Strafrecht overig
Gerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Strafrecht overig
ECLI:NL:GHAMS:2017:4741 · Gerechtshof Amsterdam · 13 november 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2017-4741
Zaakgegevens
Op 13 november 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 13 november 2017
- Datum publicatie
- 17 november 2017
- Zaaknummer
- 23-004724-16
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2017:4741
Samenvatting
mishandeling; vrijspraak
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004724-16
datum uitspraak: 30 oktober 2017
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van
de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 8 december 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-079059-15 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Spanje) op [geboortedag] 1978,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 oktober 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 29 maart 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, zijn echtgenoot, althans zijn ex-vriendin, [slachtoffer], heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het eenmaal of meermalen (met kracht)
- ( vast)pakken en/of (vast)grijpen en/of (vast)gepakt houden en/of (vast)gegrepen houden van de nek/hals, althans het lichaam van voornoemde [slachtoffer] (tengevolge waarbij voornoemde [slachtoffer] pijn en/of letsel oploopt aan haar been, althans haar lichaam) en/of
- op/tegen de grond gooien/werpen van voornoemde [slachtoffer] en/of
- duwen tegen voornoemde [slachtoffer],
waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.
Vordering van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 1.000,-, waarvan een gedeelte van € 500,- voorwaardelijk niet ten uitvoer wordt gelegd, met een proeftijd van twee jaren.
Vrijspraak
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd. Het hof overweegt hieromtrent het volgende. Aangeefster heeft in eerste instantie, op 30 maart 2015, uiterst summier verklaard over het feitencomplex dat heeft geleid tot de formulering van de tenlastelegging. Op 12 mei 2016 is aangeefster gehoord door de rechter-commissaris. Ook bij dit verhoor verklaarde zij wisselend en onduidelijk over de toedracht van het ten laste gelegde, het mishandelende karakter van de gedragingen van de verdachte die tot enig letsel zouden hebben geleid en de opzet van de verdachte daarop, en over de plaats waar de getuige zich op dat moment bevond. De verdachte heeft telkens ontkend aangeefster te hebben mishandeld. Omdat de verklaringen van aangeefster voorts onvoldoende worden ondersteund door de overige stukken in het dossier, moet de verdachte van het ten laste gelegde worden vrijgesproken.
De door de raadsman voorwaardelijk geformuleerde nadere onderzoekswensen behoeven – nu de daaraan verbonden voorwaarde niet wordt vervuld – geen bespreking meer.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. G.M. Boekhoudt, mr. W. F. Groos en mr. C.N. Dalebout, in tegenwoordigheid van
mr. M.A.T. van Willigen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 oktober 2017.