Strafrecht overig
Veroordeling voor: 1 meer subsidiair: mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn…
Rechtbank Oost-Brabant, 7 maart 2023
ECLI:NL:RBOBR:2023:2317 · Rechtbank Oost-Brabant · 7 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-oost-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbobr-2023-2317
Zaakgegevens
Op 7 maart 2023 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Oost-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 7 maart 2023
- Datum publicatie
- 19 mei 2023
- Zaaknummer
- 01.222128.22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2023:2317
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veroordeling voor:
1 meer subsidiair: mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel;
2: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.
De verdachte is eerder voor soortgelijke feiten veroordeeld.
Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 29 dagen met aftrek van voorarrest.
Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK OOST-BRABANT
Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.222128.22
Parketnummer vordering: 96.228670.18
Datum uitspraak: 07 maart 2023
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [1988] ,
wonende te [adres] ,
thans gedetineerd te: P.I. Arnhem.
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 februari 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van de verdediging naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 16 januari 2023.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1. primair:
hij op of omstreeks 2 september 2022 te Helmond aan [slachtoffer 1] (zijn levenspartner; geboren [1980] ) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een hersenbloeding en/of een gebroken oogkas, heeft toegebracht door voornoemde [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, tegen haar gezicht en/of hoofd, althans haar lichaam, te slaan (al dan niet met gebalde vuist);
1. subsidiair:
hij op of omstreeks 2 september 2022 te Helmond ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] (zijn levenspartner; geboren [1980] ) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
voornoemde [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, tegen haar gezicht en/of hoofd, althans haar lichaam, heeft geslagen (al dan niet met gebalde vuist),
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
1. meer subsidiair:
hij op of omstreeks 2 september 2022 te Helmond [slachtoffer 1] (zijn levenspartner; geboren [1980] ) opzettelijk heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, tegen haar gezicht en/of hoofd, althans haar lichaam, te slaan (al dan niet met gebalde vuist),
terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een hersenbloeding en/of een gebroken oogkas ten gevolge heeft gehad;
2:
hij op of omstreeks 2 september 2022 te Helmond opzettelijk ambtenaren, althans een ambtenaar, te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (hoofdagenten politie Oost-Brabant), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd,
door hem/haar de woorden toe te voegen:
"Kankersukkels" en/of "Jullie zijn mongolen, bro" en/of "Jullie zijn kankerpraatjesmakers" en/of "Jullie zijn viezerikken, maat" en/of "Houd je kankerbek dicht, maat, vriend, astjeblieft", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
De zaak met parketnummer 96.228670.18 is aangebracht bij vordering van 4 september 2022. Het betreft een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf, opgelegd bij vonnis van de politierechter te Limburg de dato 19 oktober 2021. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
Bewijs.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat hetgeen onder 1 meer subsidiair en feit 2 ten laste is gelegd, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Ten aanzien van feit 1 heeft de officier van justitie gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het slaan met gebalde vuist.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsman refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de bewezenverklaring van hetgeen onder 1 meer subsidiair en feit 2 ten laste is gelegd. Er is volgens de raadsman enkel sprake geweest van een klap met de platte hand.
Het oordeel van de rechtbank.
Evenals de officier van justitie en de raadsman acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Niet is wettig en overtuigend bewezen dat het letsel van het slachtoffer is aan te merken als zwaar lichamelijk letsel, noch blijkt uit bewijsmiddelen dat het (voorwaardelijk) opzet van verdachte gericht was op het toebrengen daarvan.
Het onder feit 1 meer subsidiair en feit 2 tenlastegelegde is door verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard, met dien verstande dat het slaan met gebalde vuist niet bewezen wordt verklaard. De rechtbank volgt hierin de verklaring van verdachte, dat hij met vlakke hand heeft geslagen.
De rechtbank zal een opgave doen van de wettige bewijsmiddelen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit.
Opgave bewijsmiddelen
t.a.v. feit 1 meer subsidiair:
1. De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d.21 februari 2023;
2. De eigen waarnemingvan de rechters ten aanzien van de camerabeelden, gedaan ter terechtzitting op 21 februari 2023;
3. Het proces-verbaal bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] de dato 3 september 2022, inhoudende een gespreksverslag met slachtoffer [slachtoffer 1] , p. 27.
t.a.v. feit 2:
4. De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d.21 februari 2023 ;
5. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , de dato 2 september 2022, p. 13-14.
De bewezenverklaring.
Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte
1.subsidiair:
op 2 september 2022 te Helmond [slachtoffer 1] (zijn levenspartner; geboren [1980] ) opzettelijk heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 1] eenmaal tegen haar gezicht of hoofd te slaan;
2.
op 2 september 2022 te Helmond opzettelijk ambtenaren, te weten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] (hoofdagenten politie Oost-Brabant), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen:
"Kankersukkels" en "Jullie zijn mongolen, bro" en "Jullie zijn kankerpraatjesmakers" en "Jullie zijn viezerikken, maat" en "Houd je kankerbek dicht ".
De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.
De strafbaarheid van het feit.
Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft de oplegging gevorderd van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van voorarrest en teruggave van het in beslag genomen geldbedrag aan beslagene.
De officier van justitie vordert afwijzing van de eerder ingediende vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde ontzegging van de rijbevoegdheid.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsman van verdachte heeft een straf gelijk aan het reeds ondergane voorarrest bepleit.
Daarnaast heeft ook de raadsman afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde rijontzegging verzocht en teruggave van het geldbedrag aan zijn cliënt.
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn levenspartner en heeft na zijn aanhouding de dienstdoende hoofdagenten beledigd. Hij had behoorlijk veel alcohol genuttigd. De mishandeling vond op straat plaats waar ook andere mensen met dit agressieve gedrag werden geconfronteerd. Het slachtoffer is met de ambulance afgevoerd naar het ziekenhuis.
De rechtbank heeft voorts gelet op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 1 februari 2023 op naam van verdachte. Daaruit volgt dat verdachte voorafgaand aan het begaan van het bewezen verklaarde eerder is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten, onder meer tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Deze eerdere veroordelingen zijn onherroepelijk. De rechtbank weegt deze omstandigheid ten nadele van verdachte mee bij de straftoemeting.
De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur gelijk aan het reeds ondergane voorarrest.
De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.
Beslag.
De rechtbank zal de teruggave gelasten van het in het dictum nader te noemen in beslag genomen geldbedrag aan de beslagene, nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van het in beslag genomen goed.
Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 96.228670.18.
De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.
De rechtbank zal de gevorderde tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde rijontzegging afwijzen, omdat de veroordeling ter zake waarvan de voorwaardelijke straf van 6 maanden rijontzegging is opgelegd van zo andere aard is, dat de rechtbank toewijzing in dit concrete geval niet passend acht.
Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen:
57, 63, 266, 267, 300, 304 Wetboek van Strafrecht.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
Verklaart het onder 1 primair en 1 subsidiair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart de onder 1 meer subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten bewezen zoals hiervoor is omschreven.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:
1 meer subsidiair:
mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel;
2:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.
verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
legt op de volgende straf:
een gevangenisstraf voor de duur van 29 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht
Heft op het tegen verdachte verleende geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Gelast de teruggave van het in beslag genomen goed, vermeld op de lijst van in beslag genomen voorwerpen: een geldbedrag van 670 euro, aan de beslagene.
Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:
Wijst af de vordering met parketnummer 96-228670-18 van de officier van justitie de dato 4 september 2022.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. P.J. Dees, voorzitter,
mr. R. van den Munckhof en mr. A.C. Palmboom, leden,
in tegenwoordigheid van mr. H.J.G. van der Sluijs, griffier,
en is uitgesproken op 07 maart 2023.