Strafrecht overig

Bevestiging met dien verstande dat bewijsoverweging wordt toegevoegd en motivering m.b.t. de straf deels…

Zaakgegevens

Op 1 december 2023 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
1 december 2023
Datum publicatie
4 december 2023
Zaaknummer
23-001896-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:2941
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bevestiging met dien verstande dat bewijsoverweging wordt toegevoegd en motivering m.b.t. de straf deels wordt vervangen. Bewijsoverweging over hoeveelheid ingevoerde verdovende middelen.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001896-23

datum uitspraak: 1 december 2023

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 27 juni 2023 in de strafzaak onder parketnummer

15-146084-23 tegen

[verdachte01] ,

geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1983,

opgegeven verblijfsadres: [adres01] ,

thans gedetineerd in [detentieadres01] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

17 november 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof ten aanzien van het bewijs:

? de navolgende bewijsoverweging toevoegt;

en ten aanzien van de oplegging van straf:

? de overweging van de politierechter onder ‘6. Motivering van de sanctie’ met betrekking tot het vastgestelde gewicht van de hoeveelheid cocaïne niet overneemt en vervangt door zijn eigen overweging.

Bewijsoverweging

De raadsvrouw heeft betwist dat aan de verdachte kan worden verweten dat hij opzettelijk de hoeveelheid cocaïne heeft ingevoerd zoals die bij nadere inspectie van de koffer door de Koninklijke Marechaussee is aangetroffen. Zij heeft niet betwist dat die hoeveelheid op enig moment in die koffer was verborgen, maar de verslaglegging van de gang van de koffer van Curaçao via Panama naar Nederland is volgens de raadsvrouw minder doorzichtig. Daartoe heeft zij gewezen op de gewichtsverschillen die zijn vastgesteld tijdens het onderzoek naar het brutogewicht van de koffer en heeft zij naar voren gebracht dat de koffer in Panama op enig moment uit het zicht onbeheerd is achtergebleven. De raadsvrouw heeft daaraan de conclusie verbonden dat de verdachte dient te worden vrijgesproken.

Het hof begrijpt dat de verdediging stelt dat het proces-verbaal van de nadere inspectie (pagina 39 e.v.) niet als bewijsmiddel kan worden gebruikt, nu er teveel twijfel bestaat over de vraag of de aangetroffen hoeveelheid overeenkomt met hoeveelheid cocaïne die zich in de koffer bevond toen de verdachte incheckte op Curaçao. Het hof overweegt als volgt.

Vaststaat dat, zoals door de raadsvrouw betoogd, op de claimtag van de koffer een brutogewicht van

16 kilo is vermeld, terwijl een ander weegmoment een brutogewicht van 18,3 kilo heeft uitgewezen. Dat gegeven dwingt evenwel niet tot de conclusie dat daardoor het speculatieve karakter van de onderbouwing van het verweer daaraan is komen te ontvallen. Bij dat oordeel betrekt het hof dat het in dit geval niet gaat om een koffer met daarin een aantal losse pakketten, maar om een geprepareerde koffer waarin drie gelijksoortige pakketten achter de voering daarvan zijn verborgen. Deze pakketten hadden bovendien een niet alledaags uiterlijk: alle pakketten hadden een doorzichtige kant en een zwarte kant die paste bij de voering van de koffer. Daar komt bij, dat het even bedoelde verschil tussen de gewichtsaanduiding op de claimtag en het wegingsresultaat niet kan worden verklaard door het gesuggereerde scenario, reeds omdat het gewicht van de pakketten aanzienlijk kleiner is dan dit verschil.

Nu het – niet nader uitgewerkte scenario – van de verdediging op geen enkele manier aannemelijk is geworden, is het hof van oordeel dat het getal op de claimtag niet aan het gebruik van het voornoemde proces-verbaal in de weg staat.

De conclusie is aldus dat, nu de verdachte heeft bekend dat hij wetenschap droeg van de aanwezigheid van cocaïne in zijn koffer, de in beslag genomen hoeveelheid cocaïne opzettelijk door de verdachte binnen het grondgebied van Nederland is gebracht.

Oplegging van straf

Het hof vervangt de strafmaatoverweging van de politierechter in het vonnis waarvan beroep over het gewicht van de ingevoerde hoeveelheid cocaïne door de volgende zin.

In aansluiting op de hiervoor opgenomen bewijsoverweging is het hof van oordeel dat moet worden vastgesteld dat de hoeveelheid witte substantie die de verdachte opzettelijk heeft ingevoerd 912,64 gram cocaïne bevatte (netto).

Voorlopige hechtenis

De verdediging heeft aan het hof verzocht het bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen. Het openbaar ministerie heeft zich tegen de toewijzing van dat verzoek verzet. Het hof overweegt als volgt.

Algemeen bekend is dat de verspreiding van drugs tot gevaren voor de volksgezondheid leidt. De maatschappij-ontwrichtende werking van de (groot)handel in drugs en de winsten die daarmee op grote schaal worden gemaakt, zijn bovendien zaken die in het huidige tijdsgewricht bij herhaling in de media aan de orde worden gesteld. De ervaring leert dan ook dat de invrijheidstelling van personen die verdacht worden van de georganiseerde invoer van verdovende middelen tot onbegrip bij het publiek leidt. Ook de omstandigheden van het onderhavige geval - mede gelet op de geraffineerde wijze waarop de invoer werd uitgevoerd en de lichtvaardige wijze waarop de verdachte tot zijn daad is gekomen - rechtvaardigen de veronderstelling dat dit ook het geval zou zijn bij invrijheidstelling van de verdachte.

Al met al is het hof van oordeel dat zwaarwegende maatschappelijke omstandigheden de voorlopige hechtenis van de verdachte vorderen. Het hof zal daarom het verzoek om opheffing van de voorlopige hechtenis afwijzen.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Veldhuisen, mr. W.M.C. Tilleman en mr. L.I.M. van Bergen, in tegenwoordigheid van

mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

1 december 2023.

Mr. W.M.C. Tilleman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]