, heeft de verdachte dus niet een aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring gegeven.

Mede in het licht daarvan is het hof van oordeel dat de verdachte en zijn medeverdachte gezamenlijk een poging tot diefstal met braak hebben uitgevoerd en daarbij zo nauw en bewust hebben samengewerkt dat sprake is van het in vereniging plegen daarvan. Hetgeen door de raadsman is aangevoerd over de verklaring van een getuige doet daaraan niet af. Deze getuige heeft immers ook verklaard dat de door haar waargenomen jongens door de politie achterna werden gezeten, zodat het hof ervan uitgaat dat het hier ging om de verdachte en zijn medeverdachte. Voorts is niet uitgesloten dat zij gedurende de achtervolging gelegenheid hebben gehad zich van gereedschappen te ontdoen. Aan het feit dat op de plaats delict geen vingerafdrukken zijn aangetroffen, hecht het hof geen waarde.

Feit 2

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit op de grond dat de verdachte zich niet heeft losgerukt, maar reeds los was en het op een rennen heeft gezet. Subsidiair heeft de raadsman het hof verzocht de verdachte vrij te spreken van het bij Tuithof veroorzaakte letsel op de grond dat causaal verband ontbreekt tussen het handelen van de verdachte en dit letsel.

Het hof overweegt als volgt.

Hetgeen de raadsman primair heeft aangevoerd, wordt weerlegd door de inhoud van de bewijsmiddelen. Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof wel van oordeel dat niet is komen vast te staan dat het tenlastegelegde letsel door het handelen van de verdachte is veroorzaakt. Van dit onderdeel van de tenlastelegging zal de verdachte worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij op 5 februari 2016 te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan [adres 2] weg te nemen een of meer geldbedragen en/of goederen van hun gading, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte of zijn mededader en zich daarbij de toegang tot voornoemde woning te verschaffen door middel van braak, met zijn mededader, naar voornoemde woning is toegegaan, waarna hij, verdachte, en zijn mededader een cilinderslot van een toegangsdeur van voornoemde woning hebben geforceerd;

2:
hij op 2 september 2015 te Amsterdam zich met geweld heeft verzet tegen een ambtenaar, te weten [naam], werkzaam in de rechtmatige uitoefening van haar bediening, te weten als hoofdagent bij de politie Eenheid Amsterdam en belast met assistentiedienst, door nadat hij, verdachte, was aangehouden en gevraagd was zijn handen uit zijn zakken te halen zijn handen naar beneden te drukken in zijn jaszakken en, toen voornoemde Tuithof hem, verdachte, bij diens hand vasthield, zich van voornoemde Tuithof los te rukken, waardoor voornoemde [naam] in onbalans kwam.

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

wederspannigheid.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 – met uitzondering van het letsel – ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft gewezen op het van toepassing zijn van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en op het feit dat de verdachte niet opnieuw in aanraking is gekomen met politie en justitie.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot woninginbraak in vereniging. Ten tijde daarvan was de vijftienjarige zoon van de aangever alleen thuis. Hij is daardoor erg bang geworden. Ook is door het handelen van de verdachte en zijn mededader schade berokkend aan de aangever doordat het slot van de deur van zijn woning is geforceerd. Meer in het algemeen veroorzaken feiten als het onderhavige maatschappelijke onrust en brengen zij bij veel mensen gevoelens van onveiligheid teweeg. Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan wederspannigheid. Door aldus te handelen heeft de verdachte de betrokken opsporingsambtenaar in de uitoefening van haar werkzaamheden belemmerd en heeft hij geen respect getoond voor het openbaar gezag.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 20 januari 2017 is hij diverse keren eerder onherroepelijk veroordeeld ter zake van diefstallen uit woningen.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Beslag

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen dezelfde beslissing zal nemen als de rechtbank.

De in beslag genomen Nokia-telefoon is onder de verdachte inbeslaggenomen en dient aan hem te worden teruggegeven. De inbeslaggenomen Iphone-telefoon en Samsung-telefoon zijn onder

[rechthebbende] in beslag genomen. Deze zullen dan ook aan [rechthebbende] moeten worden teruggegeven. Van de overige goederen is geen rechthebbende bekend, zodat deze bewaard zullen moeten worden ten behoeve van de rechthebbende.

Vordering van de benadeelde partij [naam]

Nu [naam] in haar vordering tot schadevergoeding door de rechtbank niet-ontvankelijk is verklaard en zij zich in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd, is die vordering niet meer aan de orde.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 57, 63, 180 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

1. STK Telefoontoestel Kl: zwart NOKIA 5132607.

Gelast de teruggave aan [rechthebbende] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1. STK Telefoontoestel KL: zwart IPHONE 5132665;

1. STK Telefoontoestel Kl: wit SAMSUNG 5132666.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1. STK Navigator Kl: grijs TOM TOM 5132485;

1. STK Chemicaliën GRIFFON 5132488;

2 STK Handschoen Kl: zwart 5132493.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. R.D. van Heffen en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van mr. S. Egidi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 februari 2017.