Strafrecht overig

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden. De verdachte is schuldig…

Rechtbank Overijssel, 27 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 27 oktober 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
27 oktober 2026
Datum publicatie
27 oktober 2026
Zaaknummer
08.018907.25 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:6475
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden.

De verdachte is schuldig bevonden aan het medeplegen van opzettelijk handelen in harddrugs en medeplegen van witwassen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.018907.25 (P)

Datum vonnis: 27 oktober 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats],

wonende aan de [woonplaats].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 september 2026 en 27 oktober 2026.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. R. van Veen, advocaat in Utrecht, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte al dan niet samen met (een) ander(en):

feit 1: in de periode van 23 maart 2023 tot en met 4 maart 2024 opzettelijk in cocaïne, MDMA en 3-MMC heeft gehandeld;

feit 2: in de periode van 1 juni 2023 tot en met 4 maart 2024 een bedrag van € 143.870,00 heeft witgewassen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks de periode 23 maart 2023 tot en met 4 maart 2024 te Zwolle, althans in Nederland en/of Turkije, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende 3-MMC en/of zijnde cocaïne en/of MDMA en/of 3-MMC, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op/in of omstreeks de periode van 1 juni 2023 tot en met 4 maart 2024, te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen meermalen (van) een of meer (grote) geldbedragen tot een bedrag van 143.870 euro, althans enig geldbedrag,

(sub a)

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, danwel

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) van dat/die geldbedrag(en)

was/waren, en/of

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die geldbedragen(en) voorhanden had(den) door zijn bankrekening(en) en/of pinpas ter beschikking te stellen en/of betalingen gelieerd aan de [groep] op zijn bankrekening(en) te ontvangen en/of deze betalingen/geldbedragen contant te (laten) pinnen en/of naar andere bankrekeningen over te maken,

en/of

(sub b)

meermalen (van) een of meer (grote) geldbedragen tot een bedrag van 143.870 euro, althans

enig geldbedrag,

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,

en/of

- gebruik heeft gemaakt,

door zijn bankrekening(en) en/of pinpas ter beschikking te stellen en/of betalingen gelieerd aan de [groep] op zijn bankrekening(en) te ontvangen en/of deze betalingen/geldbedragen contant te (laten) pinnen en/of naar andere bankrekeningen over te maken, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die geldbedragen onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op/in of omstreeks de periode van 1 juni 2023 tot en met 4 maart 2024, te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

meermalen (van) een of meer (grote) geldbedragen tot een bedrag van 143.870 euro, althans

enig geldbedrag,

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,

en/of

- gebruik heeft gemaakt,

door zijn bankrekening(en) en/of pinpas ter beschikking te stellen en/of betalingen gelieerd aan de [groep] op zijn bankrekening(en) te ontvangen en/of deze betalingen/geldbedragen contant te (laten) pinnen en/of naar andere bankrekeningen over te maken, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

wist(en) dat die geldbedragen onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit eigen misdrijf;

3 De bewijsmotivering

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich, overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegd requisitoir, op het standpunt gesteld dat de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich, overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegde pleitnota, op het standpunt gesteld dat verdachte van de ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Feit 1

Uit het proces-verbaal van bevindingen van 13 mei 2025 over het onderzoek naar gebruikte bankrekeningen ten behoeve van de “[groep]” blijkt dat op de KNAB-rekening van verdachte met nummer [rekeningnummer 1] in de periode van 18 augustus 2023 tot en met 3 maart 2024 een totaal bedrag van € 143.870,00 is ontvangen. De politie schrijft hierover: “In totaal hebben er 2823 betalingen plaats voor de aankoop van verdovende middelen. Er wordt via Tikkie, via de KNAB en af en toe rechtstreeks vanaf een bankrekeningnummer betaald”.

De rechtbank gaat uit van de juistheid van de inhoud van dit proces-verbaal. Er zijn door de verdediging geen concrete aanknopingspunten geboden om te twijfelen aan de juistheid of betrouwbaarheid van de inhoud van dit proces-verbaal. De omstandigheid dat het op zijn bankrekening ontvangen geldbedrag niet is gespecificeerd, omdat het digitale (excel-) bestand, welk overzicht overigens ook door de politie is opgemaakt, niet bij de dossierstukken is gevoegd, leidt niet tot een ander oordeel.

De rechtbank oordeelt dat dit geld afkomstig was uit de handel in verdovende middelen die door verdachte zelf, samen met zijn mededaders, is gepleegd. Hiertoe is het volgende redengevend.

Medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]) heeft verklaard dat de [groep] is gestart nadat [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]) en [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3]) vrijkwamen. Dit was in de periode 2021/2022. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] waren eindverantwoordelijk voor de [groep]. Ze deden het samen en waren verantwoordelijk voor het laten bezorgen van drugs. Bij de [groep] kon via het telefoonnummer [telefoonnummer 1] onder meer 3-MMC, cocaïne, xtc, MDMA en crack besteld worden. Klanten konden contant of via een Tikkie betalen. [medeverdachte 1] heeft ook drugs gedeald voor de [groep].

In een opgenomen telefoongesprek dat [medeverdachte 1] op 28 februari 2024 vanaf 20:01:44 uur vanuit de gevangenis met medeverdachte [medeverdachte 4] heeft gevoerd, aan welk gesprek verdachte ([alias 1]) en [medeverdachte 5] ([alias 2]/[alias 2]) ook deelnamen, zegt [medeverdachte 1]: “Er was nog iemand actief, in tijd toen [naam 1] echt net net actief was.(…) Bij [groep].(…) Ik kan me nog goed herinneren bro, toen hun weer net 2 weken actief waren. Toen kwam ik. En toen was [naam 2] er en [naam 3]. En toen kwam [naam 1] er ook gezellig bij man.. En toen ongeveer een jaar later, toen kwam [alias 1]. (…).

Verdachte heeft ter zitting van 29 september 2026 verklaard dat hij ‘[alias 1]’ wordt genoemd.

Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte in de loop van 2023, vanaf het begin van de ten laste gelegde periode, deel uitmaakte van de groep die via de [groep] in drugs handelde. Dat verdachte tegen het einde van de ten laste gelegde periode nog steeds deel uit maakte van deze groep leidt de rechtbank af uit het volgende bewijsmiddel.

Op 3 februari 2024 is een iPhone 12 Pro onder [medeverdachte 1] in beslag is genomen. Deze telefoon is onderzocht. In de telefoon zijn Signalberichten tussen de [medeverdachte 1] en het contact [naam 4] met het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer 2] aangetroffen. Hierin schrijft [naam 4]:

8-1-2024 17:51:54 15% tog

8-1-2024 17:52:36 500 loon

8-1-2024 17:53:08 Dus 500 normaal 530

8-1-2024 22:43:08 800

9-1-2024 22:55:32 Bro niet naast hen

9-1-2024 22:55:32 Zegge

9-1-2024 23:06:18 Top

11-1-2024 22:27:27 K fiks morge voor je belooft. A sha

12-1-2024 14:33:15 jo noffo

12-1-2024 14:38:00 free [alias 1] man

12-1-2024 19:52:17 900 ofs

12-1-2024 22:23:11 1460 pin 1440 (…).

Dat verdachte in de ten laste gelegde periode ook zelf uitvoeringshandelingen heeft verricht blijkt uit de volgende bewijsmiddelen.

Op 27 maart 2023 is een mobiele telefoon onder [medeverdachte 1] in beslag genomen. Deze telefoon is onderzocht. In de telefoon zijn chatberichten tussen het contact [groep] met het Turks telefoonnummer [telefoonnummer 3] ([medeverdachte 5]) en het contact [alias 3] ([medeverdachte 1]) met telefoonnummer [telefoonnummer 4] aangetroffen. Uit deze berichten blijkt dat [medeverdachte 1] en verdachte via het Turkse telefoonnummer worden aangestuurd om harddrugs te bezorgen. Hieronder volgt een selectie van deze berichten:.

[groep] 26-3-2023 22:06:48 Jo ga snel na hbx

[groep] 26-3-2023 22:06:53 Gombert 18

[groep] 26-3-2023 22:06:57 Pak doekoe daar

[alias 3] 26-3-2023 22:07:36 6 min

[groep] 26-3-2023 22:07:38 Kk [alias 1] heeft in bb gedaan was cash mk

[groep] 26-3-2023 22:07:41 Pak die doekoe (…)

[groep] 26-3-2023 22:19:27 Ga na [adres]

[groep] 26-3-2023 22:19:35 Ik laat [alias 1] wel doen mm

[groep] 26-3-2023 22:19:45 [alias 1] komt daar geef hem 2 bankoes (…)

[groep] 26-3-2023 22:27:16 [alias 1] komt bij die adres (…)

[alias 3] 26-3-2023 22:29:40 Gelukt (…)

[groep] 26-3-2023 22:37:30 Geef 10 x 3m aan [alias 1] (…).

Notities op telefoon [medeverdachte 5]

Op 8 mei 2023 werd een Apple iPhone XS onder [medeverdachte 5] in beslag genomen. Deze telefoon is onderzocht. Op deze telefoon zijn de volgende notities aangetroffen die naar het oordeel van de rechtbank betrekking hebben op de drugshandel van verdachte. In deze notities, die als een soort boekhouding van de [groep] kunnen worden gezien, wordt de naam [alias 1] veelvuldig genoemd. Dit betreft de volgende notities:

Creation time: 3-4-2023 21 :35:36 (…)

54 3 m

10 bankoes

4 mdma

Van [naam 5]

50 3 m

50 3 m

20 bankoe

50 3 m

10 mdma

10 50

50 3 m

10 x snoep

20 x 50

10 35

50 3 m

50 3 m

20 50

5 35

503m

10bankoes

-400 na [alias 1] voor pille

210 tank

75 tank

3 mdma 2 3 m 1 snoep osc

2 x 50 [naam 1].

Creation time: 3-4-2023 12:24:57 (…)

[naam 6]

560 cash gegeven.

-150 loon gegeven aan hem

[alias 1]

400 [naam 7] geld heb ik

650 van [naam 9]

2230 [alias 1] draaigeld

1250 loon gegeven [alias 1]

Ik zelf

4340 cash

1100 loon

1500 tikkie zit erbij.

Creation time; 26-3-2023 20:14:32 (…)

Boekhouding

Pof

WO oom pof

175 doke

Acties

50 getankt draai geld

30 getankt draai geld

30 getankt draai geld

30 getankt draai geld

50 getankt draai geld

35 sos [naam 9] gegeven

2 x 50 19 x 3 m osc gegeven

30 beltegoed

70 tank

50 tank 20 olie

6 x 3 m verkeerde bb

10 euro auto

50 euro eten

60 tank [alias 1]

20 beige goed

30 oom [naam 8]

50 aan [naam 1] sos

20 kapper

25 [alias 1] tank.

10 april 2023 om 00:01

[naam 9]

950 euro heb ik van [naam 9]

2100 van [naam 9]

490 draaigeld van [alias 1]

385 [naam 9] mij gegeven

-880 aan [alias 1] loon

-100 ganta locn

-1000 aan mij loon

-900 aan [naam 9] Icon

3670 mijn cash

1200 van compe

1500 tikkie geld.

Op 8 mei 2023 werd een Apple iPhone 7 Plus onder [medeverdachte 5] in beslag genomen. Deze telefoon is onderzocht. Op deze telefoon is de volgende notitie aangetroffen die naar het oordeel van de rechtbank betrekking hebben op de drugshandel van verdachte.

Modification Time; 7-5-2023 17:57:34

1500 tikkie

1500 tikkie

2900 van [naam 5]

2705 [naam 9]

650 van [naam 5]

3810 van mij

-800 loon [naam 5]

-150 [naam 10]

-400 [alias 1]

-1000 loon.

Tot slot neemt de rechtbank bij de bewezenverklaring van feit 1 in aanmerking wat hieronder bij feit 2 bewezen is verklaard.

Gelet op het voorgaande is sprake geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn mededaders die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het ten laste gelegde medeplegen bewezen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en anderen in de ten laste gelegde periode in cocaïne, MDMA en 3-MMC heeft gehandeld.

Feit 2 primair :

(opzetwitwassen van een geldbedrag van € 143.870,00 via de eigen bankrekening))

Zoals hiervoor is overwogen blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen van 13 mei 2025 over het onderzoek naar gebruikte bankrekeningen ten behoeve van de “[groep]” dat op de KNAB-rekening van verdachte met nummer [rekeningnummer 1] vanaf 18 augustus 2023 tot en met 3 maart 2024 een totaalbedrag van € 143.870,00 aan betalingen voor de aankoop van verdovende middelen is ontvangen.

Uit dit proces-verbaal blijkt verder dat van voormelde KNAB-rekening van verdachte een bedrag van € 97.840,00 contant bij geldautomaten van Geldmaat is opgenomen, dat een bedrag van € 10.305,00 naar de bankrekeningen [rekeningnummer 2] en [rekeningnummer 3] van verdachte is overgeboekt, en dat er een totaalbedrag van € 18.930,00 naar de bankrekening [rekeningnummer 4] van [naam 11] (hierna: [naam 11]) is overgeboekt. Dit gaat om bedragen tussen de € 5,00 en € 2.498,00.

Verder zijn de bankpassen die bij de bankrekening [rekeningnummer 1] horen voor levensonderhoud en/of het doen van contante geldopnames gebruikt.

De rechtbank gaat uit van de juistheid van de inhoud van dit proces-verbaal. Er zijn door de verdediging geen concrete aanknopingspunten geboden om te twijfelen aan de juistheid of betrouwbaarheid van de inhoud van dit proces-verbaal. De omstandigheid dat voormelde gegevens niet nader zijn gespecificeerd leidt niet tot een ander oordeel.

Uit de omstandigheid dat er een bedrag naar de bankrekening van [naam 11] is overgeboekt en de bankpassen ook voor levensonderhoud zijn gebruikt, leidt de rechtbank af dat verdachte zelf actief beheer over de rekening heeft gehad, en dat hij ook heeft geweten dat de op zijn rekening gestorte geldbedragen van drugshandel afkomstig waren, aangezien hij zelf in de drugshandel zat. De hiervoor geschetste feiten en omstandigheden acht de rechtbank redengevend voor het bewijs dat verdachte het feit heeft gepleegd. Dat zou anders kunnen komen te liggen indien verdachte een concrete, verifieerbare en aannemelijke verklaring aflegt. Daarvan is geen sprake, nu verdachte zich op zijn zwijgrecht blijft beroepen.

Door zijn bankrekening ter beschikking te stellen en betalingen gelieerd aan de [groep] op zijn bankrekening te ontvangen en deze betalingen contant te (laten) pinnen en naar andere bankrekeningen over te maken, terwijl verdachte en zijn mededaders wisten dat die geldbedragen onmiddellijk afkomstig waren uit enig (eigen) misdrijf, heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van witwassen.

Op grond van de bewijsmiddelen kan wettig en overtuigend bewezen worden dat het geld onmiddellijk afkomstig was uit eigen misdrijf, namelijk de handel in verdovende middelen, zoals hierover onder feit 1 ook bewezen is verklaard.

De gedragingen van verdachte zijn naar het oordeel van de rechtbank ook gericht geweest op het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de geldbedragen.

Dit blijkt onder meer uit de omstandigheid dat verdachte een deel van de ontvangen betalingen contant heeft opgenomen, dan wel heeft laten opnemen, en een deel naar twee van zijn eigen bankrekeningen en een bankrekening van [naam 11] heeft doorgestort.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode 23 maart 2023 tot en met 4 maart 2024 in Nederland en Turkije, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd, een grote hoeveelheid cocaïne, een grote hoeveelheid MDMA, een grote hoeveelheid 3-MMC telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij in de periode van 1 juni 2023 tot en met 4 maart 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen meermalen (grote) geldbedragen tot een bedrag van 143.870 euro,

(sub a)

- de werkelijke aard, de herkomst heeft verborgen en heeft verhuld, danwel

- heeft verborgen en heeft verhuld wie de rechthebbenden van die geldbedragen waren, en

(sub b)

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, en

- gebruik heeft gemaakt, door zijn bankrekening ter beschikking te stellen en betalingen gelieerd aan de [groep] op zijn bankrekening te ontvangen en deze betalingen contant te (laten) pinnen en naar andere bankrekeningen over te maken, terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders wisten, dat die geldbedragen onmiddellijk afkomstig waren uit enig misdrijf.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij verdachte daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 2 primair

het misdrijf: medeplegen van witwassen.

5 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.

6 De op te leggen straf of maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur 30 maanden en een geldboete van € 10.000,00.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit om verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf of geldboete op te leggen. Een geldboete zou een soort verkapte ontnemingsmaatregel zijn. De raadsman heeft verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met het feit dat verdachte zelf slachtoffer is in deze zaak, dat verdachte naar de andere kant van het land is verhuisd en inmiddels een vaste baan heeft en dat hij bij oplegging van een gevangenisstraf zijn baan zou verliezen. Verder heeft de raadsman gewezen op het tijdsverloop in deze zaak.

Een voorwaardelijke gevangenisstraf eventueel in combinatie met een taakstraf zou volgens de raadsman het meest passend zijn.

6.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte, zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim elf maanden samen met anderen schuldig gemaakt aan de handel in verschillende soorten harddrugs. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zijn bij vonnissen van deze rechtbank van 25 juni 2026 veroordeeld tot langdurige gevangenisstraffen. Zij stonden samen aan het hoofd van de [groep], een lijn die zich kenmerkte door op een georganiseerde wijze en op grote schaal vele afnemers van drugs te voorzien.

[medeverdachte 5] beheerde in Turkije de telefoon van de [groep] waarop de bestellingen binnenkwamen en hij stuurde de koeriers in Nederland naar de adressen van klanten.

De [groep] had stelselmatig meerdere koeriers voor zich rijden die dag en nacht op bestelling drugs afleverden. Verdachte was één van deze bezorgers. Daarnaast bestond de organisatie uit ‘vullers’ die de koeriers van drugs voorzagen. Voor de ontvangsten van Tikkiebetalingen werden geldezels geronseld, die een bankrekening op naam openden.

Verdachte heeft op zijn bankrekening ook betalingen voor de aankoop van verdovende middelen ontvangen. Dit geld werd grotendeels contant opgenomen of naar andere rekeningen overgemaakt. Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan witwassen van een geldbedrag van € 143.870,00. Hij heeft daarmee bijgedragen aan de instandhouding van deze criminaliteit.

De rechtbank acht verdachte met zijn handelen medeverantwoordelijk voor de nadelige effecten die het gebruik van verdovende middelen bij gebruikers veroorzaakt. Drugs zijn stoffen die sterk verslavend werken en schadelijk zijn voor de gezondheid. Ook gaat het dealen van drugs op straat veelal gepaard met overlast en gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

De handel in verdovende middelen zorgt bovendien voor een vicieuze cirkel van criminaliteit en geweld, wat de stabiliteit van de samenleving ondermijnt.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met het strafblad van verdachte van 6 augustus 2026. Hieruit blijkt dat sprake is van veroordelingen die liggen na de pleegperiode van de onderhavige bewezen verklaarde feiten, waardoor toepassing gegeven dient te worden aan artikel 63 Sr. Het gaat daarbij om de volgende veroordelingen:

- bij vonnis van 7 mei 2026 is verdachte door de kantonrechter in de rechtbank Overijssel veroordeeld tot een geldboete van € 400,00 en 4 maanden ontzegging van de bevoegdheid rijtuigen te besturen voorwaardelijk voor rijden voor overtreding van artikel 30/4 Aansprakelijkheid Motorrijtuigen;

- bij vonnis van 22 juli 2024 is verdachte door de politierechter in de rechtbank Overijssel veroordeeld tot een taakstraf van 180 uren en 12 maanden ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen waarvan 6 maanden voorwaardelijk voor overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994.

Daarnaast zijn bij strafbeschikkingen geldboetes aan verdachte opgelegd wegens overtredingen van met name de Wegenverkeerswet 1994 en de Opiumwet.

Verder heeft de rechtbank gekeken naar het reclasseringsadvies over verdachte van 9 september 2026. Omdat verdachte zich beroept op zijn zwijgrecht is het voor de reclassering niet mogelijk gebleken een risicoanalyse uit te voeren of criminogene factoren te benoemen.

Gelet hierop kan de reclassering niet adviseren of interventies en/of toezicht nodig zijn.

Het voorgaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte zonder meer een gevangenisstraf toekomt. Een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is noodzakelijk omdat de aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zou worden.

Alles afwegend acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden passend en geboden. Nu de officier van justitie ter terechtzitting een ontnemingsvordering heeft aangekondigd, ziet de rechtbank geen termen aanwezig om de gevorderde geldboete op te leggen.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met het feit dat verdachte geen opening van zaken heeft gegeven en geen inzicht heeft getoond in de gevolgen van zijn handelen.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 57 en 63 Sr.

8 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1, het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 2 primair, het misdrijf: medeplegen van witwassen.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 primair bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. S.H. Peper en mr. M. ter Riet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2026.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland, districtsrecherche IJsselland, genaamd Beagle/ON1R024011. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Pagina’s 1749 en 1750. Pagina’s 568 tot en met 572 en pagina’s 527, 529 tot en met 567. Tapgesprek (aanvullend stuk), sessienummer 16. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 29 september 2026, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte. Pagina 1321, 1322, 1443 en 1451 en 1452. Pagina 204. Pagina 200 op de WhatsApp profielfoto is [medeverdachte 5] zichtbaar. Zie verder pagina’s 3380 tot en met 3383 Pagina 1182, 1328 (koppeling telefoonnummer) en pagina 210. Pagina 205. Pagina 206. Pagina 207. Pagina 902. Pagina 904. Pagina’s 905 en 906. Pagina 907. Pagina 807 en 822. Pagina 1749 en 1750.