Strafrecht overig

Vernietiging. Bedreiging met zware mishandeling en bedreiging met brandstichting. Opzettelijk en…

Zaakgegevens

Op 14 november 2023 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
14 november 2023
Datum publicatie
28 november 2023
Zaaknummer
23-000599-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:2873
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Vernietiging. Bedreiging met zware mishandeling en bedreiging met brandstichting. Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en beschadigen. Geldboete €500,- voorwaardelijk met aftrek.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 13-326161-22

parketnummer hoger beroep : 23-000599-23

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 14 november 2023 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 8 februari 2023 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen:

geboren: op [geboortedag] 1970 te [geboorteplaats] ([geboorteland])

zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

bedreiging met zware mishandeling en bedreiging met brandstichting.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en beschadigen.

gepleegd
op 13 december 2022 te Amsterdam;

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 57, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde geldboete in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van € 50,00 per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gewezen door mr. A.M. Kengen, in bijzijn van D.M.M. Linskens, griffier.

mr. A.M. Kengen