Strafrecht overig
Artikel 11a Opiumwet - OVAR - Bewezen kan worden hetgeen is tenlastegelegd (het voorhanden hebben van…
ECLI:NL:GHAMS:2019:3999 · Gerechtshof Amsterdam · 24 oktober 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2019-3999
Zaakgegevens
Op 24 oktober 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 oktober 2019
- Datum publicatie
- 6 november 2019
- Zaaknummer
- 23-003582-18
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:3999
Samenvatting
Artikel 11a Opiumwet - OVAR - Bewezen kan worden hetgeen is tenlastegelegd (het voorhanden hebben van voorwerpen die bedoeld waren voor hennepteelt) maar dat levert in het licht van de wetsgeschiedenis: 'bestemd zijn tot' geen strafbaar feit op.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003582-18
datum uitspraak: 24 oktober 2019
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het
vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 juni 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-044905-17 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedag] 1971,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
10 oktober 2019.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, op of omstreeks 13 december 2016 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden gehad, te weten
een of meer assimilatielampen, armaturen, transformators, koolstoffilters, slakkenhuizen, ventilatoren, groeimiddelen, thermometers en/of weegschalen dan wel vervoermiddelen,te weten een (bedrijfs)auto en/of ruimten, gelden, andere betaalmiddelen en/of gegevens voorhanden heeft gehad, waarvan hij en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het
plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 13 december 2016 te Zaandam tezamen en in vereniging met anderen stoffen en voorwerpen voorhanden heeft gehad, te weten assimilatielampen, armaturen, transformators, koolstoffilters, slakkenhuizen, ventilatoren, groeimiddelen, thermometers en weegschalen dan wel vervoersmiddelen te weten een auto en ruimten voorhanden heeft gehad, waarvan hij en zijn mededaders wisten of ernstige reden hadden te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten.
Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert geen strafbaar feit op. De verdachte dient derhalve te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
Het hof overweegt hiertoe het volgende.
Op grond van de wetsgeschiedenis inzake artikel 11a Opiumwet is in het kader van de “bestemming” in de zin van die bepaling vereist dat de gedragingen strekken tot voorbereiding of vergemakkelijking van hennepteelt, waarbij het uiteindelijke doel ten behoeve waarvan de handeling wordt verricht van belang is. Bestemming ziet op de toekomst, niet op het verleden. Dat betekent dat voor de kwalificatie vereist
is dat die bestemming ten tijde van het tenlastegelegde nog actueel (toekomstgericht) is en dat de verdachte daarvan weet heeft. Weliswaar kan - als hiervoor aangegeven - bewezen worden
hetgeen is tenlastegelegd (kort gezegd: het voorhanden hebben van voorwerpen die bedoeld waren voor hennepteelt) maar dat levert in het licht van de hiervoor weergegeven wetsgeschiedenis geen strafbaar feit op.
Overigens merkt het hof op dat de verklaring van de verdachte - in de kern - inhoudt dat hij het pand aan het leeghalen en opruimen was en dat de spullen de volgende dag naar de stort zouden worden gebracht. In de onderhavige casus doet zich derhalve een situatie voor waarin de verdachte weliswaar de voorwerpen voorhanden heeft, maar ze waren (kennelijk) niet bestemd voor hennepteelt; de verdachte
was naar eigen zeggen aan het schoonmaken en de spullen aan het opruimen. Uit het verslag van de observatie door de politie blijkt wellicht van enige twijfel of de verdachte aan het inladen, dan wel aan
het uitladen was, maar het dossier biedt (overigens) onvoldoende aanknopingspunten voor de conclusie dat de verdachte bezig was met uitladen en (daarmee) het inrichten van een hennepplantage.
Dat, doch dit ten overvloede, gebruikte koolstoffilters zeer in trek zijn bij personen die een hennepkwekerij willen opzetten - zoals naar het hof ambtshalve bekend in veel zaken wordt gezegd - doet aan een en ander niet af, aangezien uit het dossier onvoldoende blijkt dat de koolstoffilters die in casu zijn aangetroffen bestemd zouden zijn voor hergebruik.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin
zitting hadden mr. A.M. van Amsterdam, mr. S. Clement en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van
mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
24 oktober 2019.
mr. P. Greve is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]