Strafrecht overig
Gerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Strafrecht overig
ECLI:NL:GHAMS:2017:4100 · Gerechtshof Amsterdam · 27 september 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2017-4100
Zaakgegevens
Op 27 september 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 27 september 2017
- Datum publicatie
- 6 oktober 2017
- Zaaknummer
- 13/654115-17
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2017:4100
Samenvatting
Voorlopige hechtenis
Uitspraak
Inhoudsopgave
13-654115-17
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1977,
wonende te [adres] ,
thans verblijvende in het huis van bewaring P.I.V. HvB Nieuwersluis te Nieuwersluis,
tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 4 september 2017, voor zover houdende bevel tot haar gevangenhouding.
De feiten en de rechtsgang
Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 6 september 2017, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. R. Pothast.
De beoordeling
Het hof acht, om de redenen als door de raadsman naar voren gebracht, geen ernstige bezwaren aanwezig voor het op de vordering inbewaringstelling vermelde feit 2.
De officier van justitie heeft ervoor gekozen om enerzijds het afhalen van de cocaïne door de medeverdachte [medeverdachte] op 23 augustus 2017 als feit 1 op de vordering inbewaringstelling te vermelden en anderzijds de verdenking van betrokkenheid bij verdovende middelen over een langere periode als feit 2. De rechter-commissaris heeft uitdrukkelijk geen ernstige bezwaren aangenomen ter zake van feit 1. Gelet op de kennelijke bedoeling van de officier van justitie als hiervoor genoemd, kunnen de gebeurtenissen op 23 augustus 2017 naar het oordeel van het hof niet onder de verdenking als omschreven in feit 2 vallen.
Het vorenstaande brengt mee dat bij gebreke van ernstige bezwaren de gevraagde gevangenhouding moet worden afgewezen.
13-654115-17
De beslissing
Het hof:
VERNIETIGT de beschikking waarvan beroep.
HEFT OP de voorlopige hechtenis van de verdachte.
Deze beschikking is gegeven op 27 september 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. F.A. Hartsuiker, voorzitter,
mrs. J.L. Bruinsma en M.J.A. Plaisier, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 27 september 2017,
de advocaat-generaal