Strafrecht overig

AMA: art. 163, lid 6, WVW 1994. Belediging ambtenaar.

Zaakgegevens

Op 13 september 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
13 september 2021
Datum publicatie
12 november 2021
Zaaknummer
23-001272-21
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2021:3483
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

AMA: art. 163, lid 6, WVW 1994. Belediging ambtenaar.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 10-155374-19

parketnummer hoger beroep : 23-001272-21

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Den Haag, zitting houdend te Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van

13 september 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 15 januari 2021 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats]

adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

gepleegd
feit 2:
op 23 oktober 2018 te Dordrecht;

feit 3:
op 23 oktober 2018 te Dordrecht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 57, 63, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 163, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 en 4 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 5 (vijf) maanden.

Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Gewezen door mr. K.J. Veenstra, in bijzijn van mr. C. Roseboom, griffier.

mr. K.J. Veenstra