Strafrecht overig
Toepassing 9a strafrecht in verband met het lange tijdsverloop sinds de bewezenverklaarde overtreding.
Gerechtshof Amsterdam, 25 augustus 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:3436 · Gerechtshof Amsterdam · 25 augustus 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2017-3436
Zaakgegevens
Op 25 augustus 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 25 augustus 2017
- Datum publicatie
- 25 augustus 2017
- Zaaknummer
- 23-000149-17
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2017:3436
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Toepassing 9a strafrecht in verband met het lange tijdsverloop sinds de bewezenverklaarde overtreding.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000149-17
datum uitspraak: 11 augustus 2017
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 24 april 2014 in de strafzaak onder parketnummer 96-148736-12 tegen
[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 augustus 2017.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 2 juni 2011 te Amsterdam toen een opsporingsambtenaar haar als verdachte van een strafbaar feit naar haar identiteitsgegevens vroeg, aan die opsporingsambtenaar (een) andere dan haar werkelijke naam en/of voorna(a)m(en) en/of geboortedatum en/of geboorteplaats en/of adres waarop zij in de basisadminstratie persoonsgegevens als ingezetene stond ingeschreven of woon- of verblijfplaats heeft opgegeven.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
zij op 2 juni 2011 te Amsterdam toen een opsporingsambtenaar haar als verdachte van een strafbaar feit naar haar identiteitsgegevens vroeg, aan die opsporingsambtenaar een andere dan haar werkelijke naam en voornaam en geboortedatum heeft opgegeven.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
door het bevoegd gezag naar zijn identificerende persoonsgegevens gevraagd, een valse naam, voornaam, geboortedatum, geboorteplaats of woon- of verblijfplaats opgeven.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.
Toepassing van artikel 9a Sr
De kantonrechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 400,- subsidiair 8 dagen hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.
In verband met het lange tijdsverloop sinds het bewezenverklaarde, is het hof van oordeel dat het opleggen van een straf aan de verdachte thans niet langer passend is. Het hof zal derhalve bepalen dat aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.A.M. Hoek, mr. N.A. Schimmel en mr. R.P. den Otter, in tegenwoordigheid van
D.J. Herbrink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
11 augustus 2017.