Strafrecht overig

Opzettelijk handelen in strijd met art. 2 onder C van de Opiumwet

Zaakgegevens

Op 11 januari 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
11 januari 2021
Datum publicatie
16 februari 2021
Zaaknummer
23-000764-20
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2021:406
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Opzettelijk handelen in strijd met art. 2 onder C van de Opiumwet

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 15-257022-18

parketnummer hoger beroep : 23-000764-20

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 11 januari 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 15 januari 2020 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats] (Marokko)

adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

gepleegd
op 24 augustus 2018 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gewezen door mr. M.F.J.M. de Werd, in bijzijn van mr A.S. de Bruin, griffier.

mr. M.F.J.M. de Werd