Strafrecht overig
Blijkens de mededelingen van de raadsman op de terechtzitting in hoger beroep heden wenst de verdachte het…
ECLI:NL:GHAMS:2021:3826 · Gerechtshof Amsterdam · 19 april 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2021-3826
Zaakgegevens
Op 19 april 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 19 april 2021
- Datum publicatie
- 6 december 2021
- Zaaknummer
- 23-001405-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:3826
Samenvatting
Blijkens de mededelingen van de raadsman op de terechtzitting in hoger beroep heden wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgeven bezwaren in te trekken. VE n-o o.g.v. 416, lid 2 Sv.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001405-20
datum uitspraak: 19 april 2021
TEGENSPRAAK (raadsman gemachtigd)
Schriftelijk arrest van de enkelvoudige kamer van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 19 december 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-065554-19 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
adres: [adres].
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 april 2021.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, ertoe strekkend dat de verdachte met toepassing van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep, en van het standpunt van de raadsman.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Het hoger beroep tegen opgemeld vonnis is op 30 juni 2020 namens de verdachte ingesteld. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep heeft op 10 december 2020 een aanvang genomen. Blijkens de mededelingen van de raadsman op de terechtzitting in hoger beroep van 19 april 2021 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgeven bezwaren in te trekken. Daarom zal de verdachte, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting had mr. J.J.I. de Jong, in tegenwoordigheid van mr. B.K.M. Pouw, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 april 2021.