Strafrecht overig

De rechtbank veroordeelt een 25-jarige man tot een gevangenisstraf van 30 maanden en beveelt de…

Rechtbank Overijssel, 27 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 27 oktober 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
27 oktober 2026
Datum publicatie
27 oktober 2026
Zaaknummer
08.225392.25 en 08.191814.22 vnvv (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:6474
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt een 25-jarige man tot een gevangenisstraf van 30 maanden en beveelt de tenuitvoerlegging van eerder voorwaardelijk opgelegde taakstraf voor de duur van 60 uren. De verdachte heeft zich gedurende een periode van een jaar en drie maanden samen met anderen schuldig gemaakt aan de handel in verschillende soorten harddrugs. Daarnaast heeft verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het uitlokken van witwassen van een geldbedrag van € 210.328,00.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.225392.25 en 08.191814.22 vnvv (P)

Datum vonnis: 27 oktober 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres 1] ,

nu uit andere hoofde gedetineerd in P.I. [verblijfplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 29 september 2026 en 27 oktober 2026.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat in Arnhem, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte al dan niet samen met (een) ander(en):

feit 1: in de periode van 8 september 2022 tot en met 30 november 2023 opzettelijk in cocaïne, MDMA en 3-MMC heeft gehandeld;

feit 2: in de periode van 12 september 2022 tot en met 30 november 2022 bedragen van

€ 53.757,00 en € 107.840,00 heeft witgewassen.

feit 3: in de periode van 15 mei 2023 tot en met 15 oktober 2023 heeft uitgelokt dat [naam 1] samen met anderen een bedrag van € 210.328,00 via zijn bankrekening heeft witgewassen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.
hij op of omstreeks de periode van 8 september 2022 tot en met 30 november 2023 te Zwolle, althans in Nederland en/of Turkije, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende 3-MMC en/of zijnde cocaïne en/of MDMA en/of 3-MMC, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.
hij op/in of omstreeks de periode van 12 september 2022 tot en met 24 oktober 2022, te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen meermalen (van) een of meer (grote) geldbedragen tot bedragen van 53.757 euro en 107.840 euro, althans enig geldbedrag,
(sub a)
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, danwel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) van dat/die geldbedrag(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die geldbedragen(en) voorhanden
had(den)
door zijn bankrekening(en) en/of pinpas ter beschikking te stellen en/of betalingen gelieerd aan de Milanlijn op zijn bankrekening(en) te ontvangen en/of deze betalingen/geldbedragen contant te (laten) pinnen en/of naar andere bankrekeningen over te maken, en/of
(sub b)
(meermalen) (van) een of meer (grote) geldbedragen tot bedragen van 53.757 euro en 107.840 euro, althans enig geldbedrag,
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt,
door zijn bankrekening(en) en/of pinpas ter beschikking te stellen en/of betalingen gelieerd aan de Milanlijn op zijn bankrekening(en) te ontvangen en/of deze betalingen/geldbedragen contant te (laten) pinnen en/of naar andere bankrekeningen over te maken, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die geldbedragen onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op/in of omstreeks de periode van 12 september 2022 tot en met 24 oktober 2022, te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen meermalen (van) een of meer (grote) geldbedragen tot bedragen van 53.757 euro en 107.840 euro, althans enig geldbedrag,
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,
en/of
- gebruik heeft gemaakt,
door zijn bankrekening(en) en/of pinpas ter beschikking te stellen en/of betalingen gelieerd aan de Milanlijn op zijn bankrekening(en) te ontvangen en/of deze betalingen/geldbedragen contant te (laten) pinnen en/of naar andere bankrekeningen over te maken, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat die geldbedragen onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit eigen misdrijf;

3.
[naam 1] op/in of omstreeks de periode van 15 mei 2023 tot en met 15 oktober 2023, te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen meermalen (van) een of meer (grote) geldbedragen tot een bedrag van 210.328 euro, althans enig geldbedrag,
(sub a)
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, danwel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) van dat/die geldbedrag(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die geldbedragen(en) voorhanden had(den) door zijn bankrekening(en) en/of pinpas ter beschikking te stellen en/of betalingen gelieerd aan de Milanlijn op zijn bankrekening(en) te ontvangen en/of deze betalingen/geldbedragen contant te (laten) pinnen en/of naar andere bankrekeningen over te maken, en/of
(sub b)
meermalen (van) een of meer (grote) geldbedragen tot een bedrag van 210.328 euro, althans
enig geldbedrag,

- - heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt,
door zijn bankrekening(en) en/of pinpas ter beschikking te stellen en/of betalingen gelieerd aan de Milanlijn op zijn bankrekening(en) te ontvangen en/of deze betalingen/geldbedragen contant te (laten) pinnen en/of naar andere bankrekeningen over te maken, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die geldbedragen onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf welk strafbare feit hij, verdachte, op/in of omstreeks de periode van 15 mei 2023 tot en met 15 oktober 2023, te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, heeft uitgelokt door geweld en/of bedreiging(en) en/of giften en/of beloften en/of middelen en/of inlichtingen, immers heeft hij, verdachte,
- instructies gegeven aan [naam 1] met betrekking tot het openen van een bankrekening(en) en/of (vervolgens) van die bankrekening(en) zijn inloggegevens en/of pinpas af te geven en/of
- instructies gegeven aan [naam 1] met betrekking tot het overmaken van geldbedragen en/of het pinnen van geldbedragen en/of
- toegezegd dat [naam 1] een geldbedrag krijgt en/of hem een beloning in het vooruitzicht gesteld en/of
- hem bedreigd en uitgescholden en/of voor het huis van zijn moeder gestaan en/of gezegd dat hij mee moet doen en/of gezegd ‘kijk die jongens in [wijk] ’.

3 De bewijsmotivering

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich, overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegd requisitoir, op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard, met dien verstande dat bij feit 2 het primair ten laste gelegde geldbedrag van € 53.757,00 bewezen kan worden verklaard en dat verdachte van het witwassen van het geldbedrag van € 107.840,00 moet worden vrijgesproken.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich, overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegde pleitnota, op het standpunt gesteld dat verdachte van de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken. Het onder 2 ten laste gelegde feit kan bewezen worden verklaard voor wat betreft het geldbedrag van € 53.757,00. Verdachte moet worden vrijgesproken van het witwassen van het geldbedrag van € 107.840,00.

3.3

Het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het verweer: vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv)

De verdediging heeft het verweer gevoerd dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim zoals bedoeld in artikel 359a Sv, omdat de telefoons van verdachte en de telefoons van een aantal medeverdachten niet zonder voorafgaande machtiging van de rechter-commissaris hadden mogen worden onderzocht. Dit vormverzuim dient te leiden tot bewijsuitsluiting van alle informatie die op de telefoons is aangetroffen, omdat die informatie onrechtmatig is verkregen.

Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat dit vormverzuim tot compensatie in de vorm van strafvermindering zou moeten leiden.

Volgens de officier van justitie kan worden volstaan met de enkele constatering dat sprake is van een vormverzuim.

Ten aanzien van de iPhone 11 een iPhone 13 van verdachte

De rechtbank stelt vast dat tijdens de aanhouding van verdachte op 25 december 2024 een iPhone 11 en een iPhone 13 onder hem in beslag zijn genomen en dat deze telefoons

met toestemming van de officier van justitie zijn onderzocht.

De rechtbank overweegt dat uit het zogenoemde Landeck-arrest het volgende volgt. Indien onderzoek naar gegevens op een elektronische gegevensdrager een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer met zich brengt, is voorafgaande toestemming van een rechterlijke instantie of onafhankelijk bestuursorgaan vereist. Van een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is al geen sprake meer als op voorhand is te voorzien dat door het onderzoek aan een smartphone (of andere elektronische gegevensdrager of geautomatiseerd werk) inzicht wordt verkregen in verkeers- en locatiegegevens, maar ook in andersoortige gegevens (zoals foto’s, de browsergeschiedenis, de inhoud van via die smartphone uitgewisselde communicatie, en andere gevoelige gegevens). Als politie en justitie in zo’n geval onderzoek willen verrichten aan in beslag genomen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken, is voor dat onderzoek – behalve in spoedeisende gevallen – een voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris vereist.

De rechtbank stelt vast dat de officier van justitie een restrictie aan het onderzoek van de gegevens in de telefoon heeft opgelegd, namelijk dat alleen de data van 1 januari 2021 tot en met 3 oktober 2024 mocht worden onderzocht en dat de bestanden die zicht geven op iemands gezondheid, ras, politiek overtuiging, godsdienst of politieke voorkeur niet mochten worden onderzocht.

Naar het oordeel van de rechtbank is het onderzoek naar de gebruikersgegevens, documenten, chatgespreksgeschiedenis en browsergeschiedenis, echter ook onder deze voorwaarden zo breed geweest dat naar de maatstaven van het Landeck-arrest een voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris vereist was. Nu deze toetsing achterwege is gebleven levert dit een onherstelbaar vormverzuim op.

De vraag is vervolgens of, en zo ja welk, rechtsgevolg aan dit vormverzuim moet worden verbonden. Bij de beoordeling hiervan dient de rechtbank rekening te houden met de in artikel 359a, tweede lid, Sv genoemde factoren, te weten het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt.

De rechtbank stelt vast dat sprake is van een vormverzuim waarbij niet (rechtstreeks) het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM)is geschonden, maar waarbij het gaat om de schending van een ander strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel, te weten het recht op privacy zoals is neergelegd in artikel 8 EVRM.

Als sprake is van een ernstige schending van een strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel, kan het onder omstandigheden noodzakelijk zijn aan een dergelijk vormverzuim een gevolg te verbinden, waaronder ook is begrepen bewijsuitsluiting. Naar het oordeel van de rechtbank doet een dergelijke situatie zich hier niet voor. De rechtbank neemt in aanmerking dat sprake was van een onderzoek naar ernstige strafbare feiten, waaronder omvangrijke drugshandel en dat een machtiging van de rechter-commissaris, indien deze voorafgaand aan het onderzoek aan de telefoons was aangevraagd, naar alle waarschijnlijkheid zou zijn verkregen.

Voor zover het nadeel van de verdachte daaruit zou bestaan dat de politie en het openbaar ministerie kennis hebben genomen van privé-informatie die verdachte op zijn telefoon had staan, terwijl hij recht had op bescherming van zijn privacy, overweegt de rechtbank dat zij de gegevens die zijn voortgekomen uit het onderzoek naar de genoemde telefoons niet voor het bewijs zal bezigen. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman. Al het voorgaande in aanmerking genomen volstaat de rechtbank met de enkele constatering van een vormverzuim.

Ten aanzien van de telefoons van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]

De rechtbank stelt vast dat tijdens de aanhouding van medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) op 3 februari 2024 een Apple iPhone 14 Pro Max en een Apple iPhone 12 Pro onder hem in beslag zijn genomen.

Tijdens de aanhouding van [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) op 8 mei 2023 is een Apple iPhone 7 plus en een Apple iPhone XS onder hem in beslag zijn genomen.

De rechtbank stelt vast dat deze telefoons met toestemming van de officier van justitie zijn onderzocht en dat voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris ook bij het onderzoek van deze telefoons achterwege is gebleven.

Aan het gestelde vormverzuim hoeft in de zaak van verdachte echter geen rechtgevolg te worden verbonden aangezien verdachte niet is getroffen in het belang dat de overtreden norm beoogt te beschermen. Het ingeroepen voorschrift strekt in dit geval tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op wier iPhones het onderzoek betrekking had. Niet is gesteld of gebleken dat door het gestelde verzuim ook een door dat voorschrift beschermd belang van verdachte zelf is geschonden.

De enkele omstandigheid dat het onderzoek van de iPhone 14 Pro Max van [medeverdachte 1] en de Apple iPhone XS van [medeverdachte 2] bewijsmateriaal heeft opgeleverd dat tegen verdachte wordt gebruikt maak dit niet anders.

De gegevens die in deze telefoons zijn aangetroffen mogen dan ook worden gebruikt voor het bewijs. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

3.4

Het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het bewijs

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de onder

1, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Feit 1

Uit het proces-verbaal van bevindingen van 13 mei 2025 over het onderzoek naar gebruikte bankrekeningen ten behoeve van de “Milan-lijn” blijkt dat op de KNAB-rekening van verdachte met nummer [rekeningnummer 1] in de periode van 8 september 2022 tot en met 24 oktober 2022 ontvangsten voor het betalen van de aankoop van verdovende middelen hebben plaatsvonden. In deze periode is in totaal een bedrag van € 53.757,00 op zijn rekening gestort.

Dat dit geld afkomstig was uit de verkoop van verdovende middelen wordt ondersteund door de verklaring van getuige [getuige] die op 28 januari 2025 tegenover de politie heeft verklaard dat hij in 2022 en 2023 globaal 4 keer per maand drugs (3 MMC en cocaïne) bij de Milanlijn bestelde en dat hij dan een Tikkie kreeg. Hij heeft het geld telkens overgemaakt naar een KNAB rekening. Eén van de namen die hij in de omschrijving bij de Tikkies zag was [verdachte] [naam 2] .

Verdachte heeft ter zitting van 29 september 2026 bekend dat dit bedrag van in totaal € 53.757,00 op zijn rekening is gestort. Hij stelt echter dat hij in het begin niet wist dat dit geld van de verkoop van verdovende middelen afkomstig was. Verdachte heeft verklaard dat hij de KNAB-rekening en de ABNAMRO-rekening aan [naam 3] (hierna: [naam 3] ) ter beschikking heeft gesteld en dat hij voor het ter beschikking stellen van de KNAB rekening

€ 300,00 per week kreeg. Verdachte heeft verklaard dat hij alleen van zijn ABN AMRO- rekening contant geld heeft opgenomen en dat hij dit geld aan [naam 3] moest afgeven.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij alleen zijn bankrekeningen aan [naam 3] ter beschikking heeft gesteld en dat hij verder niets met de handel in verdovende middelen te maken heeft, in het licht van de bewijsmiddelen, ongeloofwaardig.

De rechtbank oordeelt dat dit geld afkomstig was uit de handel in verdovende middelen die door verdachte zelf, samen met zijn mededaders is gepleegd. Hiertoe is het volgende redengevend.

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat de Milanlijn is gestart nadat [naam 4] (hierna: [naam 4] ) en [naam 3] vrijkwamen. Dit was in de periode 2021/2022. [naam 4] en [naam 3] waren eindverantwoordelijk voor de Milanlijn. Ze deden het samen en waren verantwoordelijk voor het laten bezorgen van de drugs. Bij de Milanlijn kon via het telefoonnummer [telefoonnummer 1] onder meer 3-MMC, cocaïne, xtc, MDMA en crack besteld worden. Klanten konden contant of via een Tikkie betalen. [medeverdachte 1] heeft ook drugs gedeald voor de Milanlijn. De woning van [medeverdachte 1] is daarnaast gebruikt als opslagplaats voor drugs.

Op 3 februari 2024 is een iPhone 14 Pro Max onder [medeverdachte 1] in beslag genomen. Deze telefoon is onderzocht. In de telefoon is een WhatsApp-groepsgesprek aangetroffen waar onder meer de Milanlijn met nummer [telefoonnummer 1] en het contact ‘ [alias 1] ’ met nummer [telefoonnummer 2] aan deelnamen. Dit laatste telefoonnummer is gekoppeld aan het bedrijf van de moeder van verdachte. De rechtbank stelt in de context van de overige bewijsmiddelen vast dat dit telefoonnummer tijdens het groepsgesprek in gebruik was bij verdachte.

In een opgenomen telefoongesprek dat [medeverdachte 1] op 28 februari 2024 vanaf 20:01:44 uur vanuit de gevangenis met verdachte heeft gevoerd, aan welk gesprek medeverdachten [medeverdachte 3] ( [alias 2] ) en [medeverdachte 2] ( [alias 3] / [alias 4] ) ook deelnamen, zegt [medeverdachte 1] : “Er was nog iemand actief, in tijd toen [alias 5] echt net net actief was.(…) Bij Milan.(…) Ik kan me nog goed herinneren bro, toen hun weer net 2 weken actief waren. Toen kwam ik. En toen was [alias 6] er en [alias 7] . En toen kwam [alias 5] er ook gezellig bij man (…).

Verdachte heeft ter zitting van 29 september 2026 verklaard dat hij ‘ [alias 5] ’ of ‘ [alias 5] ’ wordt genoemd.

Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte in de loop van 2022, vanaf het begin van de ten laste gelegde periode, deel uitmaakte van de groep die via de Milanlijn in drugs handelde.

De rechtbank is van oordeel dat de bijdrage van verdachte een verder ging dan het enkel ontvangen van (drugs)gelden op zijn bankrekeningen zoals hij heeft gesteld. In een opgenomen telefoongesprek dat [medeverdachte 1] op 15 februari 2024 vanaf 11:45:04 vanuit de gevangenis met verdachte heeft gevoerd, aan welk gesprek [medeverdachte 2] ( [alias 3] ) ook deelnam, zegt [medeverdachte 2] : “[alias 4] ( [naam 4] ) zegt, weet je al wanneer [alias 5] terugkomt?” waarop [medeverdachte 1] antwoordt: “Niet (…) Ja, man [alias 5] man, ze bouwen echt nog steeds op jou, ze zien je echt als steunpilaar man.”.

De rol van verdachte als steunpilaar blijkt ook uit onderstaande bewijsmiddelen.

Op de iPhone 14 Pro Max die op 3 februari 2024 bij de aanhouding van [medeverdachte 1] onder hem in beslag is genomen zijn Snapchatberichten tussen [medeverdachte 1] ( [gebruikersnaam 1] ) en [naam 4] ( [gebruikersnaam 2] ) aangetroffen, waarin [medeverdachte 1] schrijft:

3-2-2024 17:47:21 : ik word

3-2-2024 17:47:23 : Geveegd

Waarop [naam 4] antwoordt:

3-2-2024 17:47:17:32 : Gvd

3-2-2024 17:47:17:40 : sleutels [verdachte] geven.

[medeverdachte 1] heeft op 23 januari 2025 hierover tegenover de politie verklaard dat hij kort voor zijn aanhouding op 3 februari 2024 van [naam 4] de opdracht kreeg om de sleutels van zijn woning aan verdachte te geven omdat de drugs en het geld van [naam 4] en [naam 3] nog in zijn woning lagen.Ter zitting van 29 september 2026 heeft verdachte verklaard dat [medeverdachte 1] hem op 3 februari 2024 de sleutel van zijn woning heeft gegeven zodat hij deze aan [naam 4] en [naam 3] kon overhandigen. Verdachte heeft verklaard dat hij de sleutel alleen heeft afgegeven omdat hem dit gevraagd werd en hij toen toevallig bij [medeverdachte 1] aanwezig was, maar de rechtbank acht deze verklaring, in het licht van de overige bewijsmiddelen, ongeloofwaardig.

Uit voorgaande bewijsmiddelen blijkt dat verdachte op 3 februari 2024 nog actief was voor de Milan-groep en dat dit daarom gedurende de ten last gelegde periode het geval is geweest.

Hieruit volgt dat verdachte in deze periode samen met zijn mededaders in drugs heeft gehandeld. Dat verdachte daarbij ook zelf uitvoeringshandelingen heeft verricht blijkt uit de volgende bewijsmiddelen.

Notities op telefoon [medeverdachte 2]

Op 8 mei 2023 werd tijdens de aanhouding van [medeverdachte 2] een Apple iPhone XS onder hem in beslag genomen. Deze telefoon is onderzocht. Op deze telefoon zijn de volgende notities aangetroffen die naar het oordeel van de rechtbank betrekking hebben op de drugshandel van verdachte. In deze notities, die als een soort boekhouding van de Milanlijn kunnen worden gezien, wordt de naam [alias 5] (verdachte) veelvuldig genoemd. Dit betreft de volgende notities:

Creation time 21-4-2023 00:41:19 (…)

Tatta geld

1550 van tatta

[naam 5] 2890 euro mij gegeven!

240 van [naam 6]

Deze bove allemaal osc gegeven

Tatta 600

2900 van [naam 7]

1500 tikkie

1450 tikkie

1500 tikkie

1470 tikkie

1600 tata

255 van [naam 6]

150 van tata

1500 tikkie

1500 timkie

2010 [naam 5] mij gegeven

995 tatta mij gegeven

3875 cash van mij

1500 van [alias 5]

1500 tikkie

Alles [alias 5] gegeven.

Creation time: 3-4-2023 21:35:36 (…)

Gevuld

54 3 m

10 bankoes

4 mdma

Van [naam 5]

50 3 m

50 3 m

20 bankoe

50 3 m

10 mdma

10 50

50 3 m

10 x snoep

20 x 50

10 35

50 3 m

50 3 m

20 50

5 35

503m

10bankoes

-400 na [alias 2] voor pill e

210 tank

75 tank

3 mdma 2 3 m 1 snoep osc

2 x 50 [alias 5] .

Creation time 3-4-2023 18:26:32(…)

3 april wat m weg doe

[adres 2] 6x3m bb

[adres 3] 6 x 3 m 2 x 50

35 sos gewisselt

[adres 4] 50 sos bb

3 x 3 m

6 x 3 m

35 sos

6 x 3 m 3 zakke snoep

35 sos bb

50 sos

7 d 3 m

50 sos

70 tank

45 western union

35 sos weggeveven

2x50

6 x 3 m bb

3 3 m cash

1. x 50 cash

6 x 3 m

6 x 3 m

50 cash

100 tikkie

2x50

35

30

50

50

6 x 3 m

35 sos

20 euro aan die werknemer

70 tank

70 tank

4 x 50 [alias 5]

26 3 m [alias 8]

70 tank

Actie 580.

Creation time 26-3-2023 20:14:32 (…)

Boekhouding

Pof

WO oom pof

175 doke

Acties

50 getankt draai geld

30 getankt draai geld

30 getankt draai geld

30 getankt draai geld

50 getankt draai geld

35 sos tatta gegeven

2 x 50 19 x 3 m osc gegeven

30 beltegoed

70 tank

50 tank 20 olie

6 x 3 m verkeerde bb

10 euro auto

50 euro eten

60 tank [alias 2]

20 beige goed

30 oom gerriws

50 aan [alias 5] sos

20 kapper

25 [alias 2] tank.

Verder heeft [naam 8] op 28 november 2025 tegenover de politie verklaard: “bij [verdachte] (verdachte) heb ik wel eens witte envelopjes gezien, in denk cocaïne dat er in zat.(…) in de periode van 31 juli 2023 tot en met 5 oktober 2023 (…) [verdachte] verkocht de drugs en bracht het rond in de auto (…) Het waren kleine witte envelopjes met [naam 9] als tekst Volgens mij zat er in 1 zo’n pakketje 1 gram cocaïne”.

In een opgenomen telefoongesprek dat verdachte met het telefoonnummer [telefoonnummer 2]

(gekoppeld aan het bedrijf van zijn moeder) op 20 april 2023 vanaf 18:40:43 voert met [naam 10] , de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 3] , zegt laatstgenoemde dat hij sinds vandaag bij team Milan hoort en dat de baas wil dat hij een schone teli heeft. Hierop reageert verdachte dat [naam 10] toch nog die schone iPhone 13 mini heeft. Verder zegt verdachte: “je gaat mij vies maken” en “Deze is nog nooit scotoe geweest”.

Western Union

Verder stelt de rechtbank vast dat uit iCOV gegevens blijkt dat verdachte op 27 maart 2023

€ 1.000,00 en op 12 april 2023 € 1.200,00 naar [naam 3] in Turkije heeft gestuurd via Western Union. Gelet op de inhoud van de overige bewijsmiddelen oordeelt de rechtbank dat dit geld uit drugshandel afkomstig is geweest.

Tot slot neemt de rechtbank bij de bewezenverklaring van feit 1 in aanmerking wat hieronder bij de feiten 2 en 3 bewezen is verklaard.

Gelet op het voorgaande is sprake geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn mededaders die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het ten laste gelegde medeplegen bewezen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met [naam 4] , [naam 3] en anderen in de ten laste gelegde periode in cocaïne, MDMA en 3-MMC heeft gehandeld.

Feit 2

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv, zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

- het proces-verbaal van de terechtzitting van 29 september 2026, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;

-het proces-verbaal van bevindingen van 13 mei 2025, nummer 712 (pagina's 1747 en 1748) over onderzoek naar gebruikte bankrekeningen ten behoeve van de “Milanlijn” met daaraan gekoppeld het telefoonnummer: [telefoonnummer 1] .

Vrijspraak van het geldbedrag € 107.840,00

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het witwassen van het geldbedrag van € 107.840,00 nu uit de bewijsmiddelen niet is gebleken dat de door [naam 11] , [naam 1] , [naam 12] , [naam 13] op de ABN rekening van verdachte met nummer [rekeningnummer 2] gestorte bedragen binnen de ten laste gelegde periode op de bankrekening van verdachte zijn overgemaakt.

Feit 3; (uitlokken witwassen [naam 1] van een bedrag van € 210,328,00 via diens rekening)

De rechtbank stelt vast dat in de periode van 15 mei 2023 tot en met 15 oktober 2023

een bedrag van in totaal € 210.355 is overgemaakt op de rekening [rekeningnummer 3] op naam van [naam 1] (hierna: [naam 1] ) voor de aankoop van verdovende middelen. Van dit bedrag is tenminste € 210.328 euro opgenomen. Hiervan is een bedrag van € 57.140,00 op de rekening van verdachte overgestort. Verder is bij geldautomaten van Geldmaat € 111.860,00 aan contant geld opgenomen. Verder is met de mobiele bankpas in Turkije een bedrag van in totaal € 4.866,00 opgenomen. De overige kosten ten bedrage van

€ 36.462,00 zijn gemaakt voor de aanschaf van goederen en/of diensten en betalingen aan diverse personen die veelal binnen de organisatie van de Milanlijn vallen.

[naam 1] heeft op 5 februari 2025 tegenover de politie verklaard dat hij deze KNAB- rekening onder bedreiging van verdachte heeft afgesloten. Verdachte vroeg aan hem of hij geld wilde verdienen en toen hij zei dat hij dit niet wilde heeft verdachte hem bedreigd. Verdachte noemde hem pussy en kankerlijer. Verdachte heeft voor het huis van zijn moeder gestaan en gezegd dat hij mee moest doen. Verdachte dreigde en zei: “kijk die jongens in [wijk] ”.

[naam 1] moest de inloggegevens afstaan. Hij heeft het pasje van de rekening niet in zijn bezit gehad. Hij kreeg via Snapchat of via de app door wat hij moest doen en waar hij geld naar moest overmaken. Verdachte droeg hem op om € 250,00 over te maken naar de rekening van [naam 14] . Op 27 januari 2023 moest hij € 5000,00 in Hoogeveen pinnen. Ze gaven hem daartoe zijn pasje terug. Na het pinnen moest hij het geld afgeven.

[naam 1] heeft op 18 december 2025 tegenover de rechter-commissaris aanvullend verklaard dat verdachte hem op twee verschillende momenten heeft bedreigd met een zwart vuurwapen en met een mes. De bedreiging met het vuurwapen vond een week voordat hij de bankrekening heeft geopend plaats. Verdachte had het wapen toen bij zijn broeksband en pakte het wapen een stukje beet en liet het [naam 1] zien. Toen moest [naam 1] de bankrekening openen. Het pasje en de pincode moest hij aan verdachte geven. De bedreiging met het mes vond plaats toen [naam 1] een bedrag moest pinnen en dat toen niet aan verdachte wilde geven. Hierop liep verdachte het mes zien en zei: “Kom op”. Verdachte had ook toegang tot de bankapp. [naam 1] moest de (inlog)gegevens aan hem geven. [naam 1] kreeg 1x per week of 1 x per twee weken € 500,00 op zijn ING- rekening gestort. Dit geld moest hij weer afstaan. Hij moest het geld pinnen van verdachte en de andere oudere jongens.

De rechtbank acht de verklaring van [naam 1] betrouwbaar. Het dossier bevat geen concrete aanknopingspunten om te twijfelen aan de juistheid of betrouwbaarheid van de door [naam 1] afgelegde verklaring. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat zijn verklaring wordt ondersteund door de verklaring van zijn broer, [naam 8] die op 28 november 2025 tegenover de politie heeft verklaard dat hij ook een KNAB-rekening moest openen onder bedreiging van verdachte en [gebruikersnaam 1] ( [medeverdachte 1] ). [naam 8] moest de inlogcodes van de app en het bankpasje aan hen afgeven. Er werd telkens € 50,00 voor pakketjes (drugs) op zijn rekening overgemaakt. Zij appten hem vaak dat hij een code moest bevestigen op zijn telefoon. Hij moest wekelijks een bedrag van € 500,00 naar zijn eigen (andere) rekening overmaken. Dit geld moest hij dan pinnen en contant aan hen afgeven.

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat verdachte samen met anderen door bedreiging met geweld en giften heeft uitgelokt dat [naam 1] samen met anderen een geldbedrag van € 210,328,00 heeft witgewassen dat afkomstig was uit enig misdrijf.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1.
hij in de periode van 8 september 2022 tot en met 30 november 2023 in Nederland, en Turkije tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd een grote hoeveelheid cocaïne en een grote hoeveelheid MDMA en een grote hoeveelheid 3-MMC telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.
hij in de periode van 12 september 2022 tot en met 24 oktober 2022, in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen (grote) geldbedragen tot bedragen van 53.757 euro
(sub a)
- de werkelijke aard, de herkomst heeft verborgen, dan wel
- heeft verborgen en heeft verhuld wie de rechthebbenden van die geldbedragen waren, en
(sub b)
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, en
- gebruik heeft gemaakt, door zijn bankrekening en pinpas ter beschikking te stellen en betalingen gelieerd aan de Milanlijn op zijn bankrekening te ontvangen en deze geldbedragen contant te (laten) pinnen of naar andere bankrekeningen over te maken, terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders wisten, dat die geldbedragen onmiddellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

3.
[naam 1] in de periode van 15 mei 2023 tot en met 15 oktober 2023, in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen (grote) geldbedragen tot een bedrag van 210.328 euro,
(sub a)
- de werkelijke aard, de herkomst heeft verborgen, dan wel
- heeft verborgen en heeft verhuld wie de rechthebbenden van die geldbedragen waren, en

(sub b)
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, en
- gebruik heeft gemaakt, door zijn bankrekening en pinpas ter beschikking te stellen en betalingen gelieerd aan de Milanlijn op zijn bankrekening te ontvangen en deze betalingen contant te (laten) pinnen en naar andere bankrekeningen over te maken, terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders wisten dat die geldbedragen onmiddellijk afkomstig waren uit enig misdrijf welk strafbare feit hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 15 mei 2023 tot en met 15 oktober 2023 in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door bedreigingen en giften immers heeft hij, verdachte,
- instructies gegeven aan [naam 1] met betrekking tot het openen van een bankrekening en vervolgens van die bankrekening zijn inloggegevens en pinpas af te geven en
- instructies gegeven aan [naam 1] met betrekking tot het overmaken van geldbedragen en het pinnen van geldbedragen en
- toegezegd dat [naam 1] een geldbedrag krijgt en hem een beloning in het vooruitzicht gesteld en
- hem bedreigd en uitgescholden en voor het huis van zijn moeder gestaan en gezegd dat hij mee moet doen en gezegd ‘kijk die jongens in [wijk] ’.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen de artikelen 47 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 2 primair

het misdrijf: medeplegen van witwassen;

feit 3

het misdrijf: medeplegen van uitlokking van medeplegen van witwassen.

5 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.

6 De op te leggen straf of maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur 30 maanden en een geldboete van € 10.000,00.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit om verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf of een geldboete op te leggen. De raadsman heeft verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de bedreigingen en geweldshandelingen die tegen hem zijn verricht. Verder heeft de raadsman erop gewezen dat artikel 63 Sr van toepassing is en heeft de raadsman gewezen op het verslag van de CoVa training die verdachte in de P.I. heeft gevolgd.

6.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte, zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich gedurende een periode van een jaar en drie maanden samen met anderen schuldig gemaakt aan de handel in verschillende soorten harddrugs. [naam 4] en [naam 3] zijn bij vonnissen van deze rechtbank van 25 juni 2026 veroordeeld tot langdurige gevangenisstraffen. Zij stonden samen aan het hoofd van de Milanlijn, een lijn die zich kenmerkte door op een georganiseerde wijze en op grote schaal vele afnemers van drugs te voorzien. [medeverdachte 2] beheerde in Turkije de telefoon van de Milanlijn waarop de bestellingen binnenkwamen en hij stuurde de koeriers in Nederland naar de adressen van klanten.

Verdachte was een steunpilaar in de organisatie.

De Milanlijn had stelselmatig meerdere koeriers voor zich rijden die dag en nacht op bestelling drugs afleverden. Daarnaast bestond de organisatie uit ‘vullers’ die de koeriers van drugs voorzagen. Voor de ontvangsten van Tikkiebetalingen werden geldezels geronseld, die een bankrekening op naam openden.

Verdachte heeft op zijn bankrekening ook betalingen voor de aankoop van verdovende middelen ontvangen. Dit geld werd grotendeels contant opgenomen of naar andere rekeningen overgemaakt. Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan witwassen van een geldbedrag van € 53.757,00.

Daarnaast heeft verdachte [naam 1] uitgelokt om op zijn rekening betalingen voor de aankoop van verdovende middelen te ontvangen. Dit geld ontving verdachte en zijn medeplegers, doordat het geld werd overgestort op zijn rekening dan wel dat het geld contant werd opgenomen. Verdachte heeft zich hiermee samen met anderen schuldig gemaakt aan het uitlokken van witwassen van een geldbedrag van € 210.328,00. Hij heeft daarmee bijgedragen aan de instandhouding van deze criminaliteit.

De rechtbank acht verdachte met zijn handelen medeverantwoordelijk voor de nadelige effecten die het gebruik van verdovende middelen bij gebruikers veroorzaakt. Drugs zijn stoffen die sterk verslavend werken en schadelijk zijn voor de gezondheid. Ook gaat het dealen van drugs op straat veelal gepaard met overlast en gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

De handel in verdovende middelen zorgt bovendien voor een vicieuze cirkel van criminaliteit en geweld, wat de stabiliteit van de samenleving ondermijnt.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met het strafblad van verdachte van 6 augustus 2026 waaruit blijkt dat aan verdachte bij strafbeschikkingen van 23 oktober 2024 en 21 juni 2024 een geldboete van telkens € 160,00 is opgelegd wegens overtredingen van de APV Apeldoorn, dat aan verdachte bij strafbeschikking van 27 maart 2024 een geldboete van € 960,00 is opgelegd wegens een overtreding van artikel 62 jo bord A1 RVV 1990, dat verdachte op 31 mei 2023 door de politierechter in de rechtbank Overijssel is veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren wegens overtredingen van de Opiumwet en dat verdachte op 30 mei 2023 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden wegens het medeplegen van verkrachting. Daarnaast is verdachte voor een verscheidenheid aan (kleinere) delicten veroordeeld.

Daarnaast heeft de rechtbank gekeken naar het reclasseringsadvies over verdachte van 8 december 2025. De reclassering schat het recidiverisico in als gemiddeld. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen, omdat de reclassering geen mogelijkheden ziet om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag te veranderen.

Het voorgaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte zonder meer een gevangenisstraf toekomt. Een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is noodzakelijk omdat de aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zou worden.

Alles afwegend acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.

Nu de officier van justitie ter terechtzitting een ontnemingsvordering heeft aangekondigd ziet de rechtbank geen termen aanwezig om de gevorderde geldboete op te leggen.

7 De vordering tenuitvoerlegging

7.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke straf die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Overijssel van 28 november 2022 (parketnummer 08-191814-22) ten uitvoer zal worden gelegd en dat deze taakstraf wordt omgezet in een gevangenisstraf van 30 dagen.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair om afwijzing van de vordering verzocht omdat er een aantal stukken ontbreekt. Subsidiair heeft de raadsman van verdachte bepleit dat de taakstraf niet wordt omgezet.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de officier van justitie moet worden toegewezen. Het is gebleken dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan het plegen van nieuwe strafbare feiten heeft schuldig gemaakt. De rechtbank ziet geen aanleiding om de taakstraf om te zetten in een gevangenisstraf.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 57 en 63 Sr

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1, het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 2 primair, het misdrijf: medeplegen van witwassen;

feit 3, het misdrijf: medeplegen van uitlokking van medeplegen van witwassen.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 primair en 3 bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf met parketnummer 08.191814.22

- beveelt de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, van 28 november 2022 voorwaardelijk opgelegde taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. S.H. Peper en mr. M. ter Riet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2026.

Pagina’s 3208 en 1020. HvJ EU 4 oktober 2024, ECLI:NL:EU:C:2024:961 (Landeck). HR 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:409. Pagina’s 1048 en 1157. Pagina’s 807 en 824. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland, districtsrecherche IJsselland, genaamd Beagle/ON1R024011. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Pagina 1747. Pagina’s 521 tot en met 523. [getuige] noemt bankrekeningnummer [rekeningnummer 4] . Pagina’s 569 tot en met 572 en pagina’s 529 tot en met 567. Pagina’s 1056 en 1057 (in totaal namen 9 contacten deel aan dit groepsgesprek). Pagina’s 1656. Tapgesprek (aanvullend stuk), sessienummer 16. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 29 september 2026, voor zover inhoudende de verklaring van de verdachte. Tapgesprek (aanvullend stuk), sessienummer 25. Pagina 1062. Pagina 541. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 29 september 2026, voor zover inhoudende de verklaring van de verdachte. Pagina 901. Pagina 902. Pagina 903. Pagina’s 905 en 906. Pagina’s 3535, 3537, 3539 en 3541. Tapgesprek (aanvullend stuk), sessienummer 7819. Pagina 1848, iCOV (infobox Crimineel Onverklaarbaar Vermogen). Pagina’s 1852 en 1853. Pagina’s 1742 en 1743. Pagina’s 500 tot en met 505. Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] , opgemaakt door de rechter-commissaris op 18 december 2025. Pagina’s 3535 tot en met 3542.