Strafrecht overig
Veroordeling overtreding APV gemeente Amsterdam.
ECLI:NL:GHAMS:2022:2720 · Gerechtshof Amsterdam · 8 september 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2022-2720
Zaakgegevens
Op 8 september 2022 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 8 september 2022
- Datum publicatie
- 19 september 2022
- Zaaknummer
- 23-000743-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2022:2720
Samenvatting
Veroordeling overtreding APV gemeente Amsterdam.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000743-22
datum uitspraak: 8 september 2022
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 28 februari 2022 in de strafzaak onder parketnummer 96-256225-19 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 augustus 2022.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 11 augustus 2019 in de gemeente Amsterdam, op of aan de weg, te weten het Thorbeckeplein, zich onnodig heeft opgedrongen en/of door uitdagend gedrag aanleiding heeft gegeven tot wanordelijkheden, immers heeft hij, verdachte, in de richting van een beveiliger, hard, 'fuck you, fuck you', en/of woorden van gelijke strekking, geschreeuwd, en/of is hij, met gebalde vuisten, in de richting van die beveiliger, gelopen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 11 augustus 2019 in de gemeente Amsterdam op het Thorbeckeplein door uitdagend gedrag aanleiding heeft gegeven tot wanordelijkheden, immers heeft hij, verdachte, in de richting van een beveiliger hard, 'fuck you, fuck you' geschreeuwd en is hij met gebalde vuisten in de richting van die beveiliger gelopen.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest, en waarin het tot vrijspraak strekkende verweer zijn weerlegging vindt.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van het bepaalde bij artikel 2.2, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 van de gemeente Amsterdam.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De kantonrechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen-verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 230,00.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.
De raadvrouw heeft – in geval van een bewezenverklaring – het hof gevraagd toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, vanwege de relatief beperkte ernst van het feit, de toepasselijkheid van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en nu de verdachte in een andere zaak een ISD-maatregel boven het hoofd hangt.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de draagkracht en de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ordeverstoring tijdens een uitgaansnacht in de binnenstad van Amsterdam. Nadat hem was verzocht een café te verlaten zocht de verdachte luidkeels ruzie met de beveiliger. Aldus heeft de verdachte geen respect voor personen met een beveiligingstaak aan de dag gelegd. Dit soort gedragingen kunnen bij omstanders en buurtbewoners bovendien ergernis en gevoelens van onrust teweeg brengen.
In dat licht acht het hof hetgeen de verdediging heeft aangevoerd van onvoldoende gewicht om te komen tot een schuldigverklaring zonder oplegging van straf. De actuele persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de relatieve ouderdom van het gepleegde feit vormen echter wel aanleiding de geldboete in voorwaardelijke vorm op te leggen en daaraan een betrekkelijk korte proeftijd te koppelen.
Het hof acht, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 2.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 230,00 (tweehonderddertig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 1 (één) jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.J.I. de Jong, mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg en mr. W.S. Ludwig, in tegenwoordigheid van mr. P.E. de Wildt, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 september 2022.
mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg en mr. W.S. Ludwig zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.