Strafrecht overig
De rechtbank veroordeelt een 25-jarige man tot een gevangenisstraf van vijf jaren en zes maanden. De…
Rechtbank Overijssel, 27 oktober 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:6476 · Rechtbank Overijssel · 27 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbove-2026-6476
Zaakgegevens
Op 27 oktober 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2026
- Datum publicatie
- 27 oktober 2026
- Zaaknummer
- 08.132196.25 en 08.225389.25 (P)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2026:6476
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank veroordeelt een 25-jarige man tot een gevangenisstraf van vijf jaren en zes maanden. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van een aanslag met een vuurwerk(brand)bom op een portiekwoning. Daarnaast heeft verdachte heeft zich gedurende een periode van tweeënhalf jaar samen met anderen schuldig gemaakt aan de handel in verschillende soorten harddrugs en zich schuldig gemaakt aan witwassen van geldbedragen van € 158.717,00 en € 19.450,00.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08.132196.25 en 08.225389.25 (P)
Datum vonnis: 27 oktober 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] ,
verblijvende in de P.I. [verblijfplaats] ,
[adres 1] .
1 Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 september 2026 en 27 oktober 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. D.A.J. Spierings, advocaat in Apeldoorn, naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte al dan niet samen met (een) ander(en):
08.132196.25
opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht waardoor er gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was.
08.225389.25
feit 1: in de periode van 1 januari 2022 tot en met 28 juni 2024 opzettelijk in cocaïne, MDMA en 3-MMC heeft gehandeld;
feit 2: in de periode van 2 oktober 2021 tot en met 28 mei 2022 een bedrag van € 158.717,00 heeft witgewassen;
feit 3: in de periode van 4 maart 2024 tot en met 28 juni 2024 een bedrag van € 19.450,00 heeft witgewassen.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte dat:
08.132196.25
hij op of omstreeks 25 maart 2025 te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht en/of brand heeft gesticht door een explosief (met daaraan gekoppeld een fles met ontbrandbare vloeistof) aan te steken en/of op het balkon van een (flat)woning gelegen aan de [adres 2] te gooien en/of te rollen, althans in de dichte nabijheid van/voor die woning te plaatsen en aan te steken, waardoor dit explosief tot ontploffing is gebracht en/of brand is ontstaan, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten gemeen gevaar voor r(a)am(en) en/of het balkondeurkozijn en/of de woning en/of in die woning aanwezige goederen en/of overige onroerende dan wel roerende goederen die zich in de directe nabijheid van dat explosief bevonden en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor de aanwezige(n) in die woning, te weten [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 6] en/of voor de aanwezigen in de naast- en bovengelegen woningen, te duchten was.
08.225389.25
1.
hij op of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 28 juni 2024 te Zwolle,
althans in Nederland en/of Turkije, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of
verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of
een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of
een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende 3-MMC en/of
zijnde cocaïne en/of MDMA en/of 3-MMC,
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op/in of omstreeks de periode van 2 oktober 2021 tot en met 28 mei 2022, te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
meermalen (van) een of meer (grote) geldbedragen tot een bedrag van 158.717 euro, althans
enig geldbedrag,
(sub a)
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, danwel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) van dat/die
geldbedrag(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die geldbedragen(en) voorhanden had(den) door zijn bankrekening(en) en/of pinpas ter beschikking te stellen en/of betalingen gelieerd aan de Milanlijn op zijn bankrekening(en) te ontvangen en/of deze betalingen/geldbedragen contant te (laten) pinnen en/of naar andere bankrekeningen over te maken, en/of
(sub b)
meermalen (van) een of meer (grote) geldbedragen tot een bedrag van 158.717 euro, althans
enig geldbedrag,
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt, door zijn bankrekening(en) en/of pinpas ter beschikking te stellen en/of betalingen gelieerd aan de Milanlijn op zijn bankrekening(en) te ontvangen en/of deze
betalingen/geldbedragen contant te (laten) pinnen en/of naar andere bankrekeningen over te maken, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die geldbedragen onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op/in of omstreeks de periode van 2 oktober 2021 tot en met 28 mei 2022, te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
meermalen (van)een of meer (grote) geldbedragen tot een bedrag van 158.717 euro, althans enig geldbedrag,
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt,
door zijn bankrekening(en) en/of pinpas ter beschikking te stellen en/of betalingen gelieerd aan de Milanlijn op zijn bankrekening(en)en te ontvangen en/of deze betalingen/geldbedragen contant te (laten) pinnen en/of naar andere bankrekeningen over te maken, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat die geldbedragen onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit eigen misdrijf;
3.
hij op/in of omstreeks de periode van 4 maart 2024 tot en met 28 juni 2024, te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
meermalen (van) een of meer (grote) geldbedragen tot een bedrag van 19.450 euro, althans enig geldbedrag,
(sub a)
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, danwel
- - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) van dat/die geldbedrag(en)
was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die geldbedragen(en) voorhanden had(den)
door zijn bankrekening(en) en/of pinpas ter beschikking te stellen en/of betalingen gelieerd aan de Milanlijn op zijn bankrekening(en) te ontvangen te ontvangen en/of deze betalingen/geldbedragen contant te (laten) pinnen en/of naar andere bankrekeningen over te maken, en/of
(sub b)
(meermalen) (van) een of meer (grote) geldbedragen tot een bedrag van 19.450 euro, althans enig geldbedrag,
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt, door zijn bankrekening(en) en/of pinpas ter beschikking te stellen en/of betalingen gelieerd aan de Milanlijn op zijn bankrekening(en) te ontvangen en/of deze
betalingen/geldbedragen contant te (laten) pinnen en/of naar andere bankrekeningen over te maken, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die geldbedragen
onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op/in of omstreeks de periode van 4 maart 2024 tot en met 28 juni 2024, te
Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen meermalen (van) een of meer (grote) geldbedragen tot een bedrag van 19.450 euro, althans enig geldbedrag,
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt,
door zijn bankrekening(en) en/of pinpas ter beschikking te stellen en/of betalingen gelieerd aan de Milanlijn op zijn bankrekening(en) te ontvangen en/of deze betalingen/geldbedragen contant te (laten) pinnen en/of naar andere bankrekeningen over te maken, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat die geldbedragen onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit eigen misdrijf.
3 De bewijsmotivering
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich, overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegd requisitoir, op het standpunt gesteld dat van alle ten laste gelegde feiten, voor zover van toepassing, telkens de primair ten laste gelegde variant wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw van verdachte heeft zich, overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegde pleitnota, voor wat betreft de bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 08.132196.25 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de bestanddelen dat levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was, heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit.
Het in de zaak met parketnummer 08.225389.25 onder 1 ten laste gelegde kan volgens de raadsvrouw wettig en overtuigend bewezen worden verklaard, met dien verstande dat een kortere pleegperiode van twee jaar bewezen kan worden verklaard.
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 08.225389.25 onder 2 ten laste gelegde feit heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat verdachte van dit feit geheel moet worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe aangevoerd dat het geldbedrag in het dossier niet is gespecificeerd, omdat het digitale (excel) bestand niet bij de dossierstukken is gevoegd.
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 08.225389.25 onder 3 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe opgemerkt dat slechts van € 100,00 kan worden vastgesteld dat dit een betaling van afnemer [afnemer] (hierna: [afnemer]) betreft en dat het maar de vraag is of verdachte toegang tot de bankrekening heeft gehad.
Het oordeel van de rechtbank
08.225389.25
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door de raadsvrouw ten aanzien van de ten laste gelegde feitelijkheden geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 29 september 2026, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte;
- het proces-verbaal van aangifte van 25 maart 2025, inhoudende de door [naam 1] afgelegde verklaring (pagina’s 6 tot en met 8);
- het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 2]), inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant], gecertificeerd technisch forensisch rechercheur, gecertificeerd brandoorzaak- explosie-onderzoeker (pagina’s 72 tot en met 93).
In het proces-verbaal van het forensische onderzoek wordt geconcludeerd dat door de ontploffing levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten is geweest.
Aangeefster [naam 1] heeft verklaard dat haar vader en drie broers op het moment van de ontploffing lagen te slapen. Verder heeft zij verklaard dat zij en haar moeder ten tijde van de explosie in de eetkamer, vlak achter het balkon, zaten en dat zij daarom vanaf de straat zichtbaar waren. Daarnaast was het voorzienbaar dat de bewoners van de naast en boven gelegen flatwoningen op dat moment ook lagen te slapen.
Verder is een feit van algemene bekendheid dat brandstichting op het balkon van een flatwoning kan leiden tot brand in die woning, en dat een brand een ongrijpbaar middel is dat zich snel en onbeheerst kan ontwikkelen en dat daarbij de rookontwikkeling al snel een levensbedreigende situatie oplevert. Gelet op het tijdstip waarop de ontploffing heeft plaatsgevonden, te weten rond 02:20 uur, was het naar algemene ervaringsregels voorzienbaar dat er mensen in de flatwoning en de naast gelegen flatwoningen lagen te slapen., en dit is ook het geval geweest.
De rechtbank acht op grond van deze feiten en omstandigheden bewezen dat ten tijde van de ontploffing naar algemene ervaringsregels levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen, te weten de bewoners van de flatwoning aan de [adres 2] , en van de naast en boven gelegen woningen, voorzienbaar, en dus te duchten was.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de in de zaak met parketnummer 08.132196.25 ten laste gelegde feit.
08.225389.25
Feit 1:
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv, zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 29 september 2026, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte;
- de verklaring van verdachte van 1 oktober 2024, inhoudende “De Milanlijn is al wel 3 of 4 jaar actief. (…) Zolang zitten [naam 7] ([naam 7]) en [naam 8] ([naam 8]) er ook al achter (…) Nadat zij vrijkwamen, kreeg ik bericht of ik wilde helpen (…) Het leek mij wel stoer, dus ik heb het geaccepteerd”;
- de verklaring van verdachte van 21 februari 2025 inhoudende “Ik heb de Milan-lijn beheerd vanuit Turkije de afgelopen 3 jaar”;
- het proces-verbaal van bevindingen nummer van 10 april 2024, nummer 70 (pagina's 200 tot en met 211) over onderzoek historische printgegevens [telefoonnummer 1];
- het proces-verbaal van bevindingen van 6 oktober 2025, nummer 767 (dossierpagina's 3380 tot en met 3383) over nader onderzoek historische printgegevens met betrekking tot het Turkse telefoon nummer: [telefoonnummer 1];
- het proces-verbaal van bevindingen van 9 juli 2025, nummer 361 (pagina's 1941 en 1942), over banktransacties [rekeningnummer 1];
- het proces-verbaal van bevindingen van 17 april 2024, nummer 106 (pagina's 1832 tot en met 1860) over onderzoek opgevraagde financiële gegevens verdachte [naam 7];
- het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 18 januari 2025, nummer 645 (pagina’s 527 tot en met 567);
- het proces-verbaal van bevindingen van 19 mei 2025, nummer 731 (pagina’s 807 tot en met 823) over het eerste onderzoek Iphone 7 Plus van verdachte in verband met onderzoek Beagle;
- het proces-verbaal van bevindingen van 26 mei 2025, nummer 730 (pagina’s 824 tot en met 915) over het eerste onderzoek Iphone XS van verdachte in verband met onderzoek Beagle;
- het proces-verbaal van bevindingen van 13 mei 2025, nummer 712 (pagina's 1746 en 1747) over onderzoek naar gebruikte bankrekeningen ten behoeve van de “Milanlijn” met daaraan gekoppeld het telefoonnummer: [telefoonnummer 2];
- de verklaring van medeverdachte [getuige] (hierna: [getuige]) van op 23 september 2024 inhoudende dat de Milanlijn is gestart nadat [naam 8] en [naam 7] vrijkwamen. Dit was in de periode 2021/2022;
- de verklaring van [afnemer], inhoudende dat zij in oktober 2021 voor het eerst drugs bij de Milanlijn heeft besteld;
- proces-verbaal van bevindingen, waaruit blijkt dat er vanaf 2 oktober 2021 op de bankrekening van verdachte [rekeningnummer 2] ontvangsten voor het betalen van de aankoop van drugs plaatsgevonden.
De rechtbank acht gelet hierop wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met
[naam 8] (hierna:[naam 8]), [naam 7] (hierna: [naam 7]) en anderen in de hele ten laste gelegde periode van 1 januari 2022 tot en met 28 juni 2024 in cocaïne, MDMA en 3-MMC heeft gehandeld.
Feit 2 primair :
(opzetwitwassen van een geldbedrag van € 158.717,00 via de eigen bankrekening))
Ter zitting van 29 september 2026 heeft verdachte verklaard dat de drugs veelal via Tikkies en soms met cash werden betaald. In de omschrijving van de Tikkie werd vaak aangegeven dat het om “eten” ging. Op deze manier is veel geld op de rekening van verdachte terecht gekomen. Ook is veel geld van zijn rekening doorgestort en contant opgenomen. Het geld werd dagelijks door een bezorger of een derde gepind. Deze gaf het geld vervolgens door aan [naam 8] of [naam 7].
Verdachte heeft op 1 oktober 2024 tegenover de politie verklaard dat hij eerst € 5,- per transactie kreeg, dat het steeds minder werd wat hij kreeg en dat hij op een gegeven moment € 200,00 per week kreeg.
Uit het proces-verbaal van bevindingen van 13 mei 2025 over het onderzoek naar gebruikte bankrekeningen ten behoeve van de “Milanlijn” blijkt dat op de KNAB-rekening van verdachte met nummer [rekeningnummer 2] vanaf 2 oktober 2021 ontvangsten voor het voldoen van de aankoop van verdovende middelen hebben plaatsvonden en dat in de omschrijving “Eten" werd vermeld en dat de naam van de betaler werd weergegeven.
In totaal kwam er in de periode van 2 oktober 2021 tot en met 28 mei 2022 een bedrag van in totaal € 158.717,00 aan betalingen voor de aankoop van verdovende middelen binnen. Kleine bedragen, die niet direct betalingen voor de aankoop van verdovende middelen waren, zijn hierin door de politie niet opgenomen.
Uit dit proces-verbaal blijkt verder dat van voormelde KNAB-rekening een bedrag van in totaal € 107.598,00 naar de ING-rekening van verdachte met nummer [rekeningnummer 2] is overgeboekt, dat een geldbedrag van in totaal € 1.120,00 contant bij geldautomaten in het binnenland is opgenomen, dat een geldbedrag van in totaal € 7.294,00 via betaalautomaten is betaald en dat verder sprake is geweest van een verscheidenheid aan betalingen en overboekingen, waaronder ook op de bankrekening van [naam 7].
De rechtbank gaat uit van de juistheid van de inhoud van dit proces-verbaal. Er zijn door de verdediging geen concrete aanknopingspunten geboden om te twijfelen aan de juistheid of betrouwbaarheid van de inhoud van dit proces-verbaal. De omstandigheid dat het geldbedrag in het dossier niet is gespecificeerd omdat het digitale (excel-) bestand niet bij de dossierstukken is gevoegd, leidt niet tot een ander oordeel.
Door zijn bankrekening en pinpas ter beschikking te stellen en betalingen gelieerd aan de Milanlijn op zijn bankrekening te ontvangen en deze betalingen contant te (laten) pinnen en naar andere bankrekeningen over te maken, terwijl verdachte en zijn mededaders wisten dat die geldbedragen onmiddellijk afkomstig waren uit enig (eigen) misdrijf, heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van witwassen.
Op grond van de bewijsmiddelen kan wettig en overtuigend bewezen worden dat het geld onmiddellijk afkomstig was uit eigen misdrijf, namelijk de handel in verdovende middelen, zoals hierover onder feit 1 ook bewezen is verklaard.
De gedragingen van verdachte zijn naar het oordeel van de rechtbank ook gericht geweest op het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de geldbedragen. Dit blijkt onder meer uit de omstandigheden dat bij Tikkiebetalingen veelal de (valse) omschrijving “eten” stond vermeld en dat verdachte een deel van de ontvangen betalingen contant heeft laten opnemen en een deel naar andere rekeningen heeft doorgestort, waaronder ook naar zijn eigen bankrekening en de rekening van [naam 7].
Feit 3 primair:
(opzetwitwassen van een geldbedrag van € 19.450,00 via de eigen bank rekening)
Uit het proces-verbaal van bevindingen van 13 mei 2025 blijkt dat op 4 maart 2024 de KNAB-rekening met nummer [rekeningnummer 3] op naam van verdachte is geopend, dat op deze bankrekening door diverse personen overboekingen zijn gedaan waarbij “eten" en “heheh” staat vermeld, en dat het in de meeste gevallen gaat om de aankoop van verdovende middelen. Zo is bijvoorbeeld op 21 maart 2024 en 3 mei 2024 door [afnemer] steeds een bedrag van € 50,00 overgemaakt op de bankrekening van verdachte.
[afnemer] heeft op 3 februari 2025 als getuige tegenover de politie verklaard dat zij 30 tot 40 keer 3-MMC heeft besteld bij de Milanlijn, dat zij vaak 7 gram bestelde en daarvoor € 50,00 moest betalen. Verder heeft zij verklaard dat zij altijd via een betaalverzoek betaalde en dat zij daarbij ook geld naar een bankrekening van de KNAB heeft overgemaakt.
Uit het proces-verbaal van bevindingen van 13 mei 2025 blijkt dat een geldbedrag van in totaal € 19.450,00 op de KNAB-rekening van verdachte is binnengekomen, waarvan het (op grond van de bedragen uit het Excel-bestand) aannemelijk is dat dit geld afkomstig is van de verkoop van verdovende middelen. Het geld is in de meeste gevallen direct doorgestort naar de tussenbankrekeningen [rekeningnummer 4] en [rekeningnummer 5]. Deze Citi-rekeningen zijn tussenrekeningen van het bedrijf “[bedrijf]”, een online betaaldienst. Hierna werd een geldbedrag van € 18.176,00 doorgestort naar de Revolut Bank UAB.
Zoals hiervoor is vermeld heeft verdachte ter zitting op 29 september 2026 verklaard dat de drugs veelal via Tikkies werden betaald en dat in de omschrijving vaak werd aangegeven dat het om “eten” ging en dat er ook veel geld van zijn rekening is doorgestort.
Door zijn bankrekening ter beschikking te stellen en betalingen gelieerd aan de Milanlijn op zijn bankrekening te ontvangen en deze betalingen naar andere bankrekeningen over te maken, terwijl verdachte en zijn mededaders wisten dat die geldbedragen onmiddellijk afkomstig waren uit enig (eigen) misdrijf, heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van witwassen.
Op grond van de bewijsmiddelen kan wettig en overtuigend bewezen worden dat het geld onmiddellijk afkomstig was uit eigen misdrijf, namelijk de handel in verdovende middelen, zoals hierover onder feit 1 bewezen is verklaard. Bij feit 1 is een pleegperiode tot en met 28 mei 2024 bewezen verklaard. De gedragingen van verdachte zijn ook gericht geweest op het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de geldbedragen. Dit blijkt uit de omstandigheden dat bij Tikkiebetalingen de (valse) omschrijving “eten” stond vermeld en dat verdachte de ontvangen betalingen naar andere rekeningen heeft doorgestort.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
08.132196.25
hij op 25 maart 2025 te Zwolle opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht en brand heeft gesticht door een explosief (met daaraan gekoppeld een fles met ontbrandbare vloeistof) aan te steken en op het balkon van een flatwoning gelegen aan de [adres 2] te gooien en aan te steken, waardoor dit explosief tot ontploffing is gebracht en brand is ontstaan, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten gemeen gevaar voor ramen en het balkondeurkozijn en de woning en in die woning aanwezige goederen en overige onroerende dan wel roerende goederen die zich in de directe nabijheid van dat explosief bevonden en
- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor de aanwezigen in die woning, te weten [naam 1] en [naam 2] en [naam 3] en [naam 4] en [naam 5] en [naam 6] en voor de aanwezigen in de naast- en bovengelegen woningen, te duchten was.
08.225389.25
1.
hij in de periode van 1 januari 2022 tot en met 28 juni 2024 in Nederland en Turkije, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd, een grote hoeveelheid cocaïne, een grote hoeveelheid MDMA, een grote hoeveelheid 3-MMC telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2.
hij in de periode van 2 oktober 2021 tot en met 28 mei 2022 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen (grote) geldbedragen tot een bedrag van 158.717 euro,
(sub a)
- de werkelijke aard, de herkomst heeft verborgen en heeft verhuld, danwel
- heeft verborgen en heeft verhuld wie de rechthebbenden van die geldbedragen waren, en
(sub b)
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, en
- gebruik heeft gemaakt, door zijn bankrekening en pinpas ter beschikking te stellen en betalingen gelieerd aan de Milanlijn op zijn bankrekening te ontvangen en deze betalingen contant te laten pinnen en/of naar andere bankrekeningen over te maken, terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders wisten dat die geldbedragen onmiddellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf;
3.
hij in of omstreeks de periode van 4 maart 2024 tot en met 28 juni 2024, in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen (grote) geldbedragen tot een bedrag van 19.450 euro,
(sub a)
- de werkelijke aard, de herkomst heeft verborgen en heeft verhuld, danwel
- - heeft verborgen en heeft verhuld wie de rechthebbenden van die geldbedragen
waren, en
(sub b)
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, en
- gebruik heeft gemaakt, door zijn bankrekening ter beschikking te stellen en betalingen gelieerd aan de Milanlijn op zijn bankrekening te ontvangen en deze betalingen naar andere bankrekeningen over te maken, terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders wisten dat die geldbedragen onmiddellijk afkomstig waren uit enig misdrijf.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 157, 47 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:
08.132196.25
het misdrijf: opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.
08.225389.25
feit 1
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 2 primair en feit 3 primair
telkens het misdrijf: medeplegen van witwassen.
5 De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.
6 De op te leggen straf of maatregel
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar en zes maanden, met aftrek van voorarrest en een geldboete van € 10.000,00.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit om een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden op te leggen. Zij heeft verzocht om hierbij rekening te houden met de beperkte rol van verdachte, zijn bekentenis, zijn vergaande medewerking, de risico's die hij daarmee heeft genomen, zijn pogingen om zich aan het criminele verband te onttrekken en de concrete gedragsverandering die hij inmiddels heeft laten zien.
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte, zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van een aanslag met een vuurwerk(brand)bom op een portiekwoning aan de [adres 2]. Midden in de nacht heeft hij het explosief op het balkon van die woning gegooid dat daar tot ontploffing is gekomen. Hierdoor is brand ontstaan en is de woning fors beschadigd geraakt. Twee van de bewoners zaten op het moment van de ontploffing in de woonkamer en vier andere bewoners lagen te slapen. Hun en de levens van de bewoners van de naast en boven gelegen woningen zijn in gevaar gebracht.
Dat de gevolgen van de ontploffing beperkt zijn gebleven tot slechts materiële schade, is niet aan de verdachte te danken. Verdachte heeft met zijn handelen enorme angst en gevoelens van onveiligheid bij de bewoners veroorzaakt.
Het feit is gepleegd tegen de achtergrond van een conflict in de drugswereld met als kennelijk doel om personen te intimideren. Dergelijk gedrag ondermijnt de samenleving en hierdoor ontstaan gevoelens van maatschappelijke onrust en onveiligheid.
Daarnaast heeft verdachte heeft zich gedurende een periode van tweeënhalf jaar samen met anderen schuldig gemaakt aan de handel in verschillende soorten harddrugs. [naam 8] en [naam 7] zijn bij vonnissen van deze rechtbank van 25 juni 2026 veroordeeld. Zij stonden samen aan het hoofd van de Milanlijn, een lijn die zich kenmerkte door op een georganiseerde wijze en op grote schaal vele afnemers van drugs te voorzien. Verdachte beheerde in Turkije de telefoon van de Milanlijn waarop de bestellingen binnenkwamen en hij stuurde de koeriers in Nederland naar de adressen van klanten. Van een beperkte rol van verdachte is daarom geen sprake.
De Milanlijn had stelselmatig meerdere koeriers voor zich rijden die dag en nacht op bestelling drugs afleverden. Daarnaast bestond de organisatie uit ‘vullers’ die de koeriers van drugs voorzagen. Voor de ontvangsten van Tikkiebetalingen werden geldezels geronseld, die een bankrekening op naam openden.
Verdachte heeft op zijn bankrekeningen ook betalingen voor de aankoop van verdovende middelen ontvangen. Verdachte stortte het geld vervolgens door naar andere rekeningen of het geld werd contant gemaakt door het te pinnen. Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan witwassen van geldbedragen van € 158.717,00 en € 19.450,00. Hij heeft daarmee bijgedragen aan de instandhouding van deze criminaliteit.
De rechtbank acht verdachte met zijn handelen medeverantwoordelijk voor de nadelige effecten die het gebruik van verdovende middelen bij gebruikers veroorzaakt. Drugs zijn stoffen die sterk verslavend werken en schadelijk zijn voor de gezondheid. Ook gaat het dealen van drugs op straat veelal gepaard met overlast en gevoelens van onveiligheid in de samenleving.
De handel in verdovende middelen zorgt bovendien voor een vicieuze cirkel van criminaliteit en geweld, wat de stabiliteit van de samenleving ondermijnt.
De persoon van de verdachte
De rechtbank heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met het strafblad van verdachte van 13 april 2026, waarop zowel veroordelingen ter zake de Opiumwet als gewelds- en andere feiten staan.
Daarnaast heeft de rechtbank gekeken naar het reclasseringsadvies over verdachte van 2 december 2025. De reclassering schat het recidiverisico in als gemiddeld. Om het recidiverisico te verlagen adviseert de reclassering om aan verdachte een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, een gedragsinterventie cognitieve vaardigheden, een contactverbod met de slachtoffers, een locatieverbod voor de gemeente Zwolle (met elektronische monitoring), dagbesteding en begeleid wonen of maatschappelijke opvang.
Het voorgaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte zonder meer een gevangenisstraf van lange duur toekomt. Een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is noodzakelijk omdat de aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zou worden.
Alles afwegend acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren en zes maanden passend en geboden.
Nu deze gevangenisstraf langer is dan vier jaar is het niet mogelijk om te bepalen dat een gedeelte van de straf niet zal worden ten uitvoer gelegd en om daaraan bijzondere voorwaarden te verbinden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.
Nu de officier van justitie ter terechtzitting een ontnemingsvordering heeft aangekondigd ziet de echtbank geen termen aanwezig om de gevorderde geldboete op te leggen.
De in beslag genomen voorwerpen
De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de teruggave aan verdachte moet worden gelast van de in het onderzoek Bosbesuil, met parketnummer 08.132196.25, onder hem in beslag genomen mobiele telefoons.
De raadsvrouw van verdachte heeft betoogd dat de mobiele telefoons aan verdachte moeten worden teruggegeven.
De officier van justitie en de raadsvrouw hebben over de op de beslaglijst vermelde bus pepperspray geen standpunt ingenomen.
De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde bus pepperspray moet worden onttrokken aan het verkeer, omdat deze vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, aangezien het van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
De rechtbank zal de teruggave aan de verdachte gelasten van de aan hem toebehorende op de
kennisgeving van in beslagneming (dossierpagina 242) vermelde Apple Iphone Xs (A1920), en de op de kennisgeving van in beslagneming (dossierpagina 243) vermelde Apple Iphone, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.
7 De toegepaste wettelijke voorschriften
De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 57 en 63 Sr.
8 De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08.132196.25 en het in
in de zaak met parketnummer 08.225389.25 onder 1, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
08.132196.25
het misdrijf: opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.
08.225389.25
feit 1:
het misdrijf: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feiten 2 primair en 3 primair
telkens het misdrijf: medeplegen van witwassen;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren en (zes) maanden;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.
de in beslag genomen voorwerpen
- verklaart onttrokken aan het verkeer het in beslag genomen voorwerp, te weten het op de beslaglijst genoemde voorwerpen, te weten een bus pepperspray.
- gelast de teruggave van de op de kennisgeving van in beslagneming op pagina 242 vermelde Apple Iphone Xs (A1920), en de op de kennisgeving van in beslagneming op pagina 243 vermelde Apple Iphone aan verdachte.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. S.H. Peper en mr. M. ter Riet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2026.