Strafrecht overig
Zaak Schammenkamp. Vrijspraak van alle beschuldigingen. Op 29 januari 2024 vond in een bedrijfsruimte in…
Rechtbank Rotterdam, 27 oktober 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14746 · Rechtbank Rotterdam · 27 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-14746
Zaakgegevens
Op 27 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2026
- Datum publicatie
- 27 oktober 2026
- Zaaknummer
- 10-039085-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:14746
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Zaak Schammenkamp. Vrijspraak van alle beschuldigingen. Op 29 januari 2024 vond in een bedrijfsruimte in Rotterdam, midden in een woonwijk, een zeer zware explosie plaats, waarna een zeer grote brand uitbrak. Drie mensen zijn om het leven gekomen. Een bewoner is ernstig gewond geraakt. De schade aan omliggende woon- en bedrijfsruimten was enorm. Er is geen bewijs gevonden dat de verdachte, (hoofd)huurder van de bedrijfsruimte, betrokken was bij bewerking van cocaïne of procaïne, of dat zoiets daar met zijn medeweten gebeurde. Alle beschuldigingen gaan ervan uit dat de verdachte dat wel wist. Omdat dat niet bewezen is, moet de verdachte van alle beschuldigingen worden vrijgesproken.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-039085-24
Datum uitspraak: 27 oktober 2026
Datum zitting: 21 en 22 september 2026 en 27 oktober 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres: [adres 1] [postcode] te [woonplaats]
Advocaat van de verdachte: mr. T. Scheffer
Officieren van justitie: mrs. K.P. Mandos en E. van Veen
Benadeelde partijen (met advocaat):
-
[benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] (mr. F.J.M. Hamers)
-
[benadeelde 4] , [benadeelde 5] , [benadeelde 6] en [benadeelde 7] (mr. S. Aksu-Ari)
-
[benadeelde 8] en [benadeelde 9] (mr. A.F.M. den Hollander)
-
[benadeelde 10] , [benadeelde 11] , [benadeelde 12] en [benadeelde 13] (mr. S. Vermeulen)
-
[benadeelde 14] (mr. J.H. van der Wouden)
-
[benadeelde 15] . (mr. B. Temeltasch)
-
[benadeelde 16] .
-
[benadeelde 17]
Kern van het vonnis
Op 29 januari 2024 vond in een bedrijfsruimte aan de Schammenkamp in Rotterdam, midden in een woonwijk, een zeer zware explosie plaats, waarna een zeer grote brand uitbrak. Daardoor zijn drie mensen om het leven gekomen, van wie twee in die bedrijfsruimte en een in de naastgelegen bedrijfsruimte. De bewoner van de woning boven de bedrijfsruimte is hierdoor ernstig gewond geraakt. De schade aan omliggende woon- en bedrijfsruimten was enorm. Ergens in de bewuste bedrijfsruimte was op het moment van de explosie een aanzienlijke hoeveelheid zeer brandbaar aceton aanwezig. Die aceton was kennelijk bestemd voor de bewerking van procaïne, een versnijdingsmiddel voor cocaïne. De verdachte was al jarenlang de (hoofd)huurder van de bedrijfsruimte. Hij gebruikte deze met anderen, maar er is geen bewijs gevonden dat de verdachte daar, al dan niet met anderen, betrokken was bij de bewerking van cocaïne of dat versnijdingsmiddel. Ook is geen bewijs gevonden dat zoiets daar met zijn medeweten gebeurde. Alle beschuldigingen gaan ervan uit dat de verdachte dat wel wist. Omdat dat niet bewezen is, moet de verdachte van alle beschuldigingen worden vrijgesproken.
1 Tenlastelegging
De beschuldiging houdt verkort weergegeven het volgende in.
1.
De verdachte heeft in de periode van 1 november 2023 tot en met 29 januari 2024 te Rotterdam, in een bedrijfspand aan de [adres delict] , samen met anderen opzettelijk cocaïne bereid, bewerkt, verwerkt en/of vervaardigd, in elk geval opzettelijk aanwezig gehad. In het geval dat medeplegen niet is bewezen, dan wordt de verdachte (subsidiair) verweten dat hij hieraan medeplichtig is geweest.
2.
De verdachte heeft in de periode van 1 november 2023 tot en met 29 januari 2024 te Rotterdam, in een bedrijfspand aan de [adres delict] , samen met anderen opzettelijk de bewerking, verwerking en/of productie van (een versnijdingsmiddel voor) cocaïne voorbereid of bevorderd. In het geval dat medeplegen niet is bewezen, dan wordt de verdachte (subsidiair) verweten dat hij hieraan medeplichtig is geweest.
3.
De verdachte heeft op 29 januari 2024 te Rotterdam samen met anderen opzettelijk een ontploffing teweeggebracht in een garagebox aan de [adres delict] . Hierdoor ontstond gevaar voor goederen en levensgevaar voor de aanwezige personen in het woon- en bedrijvencomplex aan de Schammenkamp . Als gevolg hiervan zijn personen gewond geraakt en drie personen overleden. In het geval opzet niet is bewezen, dan wordt de verdachte (subsidiair) verweten dat de ontploffing en de brand door zijn schuld zijn ontstaan.
De volledige tekst van de beschuldiging zoals deze uiteindelijk luidt staat in de bijlage van dit vonnis.
2 Vrijspraak
Vordering van de officieren van justitie
De officieren van justitie hebben gevorderd:
-
vrijspraak van de beschuldiging onder 3. primair;
-
bewezenverklaring van de beschuldigingen onder 1. primair, 2. primair en 3. subsidiair;
-
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren met aftrek van voorarrest.
Het standpunt van de officieren van justitie (hierna: de officier van justitie) zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft geconcludeerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van alle onderdelen van de beschuldiging. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Geen bewijs voor opzet op explosie/brandstichting
De beschuldiging onder 3. primair – opzettelijk een ontploffing teweegbrengen/opzettelijk brandstichten – is niet bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.
Dat oordeel is in overeenstemming met de vordering van de officier van justitie en de conclusie van de verdediging op dit punt, zodat er geen verdere motivering van dit oordeel nodig is.
De overige onderdelen van de beschuldiging
Ook de overige onderdelen van de beschuldiging (feit 1. primair en subsidiair, feit 2. primair en subsidiair en feit 3. subsidiair) zijn niet bewezen, zodat de verdachte ook daarvan zal worden vrijgesproken. De rechtbank legt dat hierna uit.
Feitelijke uitgangspunten
De rechtbank gaat bij haar beoordeling uit van de volgende feitelijke vaststellingen.
Op 29 januari 2024 vond om 20.20 uur in de bedrijfsruimte aan de [adres delict] in Rotterdam (hierna: de bedrijfsruimte) een zeer zware explosie plaats, waarna een zeer grote brand uitbrak. Daardoor zijn drie personen overleden en zijn anderen (zwaar) gewond geraakt. Aangrenzende bedrijfsruimten en daarboven gelegen woningen zijn daarbij verwoest. Vast staat dat de verdachte al jarenlang de (hoofd)huurder was van de bedrijfsruimte, dat hij deze voor de gewone bedrijfsvoering van zijn aannemingsbedrijf gebruikte en dat ook zijn medewerkers en anderen daar vaak kwamen en gebruik maakten van die ruimte. Tot ongeveer een uur voor de explosie is de verdachte nog in (het voorste deel van) de bedrijfsruimte aan het werk geweest, waarna hij is vertrokken naar België. Nadat hij op de hoogte was geraakt van de explosie is hij een paar uur later teruggekeerd naar Nederland. In de dagen daarna is hij, terwijl het werk van politie en brandweer ter plaatse nog in volle gang was, over de politieafzetting geklommen en heeft hij afgedwongen dat de zoektocht naar, en de berging van een van de drie dodelijk getroffen personen versneld plaatsvond.
Cocaïne lab?
In een vroeg stadium van het politieonderzoek naar de oorzaak van de explosie en de daaropvolgende brand ontstond het vermoeden dat in de bedrijfsruimte cocaïne werd bewerkt of verwerkt, maar daarvoor is uiteindelijk geen bewijs gevonden. Na de explosie is weliswaar een beperkt aantal cocaïnesporen aangetroffen op een garagedeur en een kozijndeel van de verwoeste bedrijfsruimte en op een vernielde bedrijfsauto die voor het pand had gestaan, maar deze sporen kunnen niet worden gelinkt aan het bewerken of verwerken van cocaïne in de bedrijfsruimte en ook niet aan de verdachte. Dat de verdachte, al of niet samen met anderen, daar cocaïne aanwezig heeft gehad, is ook niet te bewijzen. Hetzelfde geldt voor de gestelde rol van de verdachte daarbij als medeplichtige. Van de beschuldiging onder 1. (primair en subsidiair), moet de verdachte dus worden vrijgesproken.
Aceton, procaïne en de plaats en oorzaak van de explosie
Gebleken is dat de explosie in verband kan worden gebracht met de bewerking van procaïne, een versnijdingsmiddel voor cocaïne. Verhitting van aceton, dat zeer brandbaar is, is onderdeel van dat proces. Dat in de weken voorafgaand aan de explosie bewerking van procaïne plaatsvond in de bedrijfsruimte, kan niet worden vastgesteld. Op basis van op de plaats delict aangetroffen sporen en gebruiksvoorwerpen en van beeldmateriaal op een telefoon die is gevonden bij een in de bedrijfsruimte overleden persoon is het wel aannemelijk dat in de bedrijfsruimte op enig moment en in ieder geval een dag eerder,
op 28 januari 2024, procaïne is bewerkt.
Technische onderzoeken hebben uitgewezen dat de bron van de explosie zich bevond in de achterste helft van de bedrijfsruimte, waarbij aannemelijk is dat de explosie plaatsvond tussen stramien 3 en 4, in een deel van die bedrijfsruimte dat met tussenwanden was afgescheiden van de rest van die ruimte. De meest waarschijnlijke toedracht is dat daar toen een explosief aceton-luchtmengsel is ontploft. Onbekend is hoe snel een aceton-luchtmengsel wordt gevormd dat een explosie van deze kracht kan teweegbrengen. Ook is onbekend gebleven waardoor die ontploffing precies in gang is gezet, door bijvoorbeeld een vonkje van een elektrisch apparaat, statische elektriciteit, open vuur of een andere hittebron of nog een andere oorzaak.
Wetenschap van de verdachte?
Voor een bewezenverklaring van de beschuldiging onder 2. (primair en subsidiair) en daarmee ook onder 3. (subsidiair) is vervolgens op zijn minst bewijs nodig dat de verdachte wist of moet hebben geweten dat er in de bedrijfsruimte procaïne werd bewerkt, of dat er hoeveelheden chemische stoffen zoals met name aceton en zoutzuur met dat doel in die ruimte aanwezig waren.
De verdachte heeft in zijn verhoren stellig en met kracht van argumenten ontkend dat hij wist of kon weten wat er gedaan werd in het verder naar achter gelegen gedeelte van de bedrijfsruimte waarin de explosie heeft plaatsgevonden. De verdachte heeft verklaard dat hij dit deel van de ruimte ter beschikking had gesteld aan een ander, en dat die ander dit vervolgens had afgescheiden met tussenwanden. Daarmee was dit deel van de bedrijfsruimte mogelijk aan zijn waarneming en macht onttrokken.
De verdachte heeft tijdens zijn verhoren vaker niet de waarheid gesproken. Zo heeft hij gelogen over het vernielen van zijn telefoon in België, kennelijk omdat daarin aanwijzingen zouden kunnen worden aangetroffen voor contacten die hij had met personen die op grote schaal in hasj handelen. Maar op basis hiervan kan niet worden geconcludeerd dat de verklaring van de verdachte over de indeling van de bedrijfsruimte, die enige steun vindt in later beschikbaar gekomen resultaten van technisch onderzoek, ook niet klopt. En ook kan daarmee niet zijn bewering worden weerlegd dat hij niet wist of had moeten weten wat er plaatsvond in het deel van de bedrijfsruimte waar de explosie plaatsvond.
De inrichting van de bedrijfsruimte in de periode van de beschuldiging, dan wel op het moment van de explosie, kan als gevolg van die explosie, de daaropvolgende brand en de blus- en bergingswerkzaamheden op en na 29 januari 2024 niet meer worden gereconstrueerd. Het dossier bevat verder tegenstrijdige informatie over de inrichting van de bedrijfsruimte. Of de verklaring van de verdachte over de meest recente inrichting van de bedrijfsruimte juist of onjuist is, kan daardoor niet meer met zekerheid worden vastgesteld.
Direct bewijs dat de verdachte wel wist, of had moeten weten, dat er in de bedrijfsruimte procaïne werd bewerkt is niet verkregen, noch uit onderzoek aan telefoons, noch uit afgeluisterde gesprekken, noch uit de inzet van een politie-informant, noch uit camerabeelden of uit getuigenverklaringen.
De getuigenverklaringen in het dossier over het waarnemen van personen en voorwerpen bij het bedrijfspand zijn onvoldoende specifiek; deze houden vaak niet meer in dan vermoedens en zien ook niet steeds op de verdachte. Verklaringen over het al of niet waarnemen van een acetongeur lopen nogal uiteen, ook wat betreft de tijd en plaats van de waarneming. De verdachte – die in de periode waarop de eerste twee beschuldigingen zien deels ook in het buitenland heeft verbleven – ontkent dat hij ter plaatse ooit aceton heeft gezien of geroken. De brandweer die een week voor de explosie nog ter plaatste is geweest na melding van een acetongeur heeft toen ook niets waargenomen.
Dat met een telefoon die is gevonden bij een van de overleden personen in de bedrijfsruimte kort voor de explosie foto’s zijn gemaakt van emmers met een damp daarboven in de bedrijfsruimte en van witte brokken op een weegschaal, bewijst nog niet dat de verdachte daarvan wist. Ook de chatgesprekken die op deze telefoon zijn aangetroffen, voor zover deze al aan de verdachte zijn te linken, zijn daarvoor onvoldoende.
Daar komt nog bij dat de verklaringen van de verdachte, bijvoorbeeld ook over de beëindiging van de samenwerking met een van de later overleden personen die voor zichzelf wilde beginnen, op zijn minst op onderdelen steun vinden in het dossier.
Eindconclusie
Alle bekende feiten en omstandigheden samen, hoezeer deze vragen blijven oproepen, kunnen niet de conclusie dragen dat de verdachte wist, of moet hebben geweten dat er in de weken voorafgaand aan, of op de dag van de explosie in de bedrijfsruimte procaïne werd bewerkt. Omdat niet vaststaat dat de verdachte hiervan wist of daarvan had moeten weten, kan hij ook niet verantwoordelijk worden gehouden voor het voorbereiden of bevorderen van de bewerking, verwerking en/of productie van (een versnijdingsmiddel voor) cocaïne, of voor het ontploffingsgevaar dat daarbij is ontstaan en zich uiteindelijk heeft gerealiseerd, met alle gevolgen die dat meebracht.
3 Vorderingen van de benadeelde partijen
Vorderingen benadeelde partijen
Namens de benadeelde partijen zijn vergoedingen voor de materiële en/of immateriële schade gevorderd, telkens te vermeerderen met de wettelijke rente en met verzoek tot oplegging van de zogenoemde schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank heeft een vordering ontvangen van:
-
[benadeelde 1] : € 20.000,- aan immateriële schade;
-
[benadeelde 2] en [benadeelde 3] ; in totaal € 43.200,- aan materiële schade en € 100.000,- aan immateriële schade;
-
[benadeelde 4] , [benadeelde 5] , [benadeelde 6] en [benadeelde 7] : in totaal € 118.999,- aan materiële schade en € 80.000,- aan immateriële schade;
-
[benadeelde 8] : € 17.500,- aan immateriële schade;
-
[benadeelde 9] : € 17.500,- aan immateriële schade;
-
[benadeelde 10] : € 100.000,- aan immateriële schade;
-
[benadeelde 11] : € 56.250,- aan immateriële schade;
-
[benadeelde 12] : € 25.000,- aan immateriële schade;
-
[benadeelde 13] : € 25.000,- aan immateriële schade;
-
[benadeelde 14] : in totaal € 375,48 aan materiële schade en € 30.000,- aan immateriële schade;
-
[benadeelde 15] .: in totaal € 426.636,60 aan materiële schade;
-
[benadeelde 16] .: in totaal € 146.916,59 aan materiële schade;
-
[benadeelde 17] : € 15.000,- aan immateriële schade.
Oordeel van de rechtbank
Vast staat dat de benadeelde partijen door de explosie en de daaropvolgende brand op 29 januari 2024 aan de [adres delict] te Rotterdam ongekend veel leed is aangedaan en dat zij als gevolg hiervan zowel materiële als immateriële schade hebben opgelopen.
Omdat de verdachte wordt vrijgesproken, komt de rechtbank in deze strafzaak niet toe aan een inhoudelijk oordeel over de vorderingen van de benadeelde partijen. Daarom worden zij daarin niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank veroordeelt de hiervoor genoemde benadeelde partijen in de proceskosten die de verdachte voor zijn verweer tegen de ingediende vorderingen heeft gemaakt. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.
4 Beslissingen
De rechtbank:
spreekt de verdachte vrij van alle beschuldigingen;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;
verklaart de hiervoor genoemde benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vordering;
veroordeelt elk van de benadeelde partijen in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor zijn verdediging tegen de betreffende vordering, en begroot deze kosten in alle gevallen op nihil.
5 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,
en mrs. D. van der Sluis en J.L. Luiten, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I.C.M.A. Bals en L.S.F. Claeys, MSc, griffiers,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 27 oktober 2026.
Bijlage – tenlastelegging
1.
hij
op één of meer tijdstippen in de periode van 01 november 2023 tot en
met 29 januari 2024 te Rotterdam, in een bedrijfspand (nummer [huisnummer X] ),
zijnde een onderdeel van een woon- en bedrijvencomplex gelegen aan
de Schammenkamp , tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen, opzettelijk heeft bereid, bewerkt, verwerkt en/of
vervaardigd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad een of meer
hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een
middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling
mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of één of meer andere
personen
op één of meer tijdstippen in de periode van 01 november 2023 tot en
met 29 januari 2024 te Rotterdam, in een bedrijfspand (nummer [huisnummer X] ),
zijnde een onderdeel van een woon- en bedrijvencomplex gelegen aan
de Schammenkamp , tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen, opzettelijk heeft/hebben bereid, bewerkt, verwerkt en/of
vervaardigd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad een of
meer hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde
cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, van die wet
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de
periode van 01 november 2023 tot en met 29 januari 2024 te Rotterdam,
opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid,
middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door
- een ruimte in een bedrijvencomplex aan de Schammenkamp te huren
en/of (onder)verhuren, althans beschikbaar te stellen en/of toegang te
verlenen tot voornoemde ruimte aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of
één of meer andere personen en/of die ruimte in te (laten) richten tot
een drugs- en/of versnijdingsmiddelen lab, althans voor de bereiding,
bewerking, verwerking, vervaardiging/kristallisatie van cocaïne en/of
- woonruimten gelegen aan de Schammenkamp te huren en/of
(onder)verhuren, althans beschikbaar te stellen aan een of meer
personen die activiteiten/werkzaamheden verrichtten in voornoemd
drugslab en/of
- ( (telefonisch) contact te onderhouden over de productie, bereiding,
bewerking en verwerking van cocaïne en/of procaïne en/of andere
versnijdingsmiddelen en/of
- foto’s te versturen en/of te ontvangen van cocaïne en/of procaïne
en/of andere versnijdingsmiddelen en/of
- voorwerpen en stoffen ten behoeve van de bereiding/ bewerking/ verwerking/vervaardiging van cocaïne (cocaïne, aceton, zoutzuur, procaïne, kneedmengers, weegschalen, dompelaars, zeven, koolstoffilters en/of koolstofkorrels)
beschikbaar te stellen aan voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of één
of meer andere personen, althans voorhanden te hebben;
2
hij
in of omstreeks de periode van 01 november 2023 tot en met 29 januari
2024 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
om meermalen, althans eenmaal een feit, bedoeld in het vierde en/of
vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te
bevorderen, te weten
het opzettelijk
bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of
vervoeren en/of vervaardigen
van cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid,
van die wet
- een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen,
te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij
behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of
inlichtingen te verschaffen en/of
- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of
inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen
en/of
- een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of
andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte
en/of zijn mededaders wisten en/of ernstige reden hadden om te
vermoeden dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door
- een ruimte in een bedrijvencomplex aan de Schammenkamp in te
(laten) richten tot een drugs- en/of versnijdingsmiddelen lab, althans
tot een lab voor de bereiding, bewerking, verwerking,
vervaardiging/kristallisatie van cocaïne en/of procaïne en/of deze te
gebruiken en/of
- woonruimten gelegen aan de Schammenkamp te huren en/of
(onder) te verhuren, althans beschikbaar te stellen aan een of meer
personen die activiteiten verrichtten in voornoemd drugs- en/of
versnijdingsmiddelen lab en/of
- ( (telefonisch) contact te onderhouden over de productie, bereiding,
bewerking en/of verwerking van cocaïne en/of procaïne en/of
versnijdingsmiddelen en/of
- foto’s te versturen en/of te ontvangen van cocaïne en/of procaïne
en/of andere versnijdingsmiddelen en/of
- cocaïne, aceton, zoutzuur en/of procaïne voorhanden te hebben
en/of
- kneedmengers, weegschalen, dompelaars, zeven, koolstoffilters
en/of koolstofkorrels voorhanden te hebben;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling
mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer andere
personen
in of omstreeks de periode van 01 november 2023 tot en met 29 januari
2024 te Rotterdam,
om meermalen, althans eenmaal een feit, bedoeld in het vierde en/of
vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te
bevorderen, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken,
verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen
van cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, van
die wet
- een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen,
te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij
behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of
inlichtingen te verschaffen en/of
- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of
inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen
en/of
- een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of
andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte
en/of zijn mededaders wisten en/of ernstige reden hadden om te
vermoeden dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door
- een ruimte in een bedrijvencomplex aan de Schammenkamp in te
(laten) richten tot een drugs- en/of versnijdingsmiddelen lab, althans
tot een lab voor de bereiding, bewerking, verwerking, vervaardiging/kristallisatie van cocaïne en/of procaïne en/of deze te
gebruiken en/of
- ( (telefonisch) contact te onderhouden over de productie, bereiding,
bewerking en/of verwerking van cocaïne en/of procaïne en/of
versnijdingsmiddelen en/of
- foto’s te versturen en/of te ontvangen van cocaïne en/of procaïne
en/of andere versnijdingsmiddelen en/of
- cocaïne, aceton, zoutzuur en/of procaïne voorhanden te hebben
en/of
- kneedmengers, weegschalen, dompelaars, zeven, koolstoffilters
en/of koolstofkorrels voorhanden te hebben,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de
periode van 01 november 2023 tot en met 29 januari 2024, te Rotterdam
opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid,
middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- een ruimte in een bedrijvencomplex aan de Schammenkamp (onder)
te verhuren, althans beschikbaar te stellen en/of hier toegang toe te
verlenen;
3.
hij op of omstreeks 29 januari 2024 te Rotterdam tezamen en in vereniging
met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk een ontploffing
teweeg heeft gebracht in een garage(box) / kelderbox / bedrijfspand
(nummer [huisnummer X] ), zijnde een onderdeel van een woon- en bedrijvencomplex,
gelegen aan de Schammenkamp
immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) aldaar een
drugs/procaïne/versnijdings(middelen)lab, ten behoeve van de
bereiding/bewerking/verwerking/vervaardiging/kristallisatie van
cocaïne/procaïne, althans (een) versnijdingsmiddel(en) aanwezig gehad
en/of
ter plaatse ten behoeve van voornoemde productie/bewerking grote
hoeveelheden aceton en/of zoutzuur en/of procaïne en/of cocaïne
verwarmd en/of gemengd en/of opgelost, althans aanwezig gehad
waardoor een grote hoeveelheid aceton-luchtmengsel/acetondamp,
althans een sterk ontbrandbaar gas-luchtmengsel is vrijgekomen, welk
aceton-luchtmengsel/gas-luchtmengsel op enigerlei wijze is
ontvlamd/geëxplodeerd,
als gevolg waarvan de aldaar aanwezige grote hoeveelheden aceton
en/of zoutzuur en/of procaïne en/of voornoemde garage(box) /
kelderbox / bedrijfspand (nummer [huisnummer X] ), en/of meerdere (aangrenzende)
panden/onderdelen/units van dit woon- en bedrijvencomplex aan de
Schammenkamp is/zijn ontploft/geëxplodeerd en/of in brand zijn
gevlogen,
terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten gemeen gevaar
voor de verschillende panden/onderdelen/units van het woon- en
bedrijvencomplex en/of andere naastgelegen woningen/bedrijven en/of
alle daarin en/of rondom/nabij aanwezige goederen en/of
levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een)
ander(en), te weten de aanwezige personen verblijvende in en/of nabij
de verschillende panden/onderdelen/units van het woon- en
bedrijvencomplex, te duchten was
en/of
als gevolg waarvan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of
[medeverdachte 3] zijn overleden;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling
mocht of zou kunnen leiden:
hij in de periode van 01 november 2023 tot en met 29 januari 2024 te
Rotterdam zich zodanig heeft gedragen dat op 29 januari 2024 een aan
zijn schuld te wijten ontploffing en brand hebben plaatsgevonden in een
bedrijfspand aan de Schammenkamp nummer [huisnummer X] ,
door zeer, in elk geval aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend
en/of onachtzaam toe te staan, althans te gedogen dat daarin een drugs en/
of versnijdingsmiddelen lab werd opgebouwd, ingericht, in gebruik
werd genomen en in bedrijf werd gehouden, in welk lab o.a. brandbare
stoffen, zoals aceton en zoutzuur, werden bewerkt en verwerkt ter
vervaardiging van procaïne/cocaïne,
waarbij op enigerlei wijze op 29 januari 2024 een grote hoeveelheid
aceton-luchtmengsel/acetondamp, althans een sterk ontbrandbaar
gas-luchtmengsel vrijkwam dat vervolgens ontvlamde/explodeerde,
als gevolg waarvan de aldaar aanwezige grote hoeveelheden aceton
en/of zoutzuur en/of procaïne en/of cocaïne en/of voornoemde
garage(box) / kelderbox / bedrijfspand (nummer [huisnummer X] ), en/of meerdere
(aangrenzende) panden/onderdelen/units van dit woon- en
bedrijvencomplex aan de Schammenkamp is/zijn ontploft/geëxplodeerd
en/of in brand zijn gevlogen,
terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten gemeen gevaar
voor de verschillende panden/onderdelen/units van het woon- en
bedrijvencomplex en/of andere naastgelegen woningen/bedrijven en/of
alle daarin en/of rondom/nabij aanwezige goederen en/of
levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een)
ander(en), te weten de aanwezige personen verblijvende in en/of nabij
de verschillende panden/onderdelen/units van het woon- en
bedrijvencomplex, te duchten was en als gevolg waarvan [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]
zijn overleden.