Strafrecht overig
Mega Koper, 416, lid 2 Sv
ECLI:NL:GHAMS:2019:940 · Gerechtshof Amsterdam · 15 januari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2019-940
Zaakgegevens
Op 15 januari 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 15 januari 2019
- Datum publicatie
- 21 maart 2019
- Zaaknummer
- 23-004616-16
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:940
Samenvatting
Mega Koper, 416, lid 2 Sv
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004616-16
datum uitspraak: 15 januari 2019
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 28 november 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-997037-15 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
[adres]
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 januari 2019.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is door de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen hem onder 3, 4, 5 primair en subsidiair is ten laste gelegd (feit 1 is komen te vervallen). De verdachte is ook vrijgesproken ter zake van het onder 2 primair tenlastegelegde, maar is voor het onder 2 subsidiair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met aftrek van voorarrest.
Het hoger beroep is blijkens de volmacht tot instellen van het rechtsmiddel van 14 december 2016 door de verdachte beperkt ingesteld en uitsluitend gericht tegen de in eerste aanleg uitgesproken veroordeling ter zake van feit 2.
Voor wat betreft dit in hoger beroep aan de orde zijnde feit 2 (primair en subsidiair) geldt dat de verdachte blijkens de akte intrekking rechtsmiddel van 9 november 2018 en het ter terechtzitting in hoger beroep van 15 januari 2019 namens hem verwoorde standpunt het hoger beroep niet wenst te handhaven.
Nu er reeds een regiezitting bij het hof in de zaak van de verdachte heeft plaatsgevonden in december 2017, zal het hof de verdachte, gehoord het Openbaar Ministerie en nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.M. Steinhaus, mr. E. Mijnsberge en mr. M.L. Leenaers, in tegenwoordigheid van mr. J. Mulder, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 januari 2019.