Strafrecht overig

Vrijspraak dood door schuld. Verdachten organiseerden een healing-weekend, waarin zij mapacho, caapi en…

Zaakgegevens

Op 1 oktober 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
1 oktober 2026
Datum publicatie
1 oktober 2026
Zaaknummer
21-000273-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:6302
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Vrijspraak dood door schuld.

Verdachten organiseerden een healing-weekend, waarin zij mapacho, caapi en (psilocine bevattende) paddenstoelen verstrekten. Eén deelneemster is overleden aan het innemen van de combinatie van deze middelen. Ondanks het feit dat verdachten de middelen hebben verstrekt, levert dat naar het oordeel van het hof geen schuld op in de zin van artikel 307 van het Wetboek van Strafrecht, omdat voor verdachten het risico op de dood niet voorzienbaar was. Ondanks de zorgplicht die op verdachten rustte, hoefden zij zich niet bewust te zijn van het risico dat het slachtoffer zou komen te overlijden toen zij haar (de combinatie van) middelen gaven. Ook is uit het dossier niet af te leiden dat voor verdachten op enig moment duidelijk moet zijn geweest dat sprake was van een levensbedreigende situatie waarin anders gehandeld had kunnen en moeten worden.

Het hof veroordeelt verdachten wel voor het in vereniging opzettelijk aanwezig hebben en verstrekken van paddo’s tot een geldboete van € 1.000,-.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000273-25

Uitspraakdatum: 1 oktober 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 10 januari 2025 met parketnummer 05-083103-22 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de Rechtbank Gelderland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 3 september 2026 en 1 oktober 2026 en het onderzoek op de terechtzittingen bij de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en haar raadslieden, mr. S. van Minderhout en mr. A.C.M. Tönis, hebben aangevoerd.

Daarnaast heeft het hof kennisgenomen van wat mr. P.G.J.M. Boonen naar voren heeft gebracht namens de benadeelde partijen. Ook heeft het hof kennisgenomen van wat namens de spreekgerechtigde [benadeelde 1] en door de spreekgerechtigde [benadeelde 2] naar voren is gebracht.

Het vonnis

De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken van de onder 1 tenlastegelegde dood door schuld. De benadeelde partijen zijn in verband met deze vrijspraak niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.

Wel heeft de rechtbank verdachte veroordeeld voor de eendaadse samenloop van het medeplegen van de opzettelijke overtredingen van artikel 3 onder B en C van de Opiumwet, te weten het verstrekken en voorhanden hebben van verboden paddenstoelen. De rechtbank heeft daarvoor aan verdachte een geldboete van € 1.000,- opgelegd. De inbeslaggenomen paddenstoelen zijn onttrokken aan het verkeer en van de overige inbeslaggenomen goederen is de teruggave aan de rechthebbende gelast.

Het hof vernietigt het vonnis om redenen van doelmatigheid en doet daarom opnieuw recht.

Tenlastelegging

Op de zitting bij de Rechtbank Gelderland is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:

Feit 1
zij in of omstreeks de periode van 23 maart 2022 tot en met 27 maart 2022 te [plaats] in de gemeente [gemeente] , in ieder geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans éénmaal grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en/of nalatig

zonder enige (in Nederland) erkende reguliere medische opleiding en/of kennis

- (tegen betaling) een healingbijeenkomst (een zogenoemde Shamanic Medicine Healing Retreat of Ayahuasca Retreat) heeft georganiseerd, waarbij aan de deelnemers tryptamines (hallucinogene paddenstoelen) en/of harmala-alkaloïden (caapi) en/of nicotine-agonisten (mapacho) en/of water, in elk geval middelen en/of stoffen en/of dranken werden aangeboden en die in te laten nemen en/of

- caapi en/of mapacho en/of paddenstoelen zelf heeft bereid en/of geteeld en/of

- tijdens die bijeenkomst zelf één of meerdere van bovenstaande middelen heeft gebruikt, waardoor verdachte en/of haar mededader onder invloed verkeerden en/of

- aan [slachtoffer 1] gedurende bovengenoemde (lange) periode (grote/aanzienlijke) hoeveelheden tryptamines (hallucinogene paddenstoelen) en/of harmala-alkaloïden (caapi) en/of nicotine-agonisten (mapacho) en/of water heeft aangeboden en/of heeft verstrekt, welke stoffen door elkaar en/of tegelijkertijd en/of vlak na elkaar werden gebruikt en/of

- bij de verstrekking van die middelen heeft nagelaten toezicht te houden op de dosering van die middelen en/of de dosering van die middelen te controleren en/of te registreren en/of

- terwijl zij verdachte en/of haar mededader bekend was, in ieder geval bekend had kunnen en moeten zijn, met de gevaren van het gebruik van voornoemde middelen en/of stoffen al dan niet in combinatie met elkaar en/of met andere middelen en/of stoffen en/of

- terwijl zij verdachte en/of haar mededader wisten of redelijkerwijs hadden moeten weten dat die [slachtoffer 1] sterk reageerde op één of meer van de toegediende stoffen/middelen en/of de combinatie daarvan en/of niet/onvoldoende op de hoogte was/waren van de medische situatie van die [slachtoffer 1] en/of

- heeft nagelaten medische hulpdiensten te alarmeren en/of tijdig medische hulp in te schakelen, terwijl die [slachtoffer 1] (zeer) onrustig was en/of in haar broek had gepoept en/of (veel en heftig) overgaf en diarree had en/of zeer emotioneel en/of overstuur en/of hysterisch werd en/of naar de wc ging en daar gedurende langere tijd verbleef en/of niet (meer) kon praten en/of steeds wegviel/in slaap viel, in ieder geval een verminderd bewustzijn had en/of

- gedurende een langere tijd die [slachtoffer 1] (vervolgens) in een andere (aparte) kamer heeft gelegd zonder (direct) toezicht en/of daarbij heeft nagelaten voldoende toezicht te houden door zelf te gaan slapen en/of niet bij die [slachtoffer 1] te gaan kijken en/of

- heeft nagelaten medische hulpdiensten te alarmeren en/of tijdig medische hulp in te schakelen, terwijl die [slachtoffer 1] in een (diepe) slaap viel en hard snurkte en/of

- die [slachtoffer 1] in bed heeft laten liggen en/of bij aantreffen van die [slachtoffer 1] , waarbij die [slachtoffer 1] een blauw gelaat had en een gorgelend geluid maakte en er slijm uit haar neus en mond kwam, geen/niet direct of tijdig medische hulpdiensten heeft gealarmeerd en/of tijdig medische hulp heeft ingeschakeld,

waardoor voornoemde [slachtoffer 1] verder geïntoxiceerd en biochemisch ontregeld is geraakt met psilocine (aanwezig in hallucinogene paddenstoelen), harmaline en THH (aanwezig in caapi) en nicotine en het aan haar en/of haar mededader schuld te wijten is dat [slachtoffer 1] is overleden;

Feit 2
zij in of omstreeks de periode van 15 januari 2022 tot en met 27 maart 2022 te [plaats] in de gemeente [gemeente] , in ieder geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans éénmaal opzettelijk 324,95 gram paddenstoelen die van nature de stof psilocine of psilocybine bevatten, in elk geval een hoeveelheid van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a vijfde lid van die wet

- heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, verstrekt en/of aanwezig heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 tenlastegelegde dood door schuld. [slachtoffer 1] is overleden als gevolg van een combinatie van de door verdachte en medeverdachte [medeverdachte] verstrekte mapacho, caapi, paddo’s en water. De vrijwillige deelname van [slachtoffer 1] aan het healing-weekend waarin zij die middelen heeft ingenomen staat aan toerekening niet in de weg. Verdachten hebben beroepsmatig gehandeld en hadden in de door hen gepresenteerde hoedanigheid van deskundigen de risico’s van de in combinatie verstrekte en ingenomen middelen moeten voorzien. Doordat zij zich niet voldoende op de hoogte hebben gesteld van de toxische werking en de risico’s daarvan, terwijl kennis daarover wel voorhanden was, hebben zij niet aan de zorgvuldigheidsnormen voldaan. Hiermee is sprake van verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid en nalatigheid, waardoor verdachten in strafrechtelijke zin schuld hebben aan het overlijden van [slachtoffer 1] .

Ten aanzien van feit 2 heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] paddo’s heeft bereid, verkocht en verstrekt.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht verdachte vrij te spreken van het onder 1 tenlastegelegde. Daarbij heeft de verdediging zich primair op het standpunt gesteld dat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld wat de doodsoorzaak van [slachtoffer 1] is geweest, zodat niet buiten gerede twijfel kan worden vastgesteld dat haar overlijden het gevolg is geweest van de middelen die verdachten hebben aangeboden.

Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat verdachten met hun gedragingen niet grovelijk of aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam of nalatig hebben gehandeld. Zij hoefden niet te voorzien dat hun gedrag tot de dood van [slachtoffer 1] had kunnen leiden. Er is geen sprake van strafrechtelijke verwijtbaarheid.


Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging aangevoerd dat geen sprake is geweest van het (los) verkopen van paddo’s, maar ‘enkel’ van het voorhanden hebben en verstrekken van paddo’s.

Oordeel van het hof

Feit 1

Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan. Daarom spreekt het hof verdachte daarvan vrij. Het hof neemt hierbij de overwegingen van de rechtbank als uitgangspunt, hierna in cursief weergegeven. Aanvullingen en afwijkingen door het hof worden niet cursief weergegeven.

Vaststelling feitelijke gang van zaken

Verdachten [verdachte] en [medeverdachte] kenden [slachtoffer 1] al een aantal jaren. [slachtoffer 1] had in het verleden vaker bij verdachten een healing-weekend gedaan.

Op woensdag 23 maart 2022 is zij naar de woning van [medeverdachte] in [plaats] gegaan om daar, samen met [medeverdachte] , [verdachte] en nog een andere deelnemer, [getuige] , een zogenaamde mapacho-ceremonie te doen. Deze ceremonie diende ter voorbereiding op het ‘Heilige Plant Weekend’ Healing’(hierna: healing-weekend) dat later die week zou plaatsvinden. Mapacho is een plantenextract dat veel nicotine bevat. Tijdens de ceremonie heeft [slachtoffer 1] dit extract gesnoven. Ten gevolge hiervan moest zij overgeven, maar dat was ook het beoogde effect. Na de ceremonie is zij teruggekeerd naar haar woning in België.

Op vrijdag 25 maart 2022 is zij opnieuw naar de woning van [medeverdachte] gegaan, om deel te nemen aan het healing-weekend dat tot en met zondag zou duren. [medeverdachte] en [verdachte] organiseerden samen dit weekend, waaraan ook getuige [getuige] deelnam. Op die vrijdag heeft [slachtoffer 1] een combinatie van mapacho, caapi (een extract van een liaan dat MAO-remmers bevat) en geestverruimende (psylocybine bevattende) paddenstoelen tot zich genomen. Deze middelen zijn door beide verdachten aan haar verstrekt. Inname van deze middelen had als effect dat [slachtoffer 1] meermalen moest braken en dat zij diarree had. Na de eerste dag van het healingritueel is iedereen gaan slapen.

De volgende dag, zaterdag 26 maart 2022, heeft [slachtoffer 1] samen met [verdachte] en getuige [getuige] een wandeling gemaakt. Later die avond vond het tweede deel van het ritueel plaats, wederom onder begeleiding van [verdachte] en [medeverdachte] . [slachtoffer 1] en getuige [getuige] namen dezelfde middelen in als de dag ervoor: mapacho, caapi en paddo’s. Ook nu moest [slachtoffer 1] meermalen braken en had zij diarree. Terwijl ze op de wc zat is [slachtoffer 1] een paar keer weggedommeld. Nadat het ritueel was afgesloten is [slachtoffer 1] naar een aparte kamer gebracht. Ze is daar huilend in slaap gevallen, terwijl [verdachte] naast haar bleef zitten. [verdachte] is nog een keer bij [slachtoffer 1] gaan kijken en toen lag ze te snurken. Verdachten zijn ook naar bed gegaan, elders in de woning. Dat was omstreeks 8.00 of 9.00 uur in de ochtend.

In de loop van zondag 27 maart 2022 werden [medeverdachte] , [verdachte] en getuige [getuige] wakker. Getuige [getuige] werd om 18.00 uur door [medeverdachte] naar het station gebracht. [verdachte] is toen gaan kijken bij [slachtoffer 1] . Ze heeft verklaard dat [slachtoffer 1] een blauw gelaat had en koud aanvoelde en dat het voor haar overduidelijk was dat [slachtoffer 1] was overleden. [verdachte] heeft vervolgens een aantal vrienden gebeld en contact opgenomen met de familie van [slachtoffer 1] . Vervolgens heeft ze om 20:08 uur met 112 gebeld. Rond 20:30 uur is door een gearriveerde politieambtenaar lijkstijfheid geconstateerd bij [slachtoffer 1] . Om 22:05 uur bevestigde de schouwarts haar dood.

De zienswijze van verdachten

Beide verdachten organiseren al vele jaren regelmatig healing-sessies, waarbij zij de deelnemers natuurlijke middelen geven om lichaam en geest te reinigen, door het verdrijven van negatieve energie en emoties en het ruimte geven aan positieve ideeën en gevoelens. Zij gebruiken daarbij een combinatie van plantaardige middelen, veelal uit Latijns-Amerika, zoals mapacho, caapi en bepaalde paddenstoelen. In het verleden gebruikten zij daarbij onder meer ayahuasca, maar daarmee zijn ze enkele jaren geleden gestopt, toen dat op lijst I van verboden middelen van de Opiumwet werd opgenomen.

Aan openbare bronnen kan het volgende worden ontleend:

- Mapacho is een extract van een tabaksplant (wetenschappelijke naam: Nicotiana Rustica L) dat een hoge concentratie nicotine bevat. In verschillende culturen wordt hier een helende werking aan toegeschreven, waarbij het als rook, maar onder andere ook via de neus in speciale rituelen kan worden toegediend.

- Caapi (wetenschappelijke naam: Banisteriopsis caapi) is een Zuid-Amerikaanse liaan uit de familie Malpighiaceae met een geestverruimende werking. Het wordt gebruikt om ayahuasca te maken, een afkooksel met een lange geschiedenis van entheogeen gebruik; inheemse volkeren gebruiken het om ‘de god in zichzelf’ te ontdekken.

- Paddo’s zijn paddenstoelen die psilocybine en psilocine bevatten. Dit zijn stoffen die tripeffecten geven. Hierdoor beleef je de werkelijkheid anders.

Mapacho werd tijdens de healing gebruikt voor de reinigende werking (‘detox’) doordat het braken opwekt en daarmee negatieve stoffen losmaakt waardoor de gebruiker rustig wordt in het hoofd. Verdachten maakten dit zelf door de plant te laten trekken in water. Hoe sterk het extract uiteindelijk wordt, is lastig in te schatten.

Caapi werd gebruikt om rust te brengen in het lichaam; het maakt negatieve emoties los én zorgt ervoor dat de paddo’s een langer en sterker effect hebben.

De paddo’s hebben een hallucinogene werking en werden door verdachten gebruikt “om visuele beelden te openen”.

Juridisch kader dood door schuld

Voor een bewezenverklaring van artikel 307 Sr is vereist dat sprake is van een causaal verband tussen de dood en de gedragingen van de verdachte, en dat het gevolg aan diens schuld te wijten is.

Schuld in de zin van artikel 307 Sr heeft een andere betekenis dan het begrip schuld dat in het normale spraakgebruik gehanteerd wordt. Schuld in juridische zin, zeker in een bepaling als artikel 307 Sr, is een complex begrip met veel facetten. Van schuld is sprake als een verdachte een bepaald gevolg (in dit geval de dood) evident niet heeft willen veroorzaken, maar hem dat gevolg toch verweten kan worden, omdat hij verkeerd heeft gehandeld en dus anders had kunnen en moeten handelen. Daarbij is niet elke fout die iemand maakt voldoende om in strafrechtelijke zin te kunnen spreken van schuld. Het moet gaan om een verwijtbare, evidente, grotere fout. Uit vaste rechtspraak volgt dat hierbij moet worden gekeken naar de manier waarop die schuld in de tenlastelegging nader is geconcretiseerd, het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval en ook of verdachte het mogelijke gevaar had moeten onderkennen en had moeten beseffen wat de mogelijke gevolgen zijn als het misgaat (ook wel: de voorzienbaarheid). De ernst van de gevolgen is niet redengevend voor de mate van schuld.

Doodsoorzaak

Uit het toxicologisch onderzoek is gebleken dat door het gebruik van diverse stoffen, maar ook het drinken van veel water, zich twee afzonderlijke biochemische processen afspeelden in het lichaam van [slachtoffer 1] .

1. Serotonerg syndroom

Toxicologisch onderzoek door het NFI van het lichaamsmateriaal van [slachtoffer 1] heeft uitgewezen dat het femoraal bloed (bloed uit de dijbeenader) psilocybine, harmala-alkaloïden (harmaline, harmine en THH) en nicotine bevatte. Psilocine is het werkzame omzettingsproduct van psilocybine, dat zorgt voor de hallucinerende werking van geestverruimende paddenstoelen. Psilocine heeft effecten die vergelijkbaar zijn met de werking van de lichaamseigen signaalstof serotonine en bindt op dezelfde receptoren.
Harmala-alkaloïden bevinden zich in caapi en hebben een remmende werking op het MAO-enzym, dat normaal gesproken zorgt voor de afbraak van serotonine. THH (één van de aangetroffen harmala-alkaloïden) remt mogelijk ook de heropname van serotonine, waardoor, onafhankelijk van de remming van MAO, serotonineconcentraties kunnen toenemen.

Deze verschillende stoffen laten de concentratie serotonine in het lichaam op drie mogelijke manieren stijgen en hebben daarmee een serotonerg effect. Gecombineerde blootstelling aan deze stoffen kan leiden tot een zeer hoge concentratie serotonine en het daarmee gepaard gaande serotonerg syndroom. Dit wordt gekarakteriseerd door epileptische aanvallen, coma, hyperthermie (verhoogde lichaamstemperatuur) en multi-orgaanfalen. Volgens de toxicoloog hebben de aangetoonde psilocine, harmaline en THH in de gemeten concentraties op deze manier mogelijk een bijdrage geleverd aan het overlijden van [slachtoffer 1] . Inname van harmala-alkaloïden kan onder andere leiden tot braken en diarree. Bijwerkingen van nicotine kunnen onder andere zijn misselijkheid en braken.

2. Verstoorde elektrolytenhuishouding

De toxicoloog heeft verder aanwijzingen gevonden voor een verstoorde elektrolyten-huishouding, bestaande uit te lage natrium- en chlorideconcentraties ten tijde van het overlijden. Dit kan mede verklaard worden door het gegeven dat [slachtoffer 1] in de dagen voorafgaand aan haar overlijden veel heeft gebraakt en incontinent is geweest voor ontlasting, waardoor elektrolytenverlies optreedt. Ook heeft zij veel water gedronken, waardoor de elektrolytenconcentratie mogelijk verder is verlaagd. Verder kan de aangetroffen nicotine tot een verstoorde vochtuitscheiding leiden. De combinatie van deze factoren kan hebben geleid tot de verstoorde elektrolytenhuishouding, waarbij onder andere herseninklemming, epileptische aanvallen, coma en cardiorespiratoir falen kunnen zijn opgetreden.


Er zijn geen aanwijzingen verkregen voor de aanwezigheid van andere stoffen dan de hierboven genoemde stoffen, afgezien van ibuprofen, wat geen rol heeft gespeeld bij het overlijden van [slachtoffer 1] .

Pathologisch onderzoek

De forensisch patholoog heeft sectie verricht op het lichaam van [slachtoffer 1] en vond hierbij geen traumatische afwijkingen die het overlijden kunnen verklaren. De gemeten concentraties van de in het toxicologische onderzoek aangetroffen stoffen op zichzelf waren te laag om het overlijden rechtstreeks te verklaren, wel kan de combinatie van deze stoffen een rol hebben gespeeld bij het overlijden. Daarnaast kan de verstoring van elektrolyten-concentraties op zichzelf, alsook in combinatie met het serotonerg syndroom, het overlijden verklaren. Een andere doodsoorzaak is niet gebleken.

De patholoog heeft deze conclusie vervolgens in een waarschijnlijkheidsoordeel verwoord, waarbij de volgende twee elkaar uitsluitende hypothesen tegen elkaar worden afgezet:

Hypothese 1: De inname van (een combinatie) hoeveelheden van tryptamines (hallucinogene paddenstoelen) en/of harmala-alkaloïden (caapi) en/of nicotine-agonisten (mapacho) en/of water heeft geleid tot het overlijden.

Hypothese 2: Er was een andere doodsoorzaak waarbij de inname van (een combinatie) hoeveelheden van tryptamines (hallucinogene paddenstoelen) en/of harmala-alkaloïden (caapi) en/of nicotine-agonisten (mapacho) en/of water geen doorslaggevende rol heeft gespeeld.

Het aantreffen van het geheel aan forensisch-pathologische bevindingen, waaronder de bevindingen van de toxicoloog, is volgens de forensisch patholoog veel waarschijnlijker onder hypothese 1 dan onder hypothese 2. Daarmee wordt bedoeld dat de kans op het waarnemen van de onderzoeksresultaten 100 tot 10.000 keer groter wordt geacht wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.

Conclusie doodsoorzaak

Het hof gaat ervan uit, gelet op de onderzoeksbevindingen en de conclusies van de deskundigen, dat [slachtoffer 1] buiten redelijke twijfel is overleden door inname van de combinatie van psilocybine-bevattende paddenstoelen, harmala-alkaloïden (harmaline, harmine en THH), nicotine en water. Deze stoffen hadden tot gevolg dat de serotonineconcentraties in haar lichaam stegen door inname van de paddenstoelen, terwijl door de inname van de caapi het mechanisme dat deze concentraties op het juiste niveau moet houden, werd gedempt. Door inname van caapi, mapacho en nicotine ga je braken en krijg je diarree. Dit verstoort de elektrolytenbalans. Door veel water te drinken en nicotine in te nemen, werd deze balans verder verstoord. De verweren van de verdediging maken het voorgaande niet anders.

Causaal verband tussen handelen van verdachten en de dood

De causaliteit tussen de gedragingen van de verdachte en het gevolg worden bepaald aan de hand van de leer van de ‘redelijke toerekening’. Hiervoor is, ook in dit geval, vereist dat verdachte het gevaar dat het slachtoffer zou komen te overlijden in zodanige mate heeft verhoogd dat dat overlijden redelijkerwijs aan hem kan worden toegerekend als gevolg van zijn handelen of nalaten.

Op grond van de feiten en omstandigheden gaat het hof ervan uit dat [slachtoffer 1] is overleden aan het innemen van een combinatie van middelen die door beide verdachten aan haar zijn verstrekt. Het hof stelt daarmee vast dat het de gedragingen van beide verdachten waren die tot de hiervoor omschreven gezondheidseffecten hebben geleid waaraan [slachtoffer 1] uiteindelijk is overleden en dat haar overlijden dus aan beide verdachten kan worden toegerekend. De enkele omstandigheid dat [slachtoffer 1] een volwassen vrouw is die de middelen zelf en desbewust heeft ingenomen, staat aan die toerekening niet in de weg. [slachtoffer 1] nam deel aan het healing-weekend om tot nieuwe inzichten te komen, waarbij zij door verdachten werd begeleid. Voor de keuze van de combinatie van middelen en de dosering was zij geheel afhankelijk van het inzicht van beide verdachten.

Schuld

Het hof dient vervolgens de vraag te beantwoorden of de gedragingen en het nalaten van verdachte schuld opleveren in de zin van de op artikel 307 van het Wetboek van Strafrecht toegespitste tenlastelegging. Het hof overweegt in dit verband het volgende.

Beide verdachten hebben op verschillende momenten meerdere middelen verstrekt aan [slachtoffer 1] , die deze middelen vervolgens heeft ingenomen.

Het hof stelt vast dat aan het gebruik van deze middelen afzonderlijk, maar zeker als zij in combinatie met elkaar worden genomen, risico’s zitten. Zij hebben immers het doel om lichamelijke en geestelijke effecten teweeg te brengen, hetgeen precies was wat verdachten beoogden: lichaam en geest reinigen van negatieve stoffen en emoties. Bij te hoge concentraties daarvan kunnen echter primaire levensprocessen worden verstoord. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat verdachten zich onvoldoende bewust zijn geweest van de risico’s die het gebruik van (een combinatie van) deze stoffen met zich brengen. Uit het rapport van de toxicoloog blijkt dat het innemen van zowel psilocybine als harmala-alkaloïden niet logisch is, omdat de toevoeging van een MAO-remmer niet nodig is voor de hallucinerende werking van de paddo’s, terwijl dit wel de risico’s op toxiciteit verhoogt. Beiden hebben onvoldoende onderkend dat door het gecombineerd gebruik ervan meerdere, elkaar versterkende, processen op gang worden gebracht in het lichaam, met in dit geval een fatale afloop.

De vraag is echter of dit gevolg van hun handelen voorzienbaar was, dat wil zeggen of verdachten zich bewust hadden moeten zijn van het risico dat [slachtoffer 1] zou komen te overlijden toen zij haar de (combinatie van) middelen gaven. Daarbij overweegt het hof dat het voorzien van (gezondheids)risico’s in bredere zin moet worden onderscheiden van het voorzien van het risico op de dood. Het gaat in onderhavige zaak in het bijzonder om de voorzienbaarheid van dat concrete gevolg.

Het hof stelt voorop dat het zeer onwenselijk is dat personen die (een combinatie van) dergelijke middelen verschaffen aan anderen zich als deskundigen voordoen, als zij onvoldoende op de hoogte zijn van de fysiologische effecten van de middelen die zij verstrekken.

In dit geval organiseerden verdachten reeds jarenlang dergelijke healing-weekenden. Ze noemden zichzelf ‘healer, energiebewaker, gids, kennisdeler, leraar en poortwachter’. De sessies volgden een bepaalde methodiek, waarin beide verdachten een rol hadden bij het begeleiden van hun deelnemers op hun ‘innerlijke reis’. Deelnemers betaalden een vergoeding in ruil voor deze diensten. Het dossier biedt inzicht in de agenda van verdachten waaruit het structurele karakter volgt van het verzorgen van healing-sessies. Ook bevat het dossier een jaaragenda uit 2018-2019 waarin verschillende soorten sessies zijn aangekondigd, met daarbij de data en prijzen van die sessies.

Het hof is met de advocaat-generaal van oordeel dat dit maakt dat verdachten bedrijfsmatig hebben gehandeld en zich daarbij als deskundig hebben gepresenteerd. Dit brengt in beginsel een zorgplicht met zich mee. Van verdachten mocht meer kennis en beleid worden verwacht dan van de gemiddelde mens, waarbij men zich niet kan verschuilen achter de omstandigheid dat deelnemers de middelen vrijwillig tot zich namen.

Het hof deelt echter niet de stelling van het openbaar ministerie dat verdachten alle risico’s – ook het risico dat deelnemers de ceremonie niet zouden overleven – hadden moeten voorzien.

In dat verband is van belang dat de gemeten concentraties van de in het toxicologische onderzoek aangetroffen stoffen op zichzelf niet dodelijk waren. Hoewel in (wetenschappelijke) literatuur geschreven wordt over de (gezondheids)risico’s van inname van hallucinogene paddenstoelen en over het serotonerg syndroom en serotonerge toxiciteit – waaruit blijkt dat gecombineerde blootstelling aan verschillende serotonerg werkende stoffen risicovol is – heeft zowel patholoog [naam 1] als toxicoloog [naam 2] aangegeven geen zaken te kennen waarin een combinatie van deze stoffen rechtstreeks het overlijden verklaart of daarbij zelfs maar een rol heeft gespeeld. Ook het hof is niet bekend met gevallen waarin deze combinatie van stoffen tot levensbedreigende situaties heeft geleid. Daar komt bij dat verdachten dergelijke healing-weekenden al meerdere jaren organiseerden en dat niet alleen de deelnemers deze combinatie van middelen gebruikten, maar verdachten zelf ook en dat dit niet eerder tot complicaties heeft geleid.

Gelet daarop is het hof van oordeel dat voor verdachten het risico op de dood niet voorzienbaar was. Dat verdachten niet medisch geschoold waren en de gebruikte stoffen zelf hebben bereid of gekweekt doet aan deze conclusie, in het licht van wat hiervoor is overwogen, niet af.

Uit de tenlastelegging volgt dat het verwijt van dood door schuld niet uitsluitend ziet op het verstrekken van de eerder genoemde middelen, maar dat verdachten tevens wordt verweten dat zij – kort gezegd – onvoldoende toezicht hebben gehouden en onvoldoende (adequaat) hebben ingegrepen doordat zij te laat medische hulp in hebben geroepen. Het hof kan echter niet vaststellen wat verdachten rondom het moment waarop [slachtoffer 1] onwel is geworden anders hadden kunnen en/of moeten doen om de dood van [slachtoffer 1] te voorkomen. Het dossier biedt daar te weinig aanknopingspunten voor. Het hof kan zich op dat punt alleen baseren op de verklaringen van verdachten zelf en de verklaring van de getuige [getuige] . Uit die verklaringen is niet af te leiden dat voor verdachten op enig moment duidelijk moet zijn geweest dat sprake was van een levensbedreigende situatie waarin anders gehandeld had kunnen en moeten worden. In het verlengde daarvan kan uit het dossier niet afgeleid worden dat anders handelen van verdachten en/of het (eerder) inroepen van hulp enig verschil had gemaakt.

Hoewel het zich moeilijk laat voorstellen dat [verdachte] zo lang heeft gewacht met het bellen van het alarmnummer, komt het hof tot de conclusie dat, ook als [verdachte] direct na het aantreffen van [slachtoffer 1] rond 18:00 uur met 112 had gebeld, haar dood hiermee niet voorkomen had kunnen worden.

Conclusie schuld

Het hof is zich er ten volle van bewust dat de hier ter beoordeling staande gebeurtenissen in het weekend van 25 tot 27 maart 2022 hebben geleid tot de dood van [slachtoffer 1] , een vrouw die nog een heel leven voor zich had. De nabestaanden hebben een uiterst pijnlijk en onomkeerbaar verlies geleden, dat een leven lang voelbaar zal blijven.

Hoewel het hof vaststelt dat de door verdachten verstrekte combinatie van middelen de dood van [slachtoffer 1] heeft veroorzaakt, was de dood daardoor voor verdachten echter niet voorzienbaar. Zo bezien kan niet gesteld worden dat de verdachten grovelijk of aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam of nalatig hebben gehandeld. Het hof zal verdachten dan ook vrijspreken van de onder 1 ten laste gelegde dood door schuld.

Feit 2

In de woning van [medeverdachte] , aan [adres 2] , zijn op 28 maart 2022 (delen van) paddenstoelen aangetroffen en in beslag genomen. Deze paddenstoelen zijn door het NFI onderzocht. Uit dat onderzoek blijkt dat de paddenstoelen, die gezamenlijk 324,95 gram wogen, de stof psilocine en/of psilocybine bevatten. Daarmee is sprake van een stof die op lijst II van de Opiumwet staat.

[verdachte] heeft op 28 maart 2022 verklaard dat zij sinds een aantal maanden bij [medeverdachte] in [plaats] woont en dat er tijdens de door haar en [medeverdachte] georganiseerde healing-weekenden paddenstoelen worden verstrekt. Tijdens het healing-weekend van 25 tot 27 maart 2022 heeft zij samen met [medeverdachte] , [slachtoffer 1] en [getuige] deze geestverruimende paddenstoelen gebruikt. Ook [medeverdachte] heeft verklaard dat hij paddenstoelen heeft gebruikt tijdens het healing-weekend van 25 tot 27 maart 2022.

Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte] in of omstreeks de periode van 25 tot 27 maart 2022 de aangetroffen en inbeslaggenomen paddenstoelen in vereniging aanwezig hebben gehad en dat zij tijdens het healing-weekend van 25 tot 27 maart 2022 in vereniging verboden paddenstoelen hebben verstrekt aan [slachtoffer 1] en getuige [getuige] . Anders dan de advocaat-generaal acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de paddenstoelen heeft verkocht.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

zij in of omstreeks de periode van 15 januari 25 maart 2022 tot en met 27 maart 2022 te [plaats] in de gemeente [gemeente] , in ieder geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer ander en, althans alleen,

meermalen, althans éénmaal opzettelijk 324,95 gram een hoeveelheid paddenstoelen die van nature de stof psilocine of psilocybine bevatten, in elk geval een hoeveelheid van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a vijfde lid van die wet

- heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, verstrekt en/of aanwezig heeft gehad

en

zij in of omstreeks de periode van 15 januari 25 maart 2022 tot en met 27 maart 2022 te [plaats] in de gemeente [gemeente] , in ieder geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer ander en, althans alleen,

meermalen, althans éénmaal opzettelijk 324,95 gram paddenstoelen die van nature de stof psilocine of psilocybine bevatten, in elk geval een hoeveelheid van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a vijfde lid van die wet

- heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, verstrekt en/of aanwezig heeft gehad.

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

De eendaadse samenloop van

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod,

en

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor de eendaadse samenloop van het medeplegen van overtreding van artikel 3 onder B en C Opiumwet tot een geldboete van

€ 1.000,-, bij niet betalen te vervangen door 20 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.


De advocaat-generaal heeft in hoger beroep gevorderd verdachte voor de onder 1 tenlastegelegde dood door schuld en de onder 2 tenlastegelegde overtreding van artikel 3 onder B en C Opiumwet te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.

De verdediging heeft verzocht verdachte vrij te spreken van de tenlastegelegde dood door schuld en ten aanzien zien van het onder 2 tenlastegelegde – in het bijzonder gelet op de overschrijding van de redelijke termijn – verzocht om toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, dan wel de overschrijding van de redelijke termijn te verdisconteren in de strafmaat.

Het hof heeft – net als de rechtbank – verdachte vrijgesproken van de tenlastegelegde dood door schuld en bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de eendaadse samenloop van het medeplegen van overtreding van artikel 3 onder B en C van de Opiumwet. Bij het bepalen van de straf en/of maatregel houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte en haar financiële draagkracht.

Verdachte heeft geestverruimende paddenstoelen (paddo’s) aanwezig gehad en aan anderen verstrekt. Hiermee heeft zij bijgedragen aan het in de samenleving brengen van voor de volksgezondheid schadelijke stoffen.

Bij de strafbepaling heeft het hof rekening gehouden met het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 4 augustus 2026. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

Het hof stelt vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in eerste aanleg is overschreden. Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling op zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen. Tussen het moment van inverzekeringstelling van verdachte op 28 maart 2022 en de uitspraak in eerste aanleg op 10 januari 2025 zijn twee jaar en ruim negen maanden verstreken. De redelijke termijn is hiermee in eerste aanleg overschreden met ruim negen maanden. De oorzaak hiervan is (mede) gelegen in de omstandigheid dat sprake is van een ingewikkelde strafzaak, waarbij in eerste aanleg aanvullend deskundigenonderzoek is uitgevoerd. Gelet hierop en gelet op de omvang van de aan verdachte op te leggen straf, te weten een geldboete van € 1.000,-, zal het hof in dit geval volstaan met de constatering dat een inbreuk is gemaakt op artikel 6, eerste lid, van het EVRM.

Het hof ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, nu dit geen recht doet aan de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de door de verdediging aangedragen omstandigheden daartoe ook niet in het bijzonder aanleiding geven.

Inbeslaggenomen voorwerpen

Het onder 2 bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot de hierna te noemen inbeslaggenomen sealbags en dozen met paddo’s. Het hof onttrekt deze voorwerpen aan het verkeer omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Ten aanzien van de overige inbeslaggenomen voorwerpen stelt het hof vast dat deze niet verboden zijn en dat zij ook niet zijn gebruikt bij een geconstateerd strafbaar feit. Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet, zal het hof de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten van die voorwerpen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend van € 25.093,10, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het schadeveroorzakende feit. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd, zodat het hof daarover zal beslissen.

Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het onder 1 bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend van € 19.160,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het schadeveroorzakende feit. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd, zodat het hof daarover zal beslissen.

Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het onder 1 bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend van € 20.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het schadeveroorzakende feit. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd, zodat het hof daarover zal beslissen.

Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het onder 1 bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 3, 11 en 13a van de Opiumwet en de artikelen 23, 24, 24c, 36b, 36c, 47 en 55 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.000,- (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde geldboete in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van € 100,- per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  • goednummer 2716985: 2 dozen met paddo's;

  • goednummer 2775799: sealbag 300 gr;

  • goednummer 2775803: sealbag 4,25 gr;

  • goednummer 2775805: sealbag 11,52 gr;

  • goednummer 2775807: sealbag 3 gr;

  • goednummer 2775808: sealbag 6,18 gr.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  • goednummer 2716315: diverse potjes en flesjes;

  • goednummer 2716929: één doos met caapi;

  • goednummer 2716940: één doos met mapacho;

  • goednummer 2716952: één doos met shacapa bladeren;

  • goednummer 2717015: vijf dozen en een vuilniszak met caapi/capacha bladeren;

  • goednummer 2718134: neusspray;

  • goednummer 2718135: neusspray;

  • goednummer 2718136: neusspray;

  • goednummer 2718138: neusspray.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 4] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 5] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door mr. R.H. Koning, mr. J.L.F. Groenhuijsen en mr. M.M. Dolman, in aanwezigheid van de griffier mr. N.D. Mavus-ten Elshof en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 1 oktober 2026.

Mr. M.M. Dolman is niet in staat dit arrest te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 1 oktober 2026.

Tegenwoordig:

mr. J.L.F. Groenhuijsen, voorzitter,

mr. C.C.M. Poland, advocaat-generaal,

mr. N.D. Mavus-ten Elshof, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Het hof realiseert zich dat verwijzing naar de stukken in het dossier niet nodig is bij een vrijspraak, maar kiest er – net als de rechtbank – voor om dat toch te doen, mede ten behoeve van de (professionele) procesdeelnemers bij (het eventuele vervolg van) de procedure. De stukken zijn terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, districtsrecherche Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2022134441, gesloten op 17 juli 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van onderzoek telefoon [slachtoffer 1] , p. 349, p. 405 en p. 454. Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 494-496. Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 456. Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , p. 408. Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 456. Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 466. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 35. Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 457. Proces-verbaal van relaas, p. 3, proces-verbaal van bevindingen onderzoek telefoon verdachte [verdachte] , p. 346. Proces-verbaal van bevindingen, p. 19. Schouwverslag dat aan het verhoor van de patholoog door de rechter-commissaris is gehecht. Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 451. https://www.zamnesia.nl/4426-aztec-tobacco-mapacho-nicotiana-rustica-20-zaden.html . Zie ook het NFI-rapport ‘Chemisch identificatie onderzoek aan de inhoud van een neusspray naar aanleiding van een incident op 27 maart 2022 in [plaats] ’, p. 110 e.v. https://nl.wikipedia.org/wiki/Banisteriopsis_caapi . Zie ook Toxicologische onderzoek in lichaamsmateriaal van [slachtoffer 1] , opgemaakt door [naam 2] MSc, op 17 oktober 2022 (hierna: Toxicologische rapport), p. 101. https://www.jellinek.nl/alcohol-drugs-gedrag/truffels-en-paddos/ Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , p. 461. Verklaring verdachte [verdachte] ter terechtzitting van 6 december 2024. Verklaring verdachte [verdachte] ter terechtzitting van 6 december 2024. Toxicologisch rapport, p. 104. Toxicologisch rapport, p. 108. Toxicologische rapport, p. 98. Forensisch pathologisch onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet-natuurlijke aard van overlijden, opgemaakt door drs. [naam 1] , op 21 oktober 2022 (hierna: Pathologisch rapport), p. 80. Aanvullend bericht Patholoog [naam 1] , d.d. 7 november 2023. Bijlage bij proces-verbaal van bevindingen, p. 335. Bijlage bij proces-verbaal van bevindingen, p. 282 e.v. Bijlage bij proces-verbaal van bevindingen, p. 335. Pathologisch rapport, p. 80. Aanvullend bericht toxicoloog [naam 2] d.d. 21 mei 2024, p. 8, en verhoor van patholoog [naam 1] door de rechter-commissaris d.d. 27 februari 2024, p. 4. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, districtsrecherche Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2022134441, gesloten op 17 juli 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van binnentreden woning, p. 240-241, en proces-verbaal van bevindingen, p. 366-368. Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 14 september 2022, p 369-373. Verklaring verdachte [verdachte] , p. 446-447 en 452-453. Verklaring verdachte [verdachte] , p. 440. Verklaring van verdachte [medeverdachte] , p. 416.